Categorieën
Scenario

KANTINE

KANTINE
Scenario

LOCATIE: personeelsrestaurant, kil en kaal. Twaalfde verdieping, panorama-uitzicht met zwaar bewolkte lucht.

PERSONAGES:
COLETTE: mid-dertig, afgetraind lichaam, hip strak broekpak, steil bobhaar, make-up. Zelfverzekerd, neus in de lucht. Heeft een tic waarbij ze met haar linkerschouder trekt.
SUZE: eind twintig, slank, onopvallende kleding (jeans, keurig truitje), haar iets te lang en te pluizig. Verbeten trek om de mond, nerveus.
Ze staan aan de zelfbedieningscounter.
FIGURANTEN (optioneel)

COLETTE:
‘Neem je een broodje of soep? Ik neem de tomatensoep, daar heb ik genoeg aan.’

SUZE:
‘Heb niet zo’n trek, ik pak wat fruit.’
Met haar dienblad loopt Suze achter Colette aan naar een vrij tafeltje bij het raam. Colette trekt met haar schouder.

COLETTE:
‘Ben je niet lekker dan?’

SUZE:
‘Jawel hoor.’
Trekt een vies gezicht, ruikt de weeë soeplucht of frietlucht.

COLETTE:
‘Wat dan, Suze? Thuis iets niet in orde? Je kunt mij alles vertellen, hoor, dat weet je.’

SUZE:
‘Nee hoor, thuis is alles oké.’
Ze pelt bedachtzaam een sinaasappel en ontdoet deze van elk afzonderlijk wit vezeltje.

COLETTE:
‘Je kunt dat gewoon opeten, hoor. Vertel nou, dat lucht vast op!’

SUZE:
‘Och, ik weet niet…’

Colette recht de rug en plant haar ellebogen op tafel, de lepel rechtop in de lucht. Suze slaat haar ogen op, kijkt eerst naar Colette en dan naar buiten. De eerste, vette regendruppels tikken hard tegen het raam. Een fikse bui dreigt.

SUZE:
‘Vanmiddag, om drie uur heb ik een gesprek met Kees-Jan.’

COLETTE:
‘Pff, Kees-Jan! Daar hoef je echt niet zenuwachtig voor te zijn, Suus. Of heb jij iets op je kerfstok?’
Ze lacht sarcastisch, het idee alleen al…

SUZE:
‘Er zit ook iemand van HRM bij, ik weet niet waarom.’
Dat laatste liegt ze. Colette voelt dat aan.

COLETTE:
‘Waar gáát dat gesprek over, Suus? Vast niet over koetjes en kalfjes. Wat verzwijg je voor me?’
Ze draait met haar lepel rondjes in de lucht.

COLETTE, nu met stemverheffing:
‘Suze Smalvoet!’
Een stoel wordt piepend verschoven.

SUZE:
‘Stil toch, Colette.’ Pauze.
‘Het is, nou ja…het gaat over, je weet wel…’

COLETTE, dreigende fluistertoon:
‘Neen meisje. Dat weet ik niet. Vertel!’

SUZE:
‘Ik ben klaar en ik ga maar ‘s…’
Ze legt haar spullen op het dienblad en wil opstaan.

COLETTE:
‘Jij gaat nergens heen, Smalvoet! Je vertelt precies wat er vanmiddag om drie uur gaat gebeuren. Nu.’
Colette legt de lepel neer, pakt de vork en wijst hiermee naar Suze.

SUZE: schichtig
‘Colette, niet boos worden hé? Ik heb óók gesolliciteerd op die baan van groepsleider. De vacature waar jij op hebt gereageerd.’

COLETTE: ‘En dat heb jij stiekem, achter mijn rug om gedaan? Terwijl je wist …. Trut!’
Naait zich op, wordt boos.
‘Maar jij wordt het toch niet, kindje, want jij bent daar niet geschikt voor. Jij kán dat niet. Ik kan dat wél! Dus je maakt geen kans. Geen enkele kans!’ Dat laatste wordt op orkaansterkte geschreeuwd.

Buiten valt het regengordijn. Hagel roffelt tegen de ramen.

SUZE:
‘Nou..,’

COLETTE, gillend:
‘Nou wat?’

SUZE:
‘Ik ben de nieuwe groepsleider. Daarover gaat dat gesprek. Het spijt me zo, lieverd, ik had het…’

Colette maakt zich breed, schiet overeind en opent voluit de rode mond. Haar linkerschouder trekt onbeheerst. Op dat ogenblik schiet er een bliksemschicht door de zwarte lucht, direct gevolgd door de harde klap van een inslag.
Donkerslag.

Als de lampen weer aangaan valt het licht op de twee vrouwen bij het raam. De een lacht onnozel, alsof ze zich wil verontschuldigen. Haar schouder schokt. De ander hangt slap achterover. Van de vork steekt een verbazingwekkend kort stukje uit haar rechteroog. Het linker staart verbaasd naar buiten, waar de regen valt.