Categorieën
Scenario

Ons duin

LOCATIE
Drie strandhuisjes naast elkaar waar de bewoners met elkaar leven als in een commune.

PERSONAGES
BOB is een acteur op zijn retour van eind veertig die constant zoekt naar aandacht. Hij bewoont samen met zijn jongere vriendin Elze een strandhuisje.

ELZE is een nerveuze zelfstandige cateraar van midden dertig. Zij bewoont samen met Bob een strandhuisje

FREDERIK, Bob’s beste vriend, is een emotionele leraar in het basisonderwijs van midden veertig. Hij bewoont samen met zijn hond Copper een strandhuisje.

WUBBO is een gefortuneerde pensionado die een boek wil schrijven. Hij is huisvriend van de ouders van Bob en eigenaar van de drie huisjes.

EXT-VOOR HET STRANDHUISJE VAN BOB EN ELZE-DAG

Elze dekt de picknicktafel. Wubbo zit aan tafel en probeert te schijven. Bob staat en tuurt naar de zee terwijl hij ademhalingsoefeningen doet. Er komt rook uit de pan die op het gas in de geïmproviseerde buitenkeuken staat. Elze holt er naar toe, haalt de deksel er af en gooit de inhoud in het zand. Ze kijkt peinzend om zich heen.

ELZE
Ik kan een vispannetje maken?

WUBBO
My God, dat duurt minstens een half uur voordat dat klaar is!

ELZE
Ga anders even mee mosseltjes zoeken.

WUBBO
Ik lust geen mosseltjes.

BOB
Kom maar even.

Bob spreidt zijn armen.

BOB
Kom maar.

Bob loopt op Wubbo af om hem te omhelzen.

ELZE
Doe nou maar, Wub.
Om de honger eventjes te stillen.

Frederik komt uit de duinen lopen. Hij houdt een ei in de lucht.

ELZE
Is dat een ei?

BOB
Heb jij daar nou een ei?

WUBBO
Hoeveel?

FREDERIK
Twee.

WUBBO
Twee eieren?
Dat geeft toch geen paasgevoel?

FREDERIK
Gelegd door de tapuit.
In een konijnenhol.
Dat kom je niet zomaar tegen.

WUBBO
Ik maak scrambled eggs.
Ik heb toch geen inspiratie.
Wel honger.

FREDERIK
Jij maakt geen scrambled eggs.
Jij bent niet van de keuken.
Elze is van de keuken.
Elze kookt.

Stilte.

FREDERIK
Ja sorry, jongens, maar we moeten ons wel aan de taakverdeling houden. Als iedereen opeens gaat doen waar hij zin in heeft dan wordt het voor je het weet een chaos.
Wubbo is niet van de keuken.
Wubbo is van de schoonmaak en hygiëne.
Dat weten we allemaal.

WUBBO
Good heavens, we kunnen toch wel een keer afwijken?
Er was nog niets afgesproken over de feestdagen.
Met de feestdagen is alles altijd anders.
Lopen de dingen anders dan alledag.

FREDERIK
Bovendien zijn deze om te beschilderen.

WUBBO
Die twee eitjes?
Die zijn toch veel te klein.
You idiot!

ELZE
Hij bedoelt het goed, Wub.
Het is allemaal voor de gezelligheid.

WUBBO
Hou op met dat ge-Wub!
Ik ben geen Wub voor jou!
Don’t you Wub me!

ELZE
Dat bedoel je niet zo.
Dat weet ik best.
Zullen we anders eerst even een potje jeu de boules doen?

Stilte.

ELZE
Wub?

BOB
Don’t you Wub him.
Dat gaf hij net aan.

WUBBO
Ik heb honger.

Elze loopt naar hem toe, gaat voor hem staan en pakt zijn hoofd tussen haar handen.

ELZE
Ik zie jou.
Wubbo Batenburg.
Ik zie jou.

Elze kijkt hem in de ogen en lacht breeduit.

WUBBO
Doe dat maar niet.

ELZE
Wat?

WUBBO
Dat lachen, Elze.

ELZE
Niet?

Elze laat Wubbo los.

WUBBO
Je hebt behoorlijk storende tandjes.
Melktandjes lijken het.
Maar dan in een donkergele versie.
Klein.
Geel.
Het lijkt een beetje op mais.

BOB
Dat is mij ook wel eens opgevallen.

WUBBO
Daar kun je wat aan laten doen, hè?!
Facings.
Wel heel duur.

BOB
Misschien helpt het als je ze heel goed schoon laat maken.
Echt heel goed.
Door de mondhygiënist.

Stilte.

BOB
Kom maar even hier.

Bob neemt Elze in zijn armen.

WUBBO
Waarmee wil je gaan schilderen, Fré?
We hebben geen verf.

FREDERIK
Met natuurlijke materialen.

WUBBO
Yeah right!
Je eigen bloed zeker.

BOB
Ik zou ze ook kunnen verwerken in mijn monoloog.
Die eitjes.
Niet echt natuurlijk.
Als metafoor voor mijn kwetsbare kant.

FREDERIK
Elze?
Kook jij ze even?
De eitjes.
Dan duik ik nog een keer de duinen in.

Frederik loopt richting de duinen. Elze pakt de eitjes en gaat ze koken. Vervolgens loopt ze naar zee om mosseltjes te zoeken.

WUBBO
Fnuikend vind ik het.

BOB
Fnuikend?

WUBBO
Fnuikend.

BOB
Wat is fnuikend?

WUBBO
De manier waarop Frederik de boel bestiert.

BOB
Nee.
Ik bedoel wát is fnuikend?
An sich.

WUBBO
An sich?

BOB
Fnuikend.
Het woord.
Wat betekent het?

WUBBO
Fnuiken betekent letterlijk kortwieken.
Het afknippen van de vleugels van een vogel.
Om te voorkomen dat hij nog langer kan vliegen.

Stilte.

WUBBO
Maar ik bedoelde het figuurlijk.

BOB
In de zin van…?

WUBBO
Verderfelijk.

BOB
En verderfelijk voldoet niet?

WUBBO
Nee.
Dat schuurt niet zo lekker.
Ik ben een schrijver.
Ik ga goed op woorden die niet voor de hand liggen.

BOB
Got it!

WUBBO
Wij zouden wel eens soulmates kunnen zijn, denk je niet?

BOB
Kom maar.

Bob spreidt zijn armen.

BOB
Kom maar even bij me.

WUBBO
Ik heb even geen behoefte aan fysiek contact.

Frederik’s stem klinkt vanachter het huisje van Bob en Elze.

FREDERIK
Er is iets vreselijks gebeurd!
Hier, achter het huisje!
Kom!
Kom kijken!

Bob en Wubbo rennen naar Frederik toe. Daar ligt Frederik’s dode hond, Copper.

WUBBO
Oh my God!
Heb je er aan gezeten?
Je hebt er toch niet aangezeten?

BOB
Het lijkt alsof hij grijnst.

WUBBO
Maar je hebt hem niet aangeraakt.
Toch?

BOB
Een grimas.

WUBBO
Want als je een dode…

FREDERIK
Ik heb hem met geen vinger aangeraakt!

Elze komt aangerend. Bob probeert haar tegen te houden.

BOB
Kijk maar niet.
Dat kun jij niet aan.

Elze duwt hem opzij en ziet Copper liggen. Ze slaakt een gil en zakt in het zand.
WUBBO
Die ogen.
Starend.
Wijdopen.
Kijkend in het niets.
Lip opgetrokken.
Meestal vallen ze je aan als ze hun lip op zo’n manier optrekken.
Als ze nog leven.

Frederik stort huilend neer bovenop Copper.

FREDERIK
Copper!
Copper, mijn maatje!

BOB
Los!

WUBBO
Los, Frederik, los!

BOB
Laat hem los!

FREDERIK
Dat kan ik niet!

ELZE
Oh Copper!

BOB
Nu!
Los!

WUBBO
Los, Frederik, los!

Bob trekt Frederik omhoog. Wubbo probeert Copper opzij te trappen, maar hij geeft geen sjoege. Bob neemt Frederik in zijn armen en wrijft over zijn rug.

FREDERIK
Copper!
Oh God, dit is niet goed.
Dit is niet goed, jongens.
Dit is niet goed, jongens.
Dit is niet goed.
Een hond valt toch niet zomaar dood neer?

WUBBO
Misschien is hij vergiftigd?

ELZE
Zal ik soep maken?
Iemand soep?
Ik heb wat mosseltjes gevonden.
Bouillabaisse?