Categorieën
Non-fictie

Wat is er aan de hand?

Het witte vel staart me aan, ‘kom dan met iets’ zegt het tegen me. Wanneer is beginnen aan een verhaal moeilijk geworden? Ik zit teveel in mijn hoofd, mijn vingers moeten de baas zijn. Ik houd ervan als mijn vingers de baas zijn. Tijdens het spelen op de viool weten mijn vingers hun weg over de snaren, dansen van de ene noot naar de andere, mijn hoofd komt er niet aan te pas, krijgt de ruimte niet eens om er te zijn.
Ik zeg je eerlijk, ‘ik’ speel niet, mijn vingers spelen. Zo werkt het ook voor het merendeel met schrijven, maar wat is er nu dan toch aan de hand? Zijn mijn woorden op? Nee, dat is een illusie.
Mijn hoofd is druk genoeg, dat blijkt al wel door mijn intense nachten: veel dromen, lange dromen, hectische dromen, dromen die levensecht lijken en zo een passage uit een boek zouden kunnen zijn.
Mijn vingers zijn mijn favoriete lichaamsdeel: je kan ermee creëren, alles creëren wat je maar wilt: muziek; kunst; liefdes expressies..
Je kan er ook alles mee aanraken wat je fijn vindt, mits je van sommige dingen toestemming hebt, natuurlijk.
Ik houd er ook van wanneer mijn vingers hun weg zoeken door de aarde, voorzichtig graven, aarde opzij duwen, de aarde klaarmaken om een nieuw zaadje te kunnen ontvangen. Zoals wortels zich vervolgens een weg vinden door de aarde, zo doen mijn vingers dat ook.
Dus met mijn vingers is niks mis. Ze doen het uitstekend. Emotionele blokkade soms? Goed mogelijk.
Wist ik dat al? Nee, nu pas.