Categorieën
Scenario

Ouwe Koeien

(crash – de fiets van Kees rijdt achteruit tegen het boodschappenkarretje van Wim aan. De fiets valt, Kees blijft net staan, zijn boodschappen liggen op straat; eieren kapot, pak melk stuk etc.)

Wim: (lacht) Ik dacht je blijft wel staan, Kees.
Kees: (baalt zichtbaar) Hé Wim, ik zag je niet. (pakt zijn fiets op)
Wim: Wacht maar, ik help je wel effe. (maakt geen aanstalten om te helpen)
Kees: Nee joh, lukt wel. (er vallen nog meer boodschappen uit de fietstas)
Wim: Ik zien et. (kijkt naar de kapotte eieren) Als je ook bloem had, konden we pannenkoeken bakken hahahahahaha.
Kees: hmmm… (probeert haastig zijn boodschappen op te ruimen)
Wim: (pakt een zak chips van de grond en legt het in zijn eigen karretje) Hoe’s’t nou, maatje? Ik hoor dat je weer alleen bent?
Kees: Met de jongens… niet alleen.
Wim: O ja, de jongens, ja dat zal wel… Hoe… euh… hoe gaat dat dan?
Kees: Wat?
Wim: Nou, euh… met die jongens… zijn die nooit bij Marieke? … altijd bij jou?
Kees: Ja.
Wim Oh….

(stilte. Kees ruimt op, maar door zijn haast lukt het niet erg. Wim maakt de zak chips open en eet ervan.)

Wim: Wel raar toch? Moeten die jongens niet ook naar Marieke? Is toch hun moeder?
Kees: Marieke zit op Ibiza.
Wim: Oh ja natuurlijk! Met euh… hoe heet ie ook alweer? Mark, Martin, euh…
Kees: Marius
Wim: Marius ja! (sarcastisch) Jeetje, man… rot voor je. Ik weet precies hoe jij je voelt.
Kees: Wim, alsjeblieft.
Wim: Nee, ik bedoel er niets mee. Ik zeg alleen maar…
Kees: Jij bedoelt er alles mee. Maar dit heeft niets te maken met toen. Het is niet hetzelfde Wim, echt helemaal niet hetzelfde.
Wim: Het is exact hetzelfde. Voelt niet zo fijn hè, als het jóu overkomt.
Kees: Hou op! Jij loopt hier al twintig jaar over door te mokken, terwijl er niets is gebeurd. Je vond haar leuk, ze vond jou níet leuk.
Wim: (mompelt) en nu vindt ze jou ook niet meer leuk.
Kees: GET OVER IT!
Wim: Get zelf over it! Jij loopt net zo hard te mokken!
Kees: Ze is net twee weken weg, Wim. Ze is de moeder van mijn kinderen! De vrouw waarmee ik een leven heb opgebouwd. Dit is geen blauwtje in de kroeg.
Wim: Blauwtje in de kroeg…. Oké… Ik snap em al…
Kees: Wim…
Wim: Neuh… ’t is duidelijk… ik dacht gewoon dat je het nu misschien meer van mijn kant zou kunnen zien. (vouwt de chipszak dicht en stopt hem halfleeg terug in de kar van Kees). Maar helaas.
Kees: Jouw kant? Wim, jullie hadden niets! Jij probeerde het elke week, en elke week zei ze nee! Er was niks.
Wim: Ik HIELD van haar. En jij wíst dat! En toch… mijn beste vriend… dat doet pijn Kees.
Kees: Jezus Wim… Hoe vaak hebben we het hier nou al over gehad? Ik kan dit nu niet, man.
Wim: En het ergste is nog…
Kees: (lange zucht)….
Wim: Dat je niet eens sorry hebt gezegd…
Kees: heb ik wel…
Wim: Ik was niet eens uitgenodigd op jullie bruiloft.
Kees: (mompelt) gelukkig niet…
Wim: (stilte) …Gelukkig niet… Hoe dan ook, nu ben je weer alleen.
Kees: Niet alleen, met de jongens.
Wim: Helemaal alleen.
Kees: (zucht)
Wim: En zij is met Martin
Kees: Marius
Wim: Op Ibiza
Kees: tja…
Wim: Ja… dus… wat mij betreft… zand erover. Ik vergeef het je. Het is ook allemaal zo lang geleje. Het wordt hoog tijd dat we weer es samen een biertje gaan drinken. Gooien we al die ouwe koeien terug de sloot in. Wat zeg je d’r van, Kees? (Steekt zijn hand uit)

(Kees heeft inmiddels alle boodschappen in zijn fiets)

Kees: Dag Wim. Het beste ermee. (fietst weg)
Beiden: (tegelijk) Klootzak.