Categorieën
Poetry slam

Dit land

Dit land waar de wind
nu en dan stormachtig is
machtig is
verstandelijke vermogens
-waar toch al een gebrek aan is-
te boven gaat
in een gespleten seconde neerhaalt
doorhaalt wat hoopvol
in betere tijden geschreven
als goed leven
werd beschouwd.

Goed leven, vroeg ik
de man
zei iets over
samen leven
tolerant
zijn armen op de kant
van het water,
de vijver van roestig vocht
waarin verzuipen simpel leek.
Murmelend zijn analyse
over vestingen
waar het slijk tegen de plinten klotst
de meute kotst
de varkens knetterend
aan het spit en Bachus
op het schild geklonken
waar zij vooral míjn recht,
míjn vrijheid schonken.

Ik hum
wanneer
de vrouw
vervolgt
over spijt
van het heugen
vluchtig als het schokkend gas
over gevoeligheid.
Over in arren moede
uitgedragen taal
met wankele overtuiging
kwetsbaar
voor de kraaiers
van het oproer
ridders van
de buigzame moraal.

Dit land dat in de aard
toch geen extremen duldt
zich het liefst in raden
en commissies hult
zo met de tijd
het afgewogen midden vult
dat vraagt zich af
dat ult, ult, ult
is dat de opmaat nu
naar eigen schuld,
naar luid tumult
of suf geluld?

Toch niet
zo hoor ik hem
vertel ik haar
de sleutel
pathetisch
-ergens in de slotgracht-
weliswaar
lijkt geduld
vertrouwen
in het goede
iets
als vertrouwen
in elkaar.