Categorieën
Non-fictie

Zinken

Als ik vroeger op het strand lag te doezelen was het alsof ik dreef op de klank van de brekende golven en tijdens het aanspoelen gewichtloos werd. Zwevend tussen alle badgasten was ik me totaal niet van mijn lichaam bewust, nog in staat om het te vergeten.
Nu is het in mijn hoofd donker en leeg. Er is niets om me aan op te trekken. Het zonlicht dat binnendringt tot achter mijn oogleden, flikkert fel, danst bijna feestelijk. Schreeuwt naar me. Met een ruk open ik mijn ogen en ga rechtop zitten.
Voor me stort het zeewater zich met iedere golf op het strand. Het sijpelt tussen het zand door dat vochtig blijft en glanst onder de felle zonnestralen. Kinderen spelen tussen de golven. Even verderop bestellen mensen een drankje. Ik kijk hun kant op en dan zie ik dat de twee ligbedden naast me nu ook bezet zijn door een jong stel.
De vrouw heeft lang rood haar dat ze over haar schouders zwiept als ze haar lippen tuit voor de zoveelste selfie. Als ze daarmee klaar is begint ze haar bikinitopje los te maken. Haar volle borsten schudden een beetje als ze uit de top worden bevrijd. Mijn adem stokt. Het is maanden geleden dat ik voor het laatst van zo dichtbij echte borsten heb gezien.
Ze begint ze langzaam in te smeren. Haar lichtroze tepels worden langzaam hard, schaamteloos. Als ze klaar is, gaat ze op haar rug liggen. Haar borsten zakken niet in, blijven perfect rechtop staan met gezwollen tepels die glimmen van de zonnebrandcrème. Ze doet haar ogen dicht, haar vlees volkomen ontwapend in de etalage. Mijn bloed kookt en met elke graad Celcius erbij word ik meer naar die knalroze tepels getrokken. Ze staan als kleine middelvingertjes overeind. Snel speur ik de omgeving van het strand af in de hoop een waarschuwingsbord te vinden waarop staat dat het verboden is om hier onbedekt met zulke borsten te liggen. Dan zou ik die trut sommeren onmiddellijk haar bovenstukje aan te trekken.

*

Ik sta in een operatiehemd in mijn ziekenhuiskamer. De plastisch chirurg komt binnen. Hij geeft mij en vervolgens Lars een hand. Daarna pakt hij een uitklapbare stoel en gaat voor me zitten. Uit zijn borstzakje haalt hij een zwarte merkstift. Ik moet mijn operatiehemd van hem uitdoen zodat hij de operatie kan voorbereiden. Ik laat het hemd van mijn bovenlichaam en armen afglijden. Lars is achter de chirurg gaan staan. Hij neemt het hemd van me aan. Ik sta nu alleen in mijn slipje voor ze. De arts begint met de stift zwarte stippellijnen, strepen en pijlen op mijn borsten te tekenen. Alsof ik niet besta. Lars kijkt zwijgend maar geconcentreerd toe, zoals bij alle andere doktersafspraken. Hij mist niets en hij zal vragen gaan stellen als iets niet duidelijk is. Nu slikt hij alleen even.
Of ik gehecht ben aan een moedervlek, vraagt de arts. Ik kijk naar mijn borsten en vraag me af waar hij het over heeft. Als hij nu gevraagd had of ik gehecht ben aan ze, had ik dat logisch gevonden. Maar een moedervlek? Hij omcirkelt met zijn stift de moedervlek aan de zijkant van mijn rechterborst. Nee, zeg ik nors. Hij zegt dat hij de vlek ook verwijdert. Anders komt de moedervlek zo prominent in beeld en dat is zonde.
Dat is zonde. Ik laat de woorden op me inwerken. Ik zou hem willen vertellen wat pas echt zonde is, maar hou me in. Hij wil alleen maar zijn werk goed doen. Hij draait de dop weer op de stift en zegt dat we elkaar weer zien in de OK. Ik trek mijn operatiehemd weer aan. Op de een of andere manier weet ik hem nog op een normale manier gedag te zeggen.
Ik ga op het ziekenhuisbed liggen. Lars kom naast me zitten en pakt mijn hand vast. We zeggen niets tegen elkaar. Er valt niets meer te zeggen. We hebben al voordat de artsen de amputatie voorstelden, besloten dat deze operatie het beste is. Lars heeft zelfs gezegd dat hij me liever zonder borsten heeft, dan met borsten die me levensbedreigend ziek kunnen maken.
Sinds de diagnose heeft hij ze met geen vinger meer aangeraakt. Wat jammer dat we niet meer van mijn borsten genoten hebben. Straks kan het niet meer. Over een paar uur zijn ze weg en ben ik ze voor altijd kwijt. Ik staar door het ziekenhuisraam naar buiten als ik tegen mijn tranen vecht.
Twee verpleegkundigen komen binnen. Ze gaan bij het voeteneinde van mijn bed staan en zeggen dat het tijd is. Ik knik en kijk naar Lars. Hij trekt een vies gezicht naar mijn borsten en zegt dat hij blij is dat die rotzooi nu eindelijk wordt weggehaald. Ik duik wat dieper onder het dekbed en leg mijn handen op mijn warme borsten. De verpleegkundigen halen het bed van de rem. Ik kijk naar het plafond en ik zie de tl-verlichting in lange strepen boven me langs glijden. Lars loopt naast me. De verpleegkundigen praten met me, ineens moeten ze hard lachen. Ik weet niet waarom.
We maken een bocht en mijn bed wordt een lift in gereden. Daar ga ik dan. Langzaam loopt er een traan langs mijn wang. Een verpleegkundige zegt dat ik een lieverd ben terwijl ze haar hand op mijn schouder legt. Lars knuffelt me. Dan word ik de gang voor de OK ingereden. Lars geeft me een zoen op mijn mond en zegt dat hij van me houdt. De klapdeuren gaan dicht en dan ben ik alleen met de verpleegkundigen die me richting de OK duwen.
Ik staar naar het plafond terwijl ik mijn borsten heel stevig beetpak.

*

Nergens staat dat het verboden is om topless te zonnen. Opgefokt draai ik me weer om naar dat wijf. Mijn blik wordt meteen naar haar tieten getrokken, met harde roze tepels alsof het zuigsnoepjes zijn. Tegelijk ben ik doodsbang dat ze me ziet loeren. Ik kijk naar mijn nieuwe borsten die verborgen zijn onder mijn bandeautop. Mijn ogen worden groot als ik zie dat mijn topje iets is afgezakt. Een stuk litteken steekt boven de stof uit. Snel, zodat niemand het ziet, trek ik het op. Als mijn vingertoppen langs mijn borsten gaan, huiver ik. De huid ervan is het enige wat hier koel is. Ik buig mijn hoofd, doe mijn ogen dicht en stel me voor dat ik verdwijn onder de golven en weg drijf. Met iedere golf een stukje verder van hier. Ik hoor kinderen schaterlachen. Ik open mijn ogen en wil het uitgillen. Op het water slaan. Schreeuwen. Tegenwoordig ga ik als eerste naar boven als het tijd is om naar bed te gaan. Als Lars nog in de badkamer staat om zijn tanden te poetsen, lig ik al in bed met het dekbed opgetrokken tot aan mijn kin. De lichten in de slaapkamer laat ik sinds de operatie uit. In het donker lig ik te wachten tot Lars de slaapkamer binnenkomt. Met mijn handen op mijn borsten die hard en koud zijn. Het kost me moeite om te herinneren hoe het was toen ze nog zacht en warm waren. Iedere avond probeer ik me het voor de geest te halen. Ik wil het niet vergeten want dan is dat deel van mezelf ook voor altijd weg. Als Lars op de tast in bed stapt, blijf ik op mijn kant liggen. Ik wacht gespannen af tot hij vraagt of ik bij hem wil liggen. Ik durf het niet. Vraag me af hoe het zou zijn als hij mijn nieuwe borsten aanraakt. Het zou niet de eerste keer zijn. Hij kent mijn lichaam. Hij heeft mijn wonden verzorgd, de hechtingen gecontroleerd, altijd alert of het met de genezing goed ging. Hij heeft nooit tegen me gezegd dat hij me nu minder mooi vindt of dat het jammer is dat mijn borsten zijn geamputeerd.
En toch is het net alsof ik hem met mijn borstkanker verraden heb. Dat ik expres iets van hem heb afgepakt in de wetenschap dat ik het nooit meer terug kan geven.
Ik heb dat nooit tegen hem durven zeggen. Hij doet op zijn beurt alsof er niets aan de hand is en praat er niet meer over. Alsof hij mijn kanker en alles wat het heeft vernietigd, zo dood kan zwijgen. De stilte is als een enorme oceaan tussen ons in komen te staan. Of we die afstand ooit gaan overbruggen weet ik niet.
Zo had ik het genezen zijn niet voorgesteld. Soms ga ik nog liever dood dat af te wachten of al mijn behandelingen wel de moeite waard waren. Mijn dochter Isa is de enige die me nog hier houdt. Alleen als ik bij haar ben is het niet alsof ik verdrink in het normale leven. What doesn’t kill you makes you stronger, heeft een verpleegkundige eens tegen me gezegd. Het is gelul. What doesn’t kill you makes you wish you were dead.