Categorieën
Scenario

Arthur

-Frouke nauwelijks hoorbaar.
Ik zie hem staan.

Josine zoekt in haar boodschappentas.

-Josine
Wat? Ik kan mijn sleutels niet vinden. Deze tas is zó onhandig.

-Frouke haar blik strak gericht op de parkeerplaats.
De man waarover ik je vertelde. Degene die mij al weken lastigvalt, hij is gewoon hier.

Ze wijst in de richting van de parkeerplaats.

Zie je hem?

-Josine
Ik ben heel even bezig. Waar heb ik mijn autosleutels gelaten?

Ze begint de boodschappen uit haar tas te halen en die in de armen van haar vriendin te proppen.

Kun jij dit even vasthouden?

-Frouke
Weet je wat zo eigenaardig is? Hij loopt nog altijd in diezelfde spijkerbroek, met de gescheurde broekzak. Rood geruit overhemd, tot bovenaan geknoopt. Alleen zijn donkere vest ontbreekt maar de rest… Identiek. Werkelijk onmogelijk.
Ze hebben zijn shirt open moeten knippen, ik heb het gezien.

-Josine hurkend op de grond met boodschappen om haar heen uitgestald.
Hij kan het ook opnieuw hebben gekocht.

-Frouke
Dat kan, maar de kleuren zien er verwassen uit, niet nieuw.
Er klopt gewoon iets niet. En weet je wat hij doet, wat hij altijd doet als ik hem zie. Niets. Helemaal niets. Hij staat daar simpelweg met zijn handen in zijn zakken, alsof het nooit gebeurd is, alsof hij eigenlijk ook niet weet wat hem bezielt om hierheen te komen. Dat is toch gek?
Joos?

-Josine druk zoekend met haar hoofd in de bigshopper.
Hé, mijn portemonnee.

-Frouke
Oh shit, hij kijkt deze kant op!

Ze draait zich snel om.

Kun je opschieten?

Geen reactie van Josine.

Misschien moet ik gewoon de politie bellen. Weet je dat ik ze al een keer heb gebeld maar toen ze er eindelijk waren, was hij al verdwenen. Joos, kijkt hij deze kant op?
Shit, ik zag die angstaanjagende blik van herkenning. Ik zag het! Ik zag het deze keer echt Joos. Nee,nee,nee.

-Josine
Nee? Wat nee? Frou, hou op met dollen hoor. Ik weet toch zeker dat ik die sleutels net nog had. Gut, ik voel mezelf langzaam in de paniekstand schieten.

-Frouke
Nee, niet vandaag, niet hier. Gaat niet gebeuren, hoor je dat. Ik wil, nee ik eis dat je weggaat. Dat als ik mijn ogen sluit dat je dan gewoon verdwijnt en mij met rust laat. Ik wil niet straks rennend naar de auto moeten omdat ik word achtervolgd. Maar wat nou, wat nou als hij straks gaat schreeuwen Joos?

-Josine
Wie?

-Frouke
Die man achter mij. Die mij zo loopt te beloeren. Hij weet het. Hij weet dat ik het was.

-Josine
Wát weet die? En natuurlijk kijkt hij, arme man. Ik zou ook kijken als je mij net zo liep aan te staren. Je was hem praktisch aan het uitkleden met die malle blik van je. Als ik hem was zou ik er geld voor vragen.

Ze grinnikt.

Heb ik ze trouwens niet gewoon aan jou gegeven?

-Frouke zenuwachtig.
Die helderblauwe ogen waren bloed doorlopen. Álles was die middag bloed doorlopen.
Ook mijn handen. Waarom mijn handen?
Heb je je sleutels al gevonden? Ik wil weg hier!

-Josine zucht.
Nee, en ik begrijp het gewoon niet. Ik had ze nét nog in mijn handen. Misschien heb ik ze binnen laten liggen.

In zichzelf pratend.

Ik heb wortels gepakt, in een zakje gedaan. Nee, in het karretje gedaan en niet in mijn tas. Alleen de pakken melk…
Misschien bij de kassa, maar ik weet zeker dat ik ze heb gevoeld toen ik mijn portemonnee zocht.

-Frouke
Je hebt betaald met je mobiel.

-Josine geërgerd.
Ja dat weet ik, maar dat kwam omdat ik mijn portemonnee niet kon vinden.
Het is vast gewoon een kwestie van even rustig ademhalen en goed om ons heen kijken. Waar heb ik mijn bril gelaten?

Frouke draait zich langzaam om en laat de zak met appels vallen.

-Josine
Ah nee, Frou toch! Nu gaan ze sneller rotten. Dát wordt dus appeltaart bakken.

Geen reactie. Ze volgt de blik van Frouke.

Waar kijken we naar? Ik moet trouwens eerlijk bekennen dat ik niet zo goed heb geluisterd.

-Frouke
Die man Joos. Die man die ik heb overreden is hier.

-Josine
Ach natuurlijk. Wacht even.

Ze doet haar boodschappen weer in haar tas en staat op.

Kun jij een momentje op de boodschappen letten, dan vraag ik binnen of ze mijn sleutels hebben gevonden?

Josine loopt naar binnen.
Frouke wijst naar de grond.

-Frouke
Ze liggen daar.

Ze begint nerveus aan haar rok te plukken en fluistert.

Wat wil je van mij? Ik heb je wel gezien, ik zie je overal. Het spijt me, echt waar maar je had gewoon beter uit moeten kijken. Het was niet mijn schuld. Niet mijn schuld.

Oncontroleerbaar schudt ze haar hoofd.

-Josine teleurgesteld.
Ze hebben niets gezien.

Ze kijkt naar de grond.

Mijn sleutels! Frou, lagen ze de hele tijd voor onze neus. Dat brilletje heb ik dus duidelijk niet voor niets. Hij zat trouwens gewoon op mijn hoofd.
Je hebt echt géén idee hoe opgelucht ik ben, anders hadden we naar huis moeten lopen.

Ze geeft Frouke een knipoog.

Nou, we kunnen eindelijk gaan.
Kom je nog?

-Frouke Weifelend.
Misschien moet ik hem confronteren. Mijn angsten tegemoet treden en…

-Josine
Oh ja, je stalker. Waar staat die eigenlijk?

-Frouke
Naast die rode Kia, met die witte strepen.

Josine kijkt en begint blij verrast te zwaaien naar een vrouw in die richting.

-Josine roept luid.
Dag Ans, hoe gaat het met je?

Frouke geeft haar een elleboog stoot.

-Frouke in paniek.
Hij komt nu deze kant op lopen. Jij en je stomme aandachttrekkerij.

-Josine
Hé, dat deed pijn en doe toch niet zo vreemd. Het is Ans maar.

-Frouke gekweld.
Je gelooft me niet hè?

-Josine
Dat is het niet, maar…

Ze twijfelt.

Jij ervaart de wereld gewoon anders dan hoe de meeste mensen hem ervaren. Ik zou willen dat ik af en toe door jouw ogen kon kijken. Waarnemen wat jouw hersens je voorhouden.

-Frouke
Ik ben niet gek. Ik zie hem toch, hij bestaat echt.

-Josine knikt medelevend.
Dat weet ik schat. Laat hem maar weer zien. Hij kwam deze kant op zei je.

-Frouke knikt.
Hij leunt nu tegen die lantaarnpaal aan.

-Josine
Hoe oud is hij?

-Frouke
Ik denk 64 en een half.

-Josine
Dat is specifiek. En zijn schoenmaat?

Frouke
Zijn schoenmaat? Waarom wil je dat weten?
Wat voor rare vraag is dit?

-Josine kalm.
Wat is zijn schoenmaat, Frouke?

Er valt een stilte.

-Frouke
Ik ga naar hem toe.

Ze loopt weg.
Josine volgt haar.

-Frouke in de war.
Maar hij, hij stond hier net nog. Misschien is hij weggerend, dat kan niet anders.

Ze kijkt wild om zich heen.

-Josine
Je bent ook een zeer indrukwekkende vrouw. Als jij op me af zou komen zou ik ook zo snel mogelijk de benen nemen.

Frouke leunt tegen de lantaarnpaal en zakt naar beneden. Tranen verschijnen in haar ogen.

-Frouke
43.

-Josine
Wat zeg je?

Ze gaat op haar hurken zitten.

-Frouke
Zijn schoenmaat. Dat was 43.

Tranen rollen over haar wangen.

Ik vergeet telkens wie hij was. Maar hoe… Hoe kan ik hém nou vergeten, keer, op keer, op keer?

-Josine schudt haar hoofd.
Je hersenen hebben gewoon even tijd nodig om hem te herkennen. En hij geeft je de tijd.

-Frouke
Maar ik wil dit niet voortdurend opnieuw beleven. Het is gewoon niet eerlijk, ook niet naar hem. Onbewust duw ik hem telkens terug in de donkere leegte en toch blijft hij verschijnen.

-Josine pakt haar handen.
Hij hield van je.

-Frouke snikkend.
En ik hou nog steeds van hem.

-Josine glimlachend.
Weet je wat het mooie is? Ooit komt er een moment dat het vergeten stopt, dat je hem gewoon durft te herinneren Frou. Dat je dat afschuwelijke ongeval hebt geaccepteerd voor wat het was. En nee schat, het leven is niet eerlijk. Het leven is af en toe een godvergeten hel maar je bent niet alleen. Je hebt mij nog en dat gevoel. Dat verlaat je nooit.
Ik hou ook nog altijd van Pieter en die man ligt nu al acht jaar onder de groene zode.

-Frouke
En Ben dan?

-Josien nadenkend
Tja Ben? Ben zie ik meer als mijn ordinaire rebound die alleen maar is blijven hangen omdat die héél goed kan koken.
Kom, we gaan naar huis. Ik heb trek in appeltaart.

Frouke knikt en veegt haar tranen weg.
Ze staan op en lopen naar de auto. Frouke kijkt om.

-Frouke
Tot snel lieve Arthur.