Categorieën
Scenario

Tussen Melkweg en Wodka

– DE JUISTE VERSIE –

“Het is vrij surrealistisch om te zien wat zich afspeelde op de aarde onder ons. Vanuit de ruimte ziet de aarde er net zo prachtig uit als altijd, dus dan is het moeilijk te geloven wat er allemaal is gebeurd sinds ons vertrek.” – Jessica Meir (17-04-2020, terug op Aarde)

1 EXT – ISS – NACHT

Het internationaal ruimtestation (ISS) beweegt geluidloos langs de hemel. Een half jaar na lancering zitten drie ruimtevaarders er ‘vast’. Hun missie zou in april 2020 zijn afgelopen, maar is voor ‘onbepaalde tijd’ verlengd.

2 INT – ZVEZDA, EERSTE LEEFRUIMTE – NACHT

A. (André, 44) kijkt door één van de veertien raampjes. Met oordopjes in tegen het lawaai. Hij is gefascineerd door wat hij ziet: de gloed van grote steden, vuren, sterren, de band van de Melkweg. Het is zijn vierde missie.
B. (Bonnie, 37) heeft al drie dagen slecht geslapen, ze is onpasselijk en kijkt in het niets. Het is haar eerste missie.

A
Dit zouden meer mensen moeten zien.

Bonnie oefent het rechtop zweven en legt haar handen op haar buik tegen de misselijkheid.

A
Die oneindigheid…
We zijn maar een stipje, zo’n klein stipje – waanzinnig gewoon.

B
(piept) Daar ben ik nou bang voor, voor waanzin.

André negeert haar.

A
Vanuit hier kunnen wij gewoon wijzen, dat is toch waanzinnig:
wijzen
naar de bol waarop wij leven met dat dunne laagje dat ons in leven houdt…

B
Waarop wij nog geen half jaar terug…

André onderbreekt ruw.

A
Je hebt heimwee.

B
Ik ben bang dat ik gek word.

A
Van heimwee?

B
Van wat in mijn hoofd zit.

André slaat met zijn hand tegen het raampje.

A
Moet je dit nou zien!

B
(voor zich uit) Oef, zo misselijk…

A
Zo mooi dit… Geef even de camera.

Bonnie geeft de camera. André staart gebiologeerd door het raam.

A
Wow.

Hij vergaapt zich aan een meteoriet.

B
Je bent hiervoor gemaakt.

André zweeft in vreemde houdingen om de juiste foto te maken.

A
Jij ook, dat weet je.

Bonnie zwijgt.

A
Je bent één van de knapste koppen onder ons, Bonnie.

André kijkt vluchtig naar opzij, gaat dan weer op in het maken van foto’s.

B
Wat als juist mijn hoofd me in de steek laat?

André laat de camera zakken, schudt zijn hoofd een paar keer, kijkt haar doordringend aan.

A
Dat doet het niet.

B
(verheft haar stem) Dat doet het wél.

A
Dan zijn wij er nog.
Wij laten je niet in de steek, en je hoofd ook niet.

B
(licht wanhopig) Of mijn lijf. Ik slaap niet meer – al een hele tijd niet. Het lukt gewoon niet. Mijn kop knalt uit elkaar van… (maakt hulpeloze gebaren)
Ik kan nergens weg, André. Er is geen deur.

A
(wijst naar de koppelpoort) Jawel. Dáár.

Hij grinnikt om zijn eigen grapje. Bonnie kijkt weg, wrijft over haar buik.

B
Misselijk. Ik word helemaal gek.

A
(geërgerd) Je wordt niet gek.

B
Je luistert niet naar me.

A
(wuift haar angst weg) Je wordt niet gek, we hebben hiervoor getraind.

B
Ik kijk mezelf al maanden kapot naar de ruimte… ik ben kapot..
of gek aan het worden.

A
(autoritair nu, streng) Je wordt niet gek. En niemand gaat hier kapot.
Einde discussie.

Onaangename stilte, die Bonnie tenslotte verbreekt.

B
Val wordt morgen twee.

André zwijgt.

B
Wist je dat we haar hebben genoemd naar de allereerste vrouw in de ruimte.

A
Valentina?

B
Valentina, ja.

A
(poging tot goedmaken) Hier kunnen we dat vastpakken
…en voelen.

B
Wat?

A
(haar en zichzelf overtuigend) Voelen wat belangrijk is.

B
Ik weet het niet. Soms denk ik dat ik slaap, maar het is eerder een soort schemerslaap.
(legt haar handen voor haar ogen)
Dan zie ik mijn man voor me
of Valentina.
Ze zweven naar me toe in de ruimte. En dan, vlak voor mijn ogen:
poef!
(trekt haar handen weg) Exploderen ze.

A
Jezus.

B
(zonder een spier te vertrekken) Niets valt hier op z’n plek, niets.
Alles zweeft..
lijkt verloren in de ruimte.

A
(gaat over op een andere tactiek) Kom, we openen de wodka.

B
(ruminerend) We moeten werken, werken – mijn hoofd…
Wodka?

Bonnie kijkt vragend op.

A
Je hebt het nodig.
Om weer helder te worden.

André haalt twee zakjes met wodka.

B
(neemt zakje aan) Dank je. (glimlacht nerveus) Wodka… ik weet nog de eerste keer dat wij samen wodka dronken…

Bonnie richt zich verlegen op haar zakje wodka, ze voelt zich rood worden.

A
Kom nou Bonnie. Je was in opleiding. En ik…
Dat kan gebeuren toch.
Het was eenmalig.

Bonnie slurpt een goede slok uit het rietje. André laat een balletje wodka uit het zakje komen en hapt het vervolgens uit de lucht.

B
Waarom houden ze ons zo lang hierboven?

A
Pff. We worden weggehouden, denk ik.

B
Weggehouden?

A
Van dat virus.

B
Het schijnt verschrikkelijk te zijn…

A
…of allemaal theater.

B
Michael zei dat er al duizenden mensen overleden zijn.

A
Je man overdrijft.

Ze happen nu allebei balletjes wodka in de ruimte.

B
Hij maakt zich écht zorgen.
(volgt een balletje met haar vinger) Dat zei hij niet, maar ik ken hem.

A
Misschien zijn we proefpersonen.

B
Proefpersonen?

André laat zijn zakje wodka door de ruimte zweven.

A
Denk je eens in: hoe laat je een ongelooflijke hoeveelheid mensen binnenblijven? Als overheid zijnde, hoe doe je dat?

Bonnie tikt het zakje terug.

B
Nou?

Triomfantelijk pakt André het zakje weer op in zijn hand.

A
Door een kwaadaardig virus te verzinnen, een zwaar besmettelijk iets wat mensen binnenhoudt.
(dreigend) Omdat mensen bang zijn.

Bonnie zuigt wat wodka op uit haar rietje.

B
Ja.
Michael klonk bang.

Ze drinken beiden nu uit het rietje. Het is even stil.

B
(voorzichtig) Dus… er is geen virus wil je zeggen.

A
Natuurlijk niet Bonnie. We worden bespeeld, ze houden ons ONNODIG langer in de ruimte.

Bonnie probeert het tegen te houden, maar dan proest ze het uit: een onbedaarlijke lachbui.

B
Sorry, ik krijg de slappe lach.

A
Dat is de wodka.

B
(hikkend en proestend) Jij bent een complotdenker.

André, gekrenkt, verbijt zijn emotie. Zijn gezicht staat strak. Hij wil gaan slapen, maar in plaats daarvan pakt hij haar te hard bij de schouder.

A
Nee, een compleetdenker, dat ben ik –
je moet ruimer denken.

De harde toon doet Bonnie stilvallen. Ze voelt tranen opkomen.

B
Vast, we zitten allebei vast
geloof ik.

Stilte. Beiden drinken wodka.

A
(ietwat verloren) Die tekening, is die van Val?

B
(blij met de verandering van onderwerp) Ja, daar houd ik me elke dag aan vast.
Lief hè, zo’n ruimtetekening.

André, licht aangeschoten, kijkt haar net wat te lang aan.

A
Ik wou dat ik dat had: een kind, iemand om voor door te gaan,
om naar terug te keren.

Bonnie slaat haar ogen neer.

B
Karina?

André wijst vaag naar waar de tekening van Valentina moet zijn.

A
Iets om elke dag naar te kijken, en te weten,
voelen
dat er van je gehouden wordt.

B
(dringt aan) En Karina dan?

A
Heeft me verlaten…
…net als het verdere alfabet aan vrouwen…

Bonnie slaat haar blik ongemakkelijk neer. Ze drukt wat op het zakje om te kijken hoeveel wodka er nog inzit.

B
O, dat wist ik niet.

André, steeds meer aangeschoten.

A
Ja, een leger ellende is het… Anna, Barbara, Celine, Dunya, Edith, Francine, Gabriela, O God Gabriela – ik kom ver Bonnie, maar ik heb geen fucking V. Een kind, dat is andere koek. Dat is iets om met je beide benen op de grond te blijven. Zij is een reden, je hebt verdomme een reden. Als je terug bent ligt er een nieuwe tekening voor je klaar, een huisje met een dak en een schoorsteen, waar rook uit komt, met blije gezichten, open armen, misschien in krulletters: Welkom Thuis Mama. Bij warme haard. Geef mij dat Bonnie. Een beetje warmte, vuur in m’n vezels, wodka, of een vrouw – één die blijft, zacht vlees om bij terug te komen. Een schoot. Om me in uit te storten, om troost te vinden, mijn hoofd in te leggen, om.. jezus ik zou je weer willen kussen Bonnie…

Bonnie draait zich gegeneerd weg van André.

A
Sorry.

Ongemakkelijke stilte waarin André stopt met drinken, en Bonnie het zakje teug na teug leegdrinkt, dronken wordt.

A
Sorry Bonnie.
Ik had niet door het kader heen moeten schieten.

B
Je breekt de codes.

Stilte.

B
Je hebt wel gelijk.

A
Van wat?

B
Soms ben ik het kwijt, de grond… mijn reden..
Ik..

Stilte.

A
Vergeet daarnet.

B
Geeft niet.

A
Jawel, het is belangrijk voor me.

Stilte.

B
Ik…
Jij.. jij hebt ook een reden.

A
Hoe bedoel je?

B
Valentina…

A
Nee.

Bonnie legt haar hand op die van André.

B
Ja.

Ze knijpt zachtjes, fluistert, bekent.

B
Van jou.