Categorieën
Scenario

Op de tast

Op de tast

X Hoe zijn we hier beland? Twee mensen staan in een atmosfeer waarvan we moeilijk herkennen of we met een overweldigend roze of toch oranje geconfronteerd worden. Het moet beide zijn. Komt de zachtheid van de kleur, het licht of de textuur of zelfs nog iets anders… Het omringt ons en doordringt ons. We horen tonen, het rilt heel zachtjes in het binnenste van de atmosfeer en mezelf. Het voelt als een bevend poezengespin. Aangenaam warm, voor sommigen, de meesten waarschijnlijk. We dragen hoofdtelefoons maar zien elkaar niet. Sommigen zitten dichterbij dan de anderen. Losjes georganiseerd, zou je kunnen zeggen. Maar dat weten we niet precies want we weten niet zo goed meer hoe we gekomen zijn waar we zijn.

A Ik probeer het nog eens. Niet harig, maar sponzig. Je kunt het je inbeelden, je bedenkt het, ziet het. Maar ik voel gewoon dat ik apart ben;

B ?

A los van elkaar.

B Even hè… Ik heb jou toch dat bericht gestuurd? Doe je mee? Je hoeft niet in die app.

A Samen maar alleen maar dat bedoel ik echt héél anders dan het cliché. Ik word niet altijd goed begrepen, snap je. Een groter één. Het geeft mee, je kunt er zachtjes in duwen. Nee!

B Doe je mee, vroeg ik. [Stilte] Je bedoelt symbiotisch. Dat is onderhand gewoon cliché hoor. Ken jij eigenlijk iemand die het heeft gehad?

A Ik droomde dat ik moest hoesten en dood stikte! Ja, dat klopt! Daarna werd ik wakker. Als kind kon ik sterven in mijn droom en dat het verhaal zich dan voortzette. De eerste keren dat ik dat droomde was ik niet echt dood want dat lukte niet. Terwijl ik wist dat ik gestorven was. Ik kende het niet en kon het dus ook niet. Ik moest dat moment dus anderzijds zin geven. Een of ander gefantaseerd after life zegmaar. Ik werd vaak heel hard in mijn buik geknepen door twee enorm sterke klauwen in mijn middel, maar ook wel gewoon doodgestoken of simpelweg neergeschoten. Dan naar boven zwemmen – saai – en daar kwam ik dan mijn pas gestorven opa tegen. En dan mocht ik niet teveel praten want hij was echt dood en dat was complex, moeilijk, ingewikkeld. Mijn oma was er ook. Zij had deze truc dus ook ontdekt. We dronken thee in stilte. Opa liep wat rond, schilderde op witte steentjes en wij keken toe. Cool. Samen maar alleen. Mijn opa was ook echt wel cool. Sarcastisch, chagrijnig, een snor. Sigaren en baco’s. Als ze op bezoek waren bij ons in de boerderij zat hij in zijn eentje in de voorkamer te lezen en mijn zus en ik gingen om hem heen rennen en een verkleedstuk over hem heen overgooien. Echt fantastisch – zo met zijn drieën. En krijsen jonge! Maar eigenlijk was dat irritant voor hem. Eigenlijk, logischerwijs. ‘En nu gaan jullie kuttekoppen ergens anders lawaai maken of ik steek dat ding in de fik met deze sigaar’. Wow, cool. Ik wil ook cool zijn. [Stilte] Nu heb ik nog steeds veel dromen. Eerst lig ik twee uur wakker, niet piekeren, gewoon wakker. Op het moment dat ik mijn ogen sluit is het alsof, BOEM, licht en geluid aangezet wordt.

B Oké, sick. Maar ik moet nog weten of je meedoet. Nu moet je je even geen zorgen maken. We spreken gewoon lekker af dat we het de hele avond niet over politiek gaan hebben.

A Dan kom ik niet! Octopussen zijn geen aliens en ten tweede is het enige wat ik wil een politiek gesprek voeren. Wat denk jij wel niet. Niemand laat mij ooit uitpraten. Ik ben nog helemaal niet klaar met mijn verhaal. Het begint pas. Die ene keer dat er niks gebeurde. [Verwachtingsvol] Gebeuren. Ik droomde in textuur. En ik kan jou daar helemaal niks over vertellen want textuur is een taal die je alleen maar kunt voelen. In en in vreemd, en als je erbuiten staat wordt het pas raar. Pas van een afstand begrijp je dat het niet begrijpt. Langzaam ontwaken en denken what the fuck heb ik nou weer verzonnen, weet je wel.

X Er volgt een ontdekkingstocht in hoogste concentratie. Deze persoon doet dit speciaal voor ons. Kijk, zo doe je onderzoek. Reform. Rethink. Het licht is iets feller geworden, hè? Rillend, je merkt het amper. Alsof het peertje twijfelt. Wij zijn nog niet ontdekt want we worden niet gezien. De atmosfeer blijkt een koker; met een ene en een andere kant. Aan de achterkant is ook een ruimte, daar zitten soortgenoten. Het is in het midden toch wel echt lichter dan hier en daar. Die twee daar, die zijn belangrijk. Belangrijker dan wij en daarom kijken we toe. Wij zijn er nog niet maar onze blikken doen er toch toe. We kijken. Zie, nu loopt er eentje naar voren en kijkt onze kant op. Achter deze zien we ook de rug van de andere. Tegelijk – ja, samen – spreken zij.

A Vraag jij je weleens af hoe

B ?

A Stel je eens voor, bedoel ik, hoe het is om een, een, een… Nee.

B ?

A Moet je eens denken. Beeld je eens in hoe het zou zijn, hoe het zou voelen, uh, bah. Opnieuw. Hoe

B Wat?!

A Hoe het zou zijn om een zeester te zijn. Ja.

B Je hoofd is hetzelfde als je armen, hetzelfde als je benen, hetzelfde als de rest. Je hersenen zijn napjes; en je ogen zijn napjes; en je vingers zijn napjes; en je neus; en je tenen; en je billen zijn napjes. Je bent heel… zacht.

A Ja…

B Denk gewoon eens na over hoe het zou zijn als je helemaal hetzelfde zou zijn. Helemaal hetzelfde zou zijn!

A Juist, ja…

B Denk… Denk jij überhaupt wel eens na?! Of zitten jou hersenen in je tenen, verdomme?

A haha

B haha

X Er verschijnen ogen in het plafond, de muren en zelfs op de vloer. De oppervlakten beginnen licht te glanzen en de spelers keren zich naar elkaar. Zij kijken naar elkaar en wij kijken naar hen. We bestuderen hun profiel en wachten tot er iemand begint te praten. Onder onze voeten verschijnen er golvende bewegingen.

A Ik wilde graag even rustig met je praten.

B Oh.

A Afgelopen weken werd het teveel. Eerst vond ik het gezellig. Iets wordt niet zomaar waardeloos.

B [lacht] Ja, zoiets had ik wel door ja.

A Ik woon liever alleen. Ik weet niet of dat bij mij hoort of dat ik gewoon erg goed bij het alleen-zijn ben gaan passen. Ik hou heel erg van alleen zijn. Typisch een kwestie van ben ik een vorm of heb ik een vorm aangenomen. Ofzo.

B Ja, ik merk dat je wil dat het gaat zoals jij wil.

A Ik bied je geen excuses aan, sorry daarvoor.

B Nou, dat is er uit hè?

A Ik vind dit niet moeilijk. Wij zijn vrienden en dat houd ik graag zo.

B Ik merkte het echt wel, inderdaad. Dat je gefrustreerd werd. Behoorlijk zelfs, of niet? Maar ik dacht dat het juist wel even goed voor je was. Ik geef door te nemen. Door mij ben je gedwongen vorm aan te nemen. Alsjeblieft.

A Geslaagd, denk ik. [Lange stilte] Vormen hebben grenzen. Meestal…

B Ik was natuurlijk ook helemaal niet van plan om lang te blijven, gewoon paar weekjes. Ik had gewoon echt even ruimte voor mezelf nodig. En nu voel ik me helemaal zen. Dus maak je geen zorgen. En ik ben natuurlijk dankbaar dat ik hier terecht kon.

A Oké, mooi. Ik heb zin in een grapje. [Neuriet en melodie]

X Dit klinkt als muziek. Het is klinkt als wachten. Hoelang zal het duren. Hoe zijn we hier beland? Geen zorgen, zegt ze. Oh nee, wel verdomme. Nu blijkt dat we met z’n allen stilletjes moeten zitten wachten tot een frisse wind de waarheid doet opwaaien. Dan zegt er eerst iemand iets als…

A Binnenkort komt het besef. De boodschap wordt kenbaar gemaakt. Een waarheid zo scherp dat je je tong snijdt aan de woorden die je ervoor vindt. Zip! We zoeken onze weg in het donker, een warm zeurend lichtje in ons kop. Bedachtzaam, glimlachend en asociaal lopen we van deze stoel naar ons bed. Morgen gaan we verder, braaf door het besef dat er waarheden bestaan. We zijn niks bij die grote boodschappen maar bij ons valt een klein begrip te bespeuren. Dat geeft ons rust. Braaf. De dag zelf betekent niet zo veel, niet in vergelijking tot de eeuw…

X Ik wil geen overdonderend besef. Mag het alsjeblieft traag tot me komen? Zoals dauwdruppels vallen op het groen en zich koeltjes hechten aan het veld. Ik, als een grassprietje tussen de rest. Natuurlijk ben ik bang. En alleen. Ik wil dat het heel langzaam licht wordt zodat ik niet schrik van de anderen.