Categorieën
Scenario

In Het Donker

IN HET DONKER

Personages: Anne en Fleur

EERSTE AKTE

Op het toneel is een gat.
Anne komt zoekend op. Van Fleur is enkel de stem hoorbaar.

Anne Fleur?

Stilte. Anne kijkt in het gat en begrijpt dat Fleur zich daarin verborgen houdt.

Anne Fleur, ik weet dat je daar bent.

Anne Gaat het wel?
Fleur Ik zit in een diep, zwart gat. Wat denk je zelf?

Anne Ik maak me zorgen.
Fleur Ga weg, Anne. Laat me met rust.
Anne Nee, ik ga niet weg. Laat me je helpen.
Fleur Hoe dan?

Anne Geen idee… Ik voel me zo machteloos.
Fleur Hoe denk je dat ik me voel?
Anne Dat weet ik niet. Dat is nu juist zo frustrerend!
Fleur Nou. Het spijt me dat ik jouw leven zo moeilijk maak.
Anne Zo bedoel ik dat toch helemaal niet?!
Fleur Wat bedoel je dan?
Anne Ik… ik –
Fleur Precies. Je weet het niet. Jij weet niks. Ga weg. Laat me alleen.
Anne Verdorie Fleur, het is ook altijd wat met jou.

Anne zucht. Ze gaat erbij zitten, aan de rand van het gat.
Voorzichtig kijkt ze nog eens. Maar door de donkerte kan ze Fleur niet zien.

Fleur Ben je daar nou nog? Ben ik niet duidelijk geweest?
Anne Kom nou toch, Fleur. Het is mooi weer. Je zou de bloesem moeten zien. Je zult het mooi vinden.
Fleur Jij begrijpt er niks van. Alsof een beetje zonlicht alles kan oplossen.
Anne Maar Fleur, je zit nu helemaal in het donker –
Fleur De donkerte is troostend. Hier voel ik me veilig.

Anne Je kan er toch wel eventjes uit komen?
Fleur Zo simpel is het niet.
Anne Wat als ik… een ladder haal? Dan kun je er gemakkelijk uit klimmen.
Fleur Ik kan helemaal niet klimmen. Mijn benen voelen zo zwaar. Alles voelt zwaar.
Anne En als je nou eens…

Maar Anne heeft ook de oplossing niet.

Anne Wat is dat dan precies? Wat weegt er zo zwaar?
Fleur Ik denk steeds dat ik niet goed genoeg ben. En dat het beter is… als ik er niet meer ben.
Anne Dat klinkt heel verdrietig. Voel je je ook verdrietig?
Fleur Ik voel me leeg. Alsof alles in een waas aan me voorbij gaat. Ik zie de wereld alsof ik door een onscherpe bril kijk. En ik hoor de wereld alsof er propjes in m’n oren zitten. Ik voel eigenlijk helemaal niets.
Anne Helemaal niets?
Fleur Het is gewoon teveel allemaal.

Anne Mag ik niet eens bij je komen?

Anne kijkt nog eens in het gat, maar ze kan Fleur nog altijd niet zien.
Belichting verandert de sfeer, het wordt donkerder op het toneel.
Het wordt zichtbaar dat het gat eigenlijk een spiegelend oppervlak is.

Anne Waarom kan ik je niet zien? Ik zie alleen mezelf.
Fleur Vind je het gek?

Anne Hoe kan het dat jij je zo voelt? En ik niet?
Fleur Omdat jij niets met mij te maken wil hebben.
Anne Hoezo? Ik ben toch bij je?
Fleur Jij bekritiseert me altijd zo. Volgens jou verpest ik de sfeer. Als jij op een feestje op de tafel wil dansen. En ik dat niet wil.
Anne Jij bent altijd moe.
Fleur Ja, dat is waar.
Anne Dat ligt toch niet aan mij?
Fleur Jij hebt me in een hoekje geduwd. Ik ben een blok aan jouw been.
Anne Dat heb ik nooit gezegd!
Fleur Soms gaat het niet om wat je zegt. Maar gaat het om wat je niet zegt.

Anne Luister… Ik heb je hooguit misschien even geparkeerd. In dat hoekje. Soms ben jij gewoon ook heel vermoeiend hoor!
Fleur Ja. Dat is zo.
Anne En dan is het gewoon even gemakkelijker.
Fleur Om te doen alsof ik niet besta.
Anne Nee… ja…

Fleur Je stelt jezelf ook nooit meer voor als Anne-Fleur. Je noemt jezelf tegenwoordig alleen nog maar Anne.
Anne Dat is gewoon handiger.
Fleur Precies.

Anne kijkt nog eens in het spiegelende oppervlak van het gat. Ze kijkt verdrietig.

Anne Maar ik voel het wel, dat jij evengoed bij me bent.

Het licht dooft.

TWEEDE AKTE

Op het toneel zitten twee gelijkende personen, op de grond, met de ruggen tegen elkaar.
Beiden zijn en profile zichtbaar. Het is donkerder dan zojuist.

Fleur Anne?
Anne Ja Fleur?
Fleur Anne, ik ben bang.
Anne Waarvoor dan?
Fleur Voor alles. Maar vooral voor dat ik jou tekort doe.

Anne Ik kan je niet geruststellen, Fleur.
Fleur Wat bedoel je?

Anne Ik ben ook bang.
Fleur Jij?
Anne Bij jou lijk ik altijd net iets dapperder. Maar het is niet oprecht. Ik ben misschien nog wel banger dan jij.

Fleur Jij? Maar Anne, jij kan alles! Jij doet ook alles, jij gaat alles aan.
Anne Ik ben altijd bang dat het niet goed genoeg is. En dat ik eigenlijk helemaal niet weet waar ik mee bezig ben. Dat ik elk moment door de mand kan vallen.
Fleur Echt? Dat had ik helemaal niet achter jou gezocht.
Anne Iedereen om me heen is succesvol. Heeft een perfect leven. Waarom lukt mij dat niet?

Fleur Perfect? Wat is perfect…
Anne Dat weet ik eigenlijk ook niet.
Fleur Ik hou eigenlijk wel van dingen die niet perfect zijn. Een blad aan een boom, met een scheurtje erin. Een handgeschreven brief, met een klein foutje. Een taart, met zo’n rand van kersen, waarvan er ééntje scheef zit… Ik denk… Ik denk dat ik mezelf daardoor wat minder bezwaard voel over mijn eigen gebreken.

Anne schudt haar hoofd. Wat heeft ze aan dat gemijmer van Fleur?

Anne Dat kan wel wezen Fleur, maar als ik iets doe, dan moet het gewoon goed zijn! Maar bij alles wat ik doe, twijfel ik of ik het wel kan. En als iets dan lukt, dan vraag ik me af of het volgende dan wel weer gaat lukken!
Fleur Je bent bang om te falen?

Anne Ik weet eigenlijk helemaal niet hoe het moet, Fleur.
Fleur Wat? Hoe wat moet?
Anne Leven. Het leven leiden. Werken aan een toekomst. Ik weet niet eens waar ik heen wil. Ik heb helemaal geen plan.
Fleur Nee. En dat moet wel?
Anne Natuurlijk!
Fleur Oh sorry.

Anne begint te huilen.
Fleur raakt hiervan overstuur. Ze draait zich om naar haar alter-ego.

Fleur Anne? Toe, niet huilen! Ik – wat moet ik nou? Jij bent degene die altijd overeind blijft…
Anne Ik kan het niet meer, Fleur.
Fleur Ach, Anne… rustig maar… ik ben er voor je…

Onbeholpen slaat Fleur een arm om Anne heen.
Anne laat zich troosten. Fleur laat haar – zij het wat onzeker – uithuilen.
Toch kijkt Fleur nog steeds bedenkelijk.

Fleur Maar Anne… toch weet ik het niet hoor… dat van dat plan… Denk je dat andere mensen dat allemaal wel hebben?
Anne Denk jij van niet dan?
Fleur Ik denk gewoon… ik geloof niet dat zij allemaal wel perfect zijn. Dat kan toch bijna niet?
Anne Misschien doen ze alsof.
Fleur Misschien laten ze alleen zien wat er goed gaat. Jij verbergt je nu toch ook hier bij mij in het donker?

Anne Ik vind het eigenlijk wel fijn. Dat ik even hier bij jou in het gat mocht komen zitten.
Fleur Ik heb het gevoel dat je mij nu beter begrijpt.
Anne Ja. Het spijt me. Ik heb je onderschat.
Fleur Hoezo dan?
Anne Ik dacht altijd dat ik de sterkste moest zijn.
Fleur Dat ben je toch ook?

Anne kijkt op en kijkt Fleur aan.

Anne Ik denk dat jij er nu wel klaar voor bent. Om weer omhoog te klimmen.
Fleur Echt? Ik weet niet of ik dat durf.
Anne Zonder jou durf ik ook niet terug.
Fleur We… kunnen hier ook nog even blijven zitten…?
Anne Nog even dan.

Het licht dooft opnieuw.

DERDE AKTE

De twee personages staan hand in hand naast elkaar op het toneel.
Ze spelen nu zonder vierde wand, spreken direct tot de toeschouwers.

Anne Ik ben Anne-Fleur.
Fleur Ik ben depressief.

Anne Schaam je niet. Heb vertrouwen. Ga mediteren.
Fleur Adviezen zijn ontelbaar en goedbedoeld.
Anne Van mediteren krijg je misschien rust in je hoofd.
Fleur Maar je krijgt er geen eigenwaarde van.

Anne Ik hou van het licht. Maar soms voel ik me veiliger in het donker.
Fleur Het heeft geen zin om dat te ontkennen.
Anne Dat is wie ik ben.

Het licht dooft, einde.