Categorieën
Non-fictie

Zout

*

Ze hielden van extremen. De busrit was klam en hobbelig. Een smoezelig papieren ticket betekende niet automatisch een stoel. Ze zaten en lagen verspreid over het gangpad, lange haren rommelig bijeengehouden op hun hoofd, sieraden ritmisch meebewegend met de bochten van de weg.

Zij zeven waren de enigen die uitstapten bij een zandkleurig ravijn. De uitlaat van de bus rommelde nog even na in de lucht en verdween vervolgens in een stilte die nergens anders zo klonk als hier. Het diepste punt op aarde. Gingen je gedachten automatisch liggen bij het besef dat je het laagste punt al fysiek had bereikt? Behalve het snerpen van zoutsteentjes onder hun schoenen was alleen de zachte wind te horen, die de 40 graden Celcius je nog meer liet omhelzen.

Een van hen begon al lopend een sigaret te rollen; Palestijnse tabak in Israëlische vloeitjes met tipjes uit Berlijn. Zij begon altijd als eerste en hoewel de rest zich had voorgenomen hun longen enkel te vullen met de zoute lucht, zaten ook zij daarna in de verte te turen en rook uit te blazen.

Beneden stonden enkele bomen krampachtig in de grond. Hun wortels grijpend in de zinkgaten die steeds groter werden. Ze besteedden geen aandacht aan de enkele naakte mannen die in zelfgemaakte tenten aan de kustlijn woonden. De zeven vrouwen trokken schoenen uit, broeken en jurken en in bikini’s en badpakken stonden ze zij aan zij op de witte kristallen. Het zout voelde als kleine speldenprikjes in de wondjes op hun huid.
De kleinste liet zich zacht op haar rug vallen in het prikkende water en keek verrukt omhoog toen ze bleef drijven. Iedereen lachte.

Er was geen wolkje aan de lucht. Alles was licht.

**

Een dikke man in een roze balletpakje glibberde over de dansvloer. Op zijn lichaam zat snoep geplakt en omstanders gooide nog meer zoete meuk. Hij gleedt uit over glibberende smurrie en kraaide krankzinnig van pret terwijl hij zijn eigen armen en de grond likte.
De grote pupillen van omstanders moedigden hem aan zonder woorden. De opzwepende beat was te voelen in je borstkas. De flitslichten knipte de massa op in losse foto’s. Zwetende lichamen schokkerig bewegend, dansend, in extase. Jeruzalem ’s nachts was in niets hetzelfde als overdag.

Zij zeven waren verspreid over het pand. Twee van hen stonden met afgrijzen en verbazing te kijken naar het tafereel van de zoete ballerina. Naast afschuw voelde de kleinste ook een treurig gevoel opkomen. Al die mensen, alles hard en snel en niemand die pas op de plaats maakte. Wie van dit publiek wilde het liefst omhelst worden? Zachtjes wiegend in plaats van springend met strakgespannen kaken? Ze schudde haar melancholische donkere deken van zich af door een extra grote slok naar binnen te gieten.

Op de stoep buiten overstemde het geluid van klikkende aanstekers en ritselde vingers in zakjes tabak bijna de donkere tonen van binnen. Zij hadden elkaar weer gevonden en zaten op een randje. Een politieke flyer plakte onder een schoen. Één van hen huilde. De andere zes praatte goedbedoeld en dronken op haar in. De alcohol zorgde voor losse lippen en oprechte adviezen.

De avond werd een nacht en de nacht werd een ochtend. Dageraad wacht niet tot je nuchter bent. De zandkleurige gebouwen en smalle steegjes kleurden langzaam blauw-paars-roze-daglicht in de vroege ochtend terwijl de muziek aanhield. De zeven gingen ieder hun eigen weg, zwalkend maar alert naar hun tijdelijke huizen. De laatste van hen stak het plein bij het gemeentehuis over. Een schim sloeg haar gade vanuit het duister. Met een extra adrenaline-stoot door haar aderen jagend versnelde ze haar pas door de steegjes naar haar huis. De schim volgde haar. Ze rende, hartslag in haar keel. De vredige aloë vera planten langs de huizen moedigden haar in stilte aan. Ze vloog een smalle trap op en keek met ingehouden adem naar de vadsige man die zoekend in de steegjes om zich heen keek, om vervolgens zuchtend weg te slenteren. Ze trok de deur achter zich dicht en checkte het gammele slot drie keer.

***

De jongste werd wakker van haar trillende telefoon. De wilde kat die in het huis leefde had een salamander onder haar bed vandaan gevist. Ze keek nergens meer van op. Het was haar vader. Hij bleef stil. Een baksteen zonk van haar keel naar haar maag. De vogels hielden op met tjilpen, de minaretten staakten hun oproep tot gebed en de enkele tram die de stad kende kwam piepend tot stilstand. Oma.
Hortend en stotend kwam ze op gang en op de automatische piloot begaf ze zich in de zinderende hitte buiten. Ze bekeek de wereld als vanachter glas, vanuit een bubbel waar haar zich steeds troebeler in werd. Zonder te huilen meldde ze zich af voor de komende lessen op de academie. Alsof dat nu prioriteit had. Ze belden de zes anderen. Door de bemoedigende woorden van haar vriendinnen kwam ze bij zinnen en haastte zich weer naar huis. Ze propten een tandenborstel en een trui in haar tas. Wat heeft een mens nodig voor een begrafenis? Het moest wel koud zijn in Nederland.

Ze had niet verwacht het glimmende ultra sjieke vliegveld zo snel weer te zien. Norse staalblauwe ogen keken haar wantrouwend aan van onder borstelige opgetrokken wenkbrauwen. Wat moest een jonge vrouw alleen, met een haastig geboekte vlucht, zonder enkele bagage, ja, een tandenborstel en een dikke trui, wat moest die jonge vrouw alleen weer terug naar Europa? Wat? Was zij de avond ervoor verbleven in Palestijns gebied? Uit interesse? Wie had ze daar ontmoet? Tuurlijk had iedereen haast. Ja, hij had ook wel eens familieproblemen. Dit was geen probleem maar een omstandigheid? Oja? Wist ze wel wat zich in Nederland nu afspeelde? Een aanslag op een tram en nog geen dader? Nog geen 2 uur geleden? Waarom ging zij zonder spullen uitgerekend daarheen? Ze dacht aan haar Nederlandse klasgenoten, in de kelder onder tafels in onzekerheid. De groene schoenen en statige heren met mitrailleurs verdwenen uit haar zicht. Ze wilde niet huilen. Niet in deze tochtende douanekamer waarin haar neus begon te lopen van de ijskoude airco.

De zes anderen belden. Gezichten in pixels kwamen in beeld en troostten haar. Een Israelisch vloeitje vormde een propje in haar gebalde handen. Met haar ogen dicht dacht ze aan de zoute druppels die een week geleden nog op haar huid plakten. Niet zoals de zouten druppels op haar gezicht nu. Ze wilde een omhelzing. Ook dit ging over.