Categorieën
Poetry slam

Kapster met liefdesverdriet

Kapster met liefdesverdriet

‘Als ik hem zie
is er nog zoveel gevoel’,
zegt de kapster.

Met starende blik,
knipt ze mijn haar.
Ik knik
en spiegelbeeldig
staar ik
naar haar.

‘Ik was zo gek op hem,
die man’,
liefkozend strijkt ze
door mijn lokken,
ogen geloken.
Ik ontspan.

‘Maar toch,
hij was niet goed voor mij,
ik moest hem laten gaan.’
Haar vingers klemmen,
de knokkels wit,
zich om haar schaar.

‘En nu heeft hij
een nieuwe vriendin.’
met felle hand
knipt ze
wat strengetjes,
en ik houd
mijn adem in.

‘Het gaat
heel goed met hem.
Veel beter,
zegt hij,
dan toen
met mij.’

Ze trekt mijn haarlok
naar zich toe,
windt hem
om haar vinger,
zo strak en hard,
-herinneringen-
dat ons beiden
de tranen
in de ogen springen.

‘Ach ja’, zegt ze
en veegt de tranen van haar kin.

Ze toont mijn achterhoofd
via haar spiegel.
‘Zit het zo naar uw zin?’

–//–