Categorieën
Non-fictie

Zondagszaad

Zondagszaad
Een politieauto stopt naast ons op het parkeerterrein waar Aram en ik staan.
‘Mag ik jullie identiteitsbewijzen even inzien?’, vraagt één van de agenten. Nadat onze identiteiten zijn vastgesteld, legt de agent uit dat er een klacht is binnengekomen van het personeel van het tankstation dat er elke vier weken twee dezelfde auto’s stoppen, er iets overhandigd wordt en dat dan de wegen weer scheiden van die twee auto’s.
‘Leg maar eens uit wat er van eigenaar wisselt elke vier weken. Drugs?’
‘Nee, meneer de agent, zaad, gewoon zaad en als u het niet erg vindt dan ga ik, want mijn zaad wordt koud.’ Ik stop het potje tussen mijn B-decolleté, stap in mijn auto en rij weg.
Om dit soort (fictieve) taferelen te voorkomen en om de zwemmers er weer zo snel mogelijk warmpjes bij te laten zitten zonder eerst een uur tussen mijn decolleté of onder Arams oksel geklemd te zitten, besluiten we de overdracht bij mij thuis te laten plaatsvinden. Ik moet eerlijk toegeven dat het zowel ongemakkelijk als hilarisch is. Dit donorproces gaat met een potje waar het sperma in opgevangen wordt en een spuitje waarmee ze bij mij ingebracht wordt. Easy peasy, willy squeezy, zou je denken.
Als je als donor en wensmoeder met elkaar naar bed zou gaan en daar zou een kindje uit geboren worden dan is de donor bij wet níet de donor, maar de vader en heeft het donorcontract geen zin. In ons geval, met een potje waarin het gedoneerd wordt, wel.
We besluiten het proces twee keer te herhalen: een paar dagen voor mijn LH-piek en op de dag van de piek zelf.
Zondag, 1ste paasdag, is de dag van de eerste poging.
‘Riep iemand hier om eieren?’, moeten mijn eileiders gedacht hebben. ‘Alle X-chromosomen nog aan toe, springen dames!’
’s Middags stapt hij binnen. ‘Zo, eerst maar een theetje doen?’, vraag ik. Hij knikt. We proberen beiden zo normaal mogelijk te doen, wat tegelijkertijd juist ongemakkelijk aanvoelt.
‘Was er veel verkeer op de weg?’
‘Het is lekker weer buiten hé?’
‘Ga je nog wat leuks doen straks?’
Wat ik hem eigenlijk wil vragen is of het moeilijk was om zich seksueel in te houden deze week en of hij alsjeblieft niet te veel alcohol wil drinken nu hij vrij is en het ook nog terrasjesweer is. Ik doe het niet. In plaats daarvan praten we over normale onderwerpen die ongemakkelijk aanvoelen.
Ik realiseer me dat ik me in een situatie bevind waar ik als wensmoeder zeer weinig invloed op heb. Ik kan keurig mijn ovulatietestjes doen, maar het is Aram die zich moet onthouden van seksueel contact en daarmee ook de hand- en spandiensten onder de gordel, niet overmatig kan drinken en überhaupt op moet komen dagen als mijn eieren op springen staan. Dan moet hij in een vreemd huis in zijn eentje een prestatie neer zetten met de wetenschap dat ik weet wat hij aan het doen is. Respect.
Als er een ongemakkelijke stilte valt in ons gesprek, weten we dat we de tijd niet meer kunnen rekken door over koetjes en kalfjes te praten en pakt Aram het potje en vertrekt naar het toilet, want uit mijn keuzemenu toilet, slaapkamer, woonkamer of badkamer heeft hij het toilet gekozen. Toch vreemd dat er iemand op mijn toilet zit en ik weet dat hij daar niet aan het plassen is.
‘Heb je nog iets van me nodig?’, vraag ik hem als hij wegloopt. Vragend kijkt hij me aan. ‘Wat dan?’
‘Nou, ehm, een internetverbinding om een filmpje te kijken?’, grijns ik. Wetend dat mannen nogal visueel zijn ingesteld.
‘Nee, ik kijk wel wat plaatjes.’ En weg is hij.
Uit solidariteit ga ik buiten de plantjes besproeien. Het lijkt me namelijk ook niet bevorderlijk voor Aram om zich te moeten concentreren en presteren, terwijl hij weet dat ik een muurtje verder aan de keukentafel op hem en honderd miljoen chromosomen wacht. Dat zou de druk op de verkeerde manier opvoeren.
Na een tijdje komt hij terug met het potje en ik vraag of het gelukt is. Dat er iets gelukt is, bewijst de inhoud van het potje, maar ja, je moet toch wat vragen als iemand je een potje sperma overhandigt.
‘Ja het is gelukt, maar het is wel een beetje weinig,’ mompelt hij terwijl hij het potje met inhoud wat heen en weer schuift in zijn hand. Ik heb nog nooit sperma op deze manier in mijn handen gehad en kunnen bekijken en als Aram de deur achter zich dicht trekt, analyseer ik zijn productie. Ik vind het zelf ook wel wat weinig, maar ik weet ook niet wat dan wel normaal is per ejaculatie. Google vertelt me dat 3-5 ml normaal is en dat het 20- 50 miljoen zaadcellen per ml bevat.
Ach, er hoeft er maar eentje de eindsprint te halen, denk ik bij mezelf en na gekeken en geroken te hebben aan het goedje – de rest van de zintuigen gebruiken bij deze analyse leek me niet nodig- loop ik naar boven, ga op bed liggen en breng het in met een spuitje. Gewoon eentje van de Kruidvat. Achteraf gezien werkt dat net zo goed als een spuitje uit een duur inseminatiepakket. Ja, ik blijf half Zeeuws en ‘ons bin zunig’ is mij met de paplepel ingegoten vroeger. Dus ik heb een spuitje en een urinecontainer aangeschaft bij de Kruidvat en was voor 5 euro klaar.
Nuchter als ik ben, merk ik als ik nog even blijf liggen dat ik het toch een bijzondere situatie vind: Aram en ik delen iets heel intiems zonder intiem te zijn geweest. Bijzonder.
De volgende dag, 2de Paasdag, doe ik weer keurig een ovulatietest en ik zie dat vandaag mijn LH piekt. Dit betekent dat erbinnen nu en 24 uur een eitje springt. Ik neem me voor dat we de volgende keer toch beter wat meer dagen tussen de eerste en tweede seminatie moeten plannen.
‘Ik piek’, app ik naar Aram. Hij belooft ’s middags weer langs te komen en hetzelfde scenario van de dag ervoor herhaalt zich.
Aram verwelkomen, theetje drinken, ongemakkelijk over onzin praten, hij naar het toilet, ik naar de tuin de bloemetjes water geven (die zullen wel gedacht hebben: heb je haar weer, help we verzuipen), inhoud in potje, Aram uitzwaaien, een korte analyse (jemig, nog minder dan gisteren en ja, het ruikt nog steeds naar chloor), naar de slaapkamer, in de weer met het spuitje, even blijven liggen en over tot de orde van de dag.
De strijd om het eieren zoeken kan beginnen. Vrolijk Pasen.
Na deze twee donaties begint het spannende wachten en wat duren twee weken lang! Van de zenuwen reken ik de dagen verkeerd uit en doe ik een week te vroeg de test en na vijf minuten wachten volgt de uitslag: negatief. Ik probeer mijn bonkende hart en mijn teleurstelling onder controle te krijgen en ga terug naar bed, want het is vijf uur in de ochtend en voor een avondmens zoals ik, is dit midden in de nacht. Pas na een paar uur valt het kwartje en kom ik erachter dat ik de test een week te vroeg heb gedaan. Hoop rijst op, wie weet, dan toch? Voor de zekerheid reken ik vast uit wanneer een maand later mijn ovulatie komt en wanneer Aram zijn agenda moet leeghouden.
Na een aantal dagen herhaalt de situatie zich en zit ik weer voor dag en dauw in mijn blote kont met een bonkend hart op het toilet te wachten tot mijn zwangerschapsstaafje door middel van een piepje duidelijk maakt dat het de uitslag weet. Nooit geweten dat vijf minuten zó lang duren!
Het apparaat piept, ik grijp het van de wasmachine af en JA een plusje. In één keer raak, dat kan toch niet? Maar het staat er echt en ik maak snel een foto als bewijs. Met een lijf strak van de dopamine en vervuld van vreugde lig ik met open ogen naar het plafond te staren. Mijn leven is zojuist voorgoed veranderd en ik kan het niet geloven.
Beneden gekomen gil ik tegen Nelson, de kater: ‘Je wordt grote broer’, wat hij beantwoordt door miauwend bij zijn voerbak te gaan staan. Ontnuchterend.
‘Het is raak’, app ik naar Aram met de foto van het plusje als bewijsvoering mee. De daaropvolgende uren zweef ik op vlagen van dopamine en ongeloof, steeds weer starend naar het plusje. Ik ben zwanger!