Categorieën
Non-fictie

Was-goed

Was-goed
Sommige dingen veranderen nooit, denkt Lena Tussenweg, terwijl ze de was opvouwt in haar nieuwe woning. In elk van de dertien huizen waar ze heeft gewoond stond een wasmand. Die vulde zich elke week gestaag met vuile sokken, broeken, shirts, thee- en handdoeken die gewassen, opgehangen en opgevouwen moesten worden, tot nette stapels. Hoe moeilijk kan het zijn, zegt ze tegen zichzelf. Het leven is een aaneenschakeling van wekelijks weg te werken wasmanden.

‘Voor elke huis in Nijmegen staan ‘du moment’ driehonderd mensen in de rij mevrouw’, had de makelaar die zich voorstelde als Olivier, gezegd, terwijl hij haar de brochure overhandigde. ‘Een ruime tussenwoning met serre en een onder architectuur aangelegde stadstuin op vijf minuten van het centrum. Zegt u nou zelf, waar vind je dat nog? Ik raad u aan snel te reageren. Tenminste als u serieuze interesse hebt.’ Hij had haar een moment met toegeknepen ogen opgenomen en zich daarna op zijn glimmende van Bommel schoenen omgedraaid en haar door gelaten.

Hoezo dacht deze Olivier dat ze geen serieuze interesse had? Omdat ze snel even in haar oude regenjas was geschoten? Arrogante eikel. Ze was er niet op ingegaan, had hem vriendelijk toegeknikt en een compliment gemaakt over de prachtige brochure. Altijd direct een goed klimaat scheppen, was de eerste les in onderhandelen, ook al zit iemand meteen zwaar in je allergie.

Ze schoof langs hem de de hal in en ging op zoek naar de tuin. Op Funda had het haar een oase van rust in geleken en de folder beloofde Portugese tuintegeltjes en een heuse waterpartij. Met grote passen liep ze opgewonden door de woonkamer naar de tuindeuren om perplext te blijven staan. Was dit wel het goede huis? Ze keek nog eens naar de plaatjes in de folder. Dat kon toch niet? Een scheef golfplaten afdak voor de fietsen stond nergens op de foto’s. En was dat hoopje stenen in de hoek, waar een minuscuul stroompje water uitliep, dezelfde enorme waterpartij als die ze had gezien? Het had meer weg van een gesprongen leiding. Vast met een groothoeklens genomen. Maar met de ruimte kon ze wel wast. Lena wist nu al zeker dat zij hier iets moois van zou kunnen maken. Ze zag haar bloempotten met lavendel al staan en met achter in een gietijzeren bankje onder de Plataan.

De huizenmarkt was al maandenlang compleet overspannen. Te weinig huizen voor te veel mensen. Je moest op Funda als een valk blijven rondcirkelen en je als een steen laten vallen als je een huis spotte. Ze had de torenvalken vaak genoeg gezien als ze over de dijk terugreed naar hun verbouwde fabriek. De imposante vogels zweefden rustig aan de hemel op zoek naar een prooi. Met hun scherpe ogen observeerden ze elke beweging op de braakliggende kleigrond. Om dan trefzeker naar beneden te storten en met hun klauwen de in doodsangst piepende muis vast te grijpen en niet meer loslaten.

Als directeur kon ze dat ook. Het was haar met het kopen van dit huis weer goed van pas gekomen. Ze had de zelfvoldane makelaar meteen na de bezichtiging verbluft de hoek ingedrukt met een flink bod boven de vraagprijs. Doeltreffend toeslaan en vervolgens vast blijven houden. Vooral dat laatste was belangrijk als je iets persé wilde hebben. Na alles wat ze tegen wil en dank had moeten loslaten was dit eindelijk een kort moment van euforie geweest.

Weer overnieuw beginnen. Ze wil het niet. Niet nog een keer. Ze trekt hard de wasmand naar zich toe. Het leven in de Ooijpolder, hun zelf verbouwde fabriek, hun rare rare patchworkgezin, ze was er gelukkig geweest. Maar het was als glibberige poldermodder door haar vingers geglipt. Ze voelt weer hoe ze met elkaar het drijfzand waren ingezakt, verder en verder, niet bij machte elkaar op het droge te trekken, om uiteindelijk kopje onder te gaan. De dikke moddermassa klotst nog steeds diep in haar en spuugt op onbewaakte momenten over de rand. Zo niet des Lena’s was het geweest om niets te kunnen doen. Ze had geduwd en getrokken, voorzichtig gemanoeuvreerd maar niets had geholpen. Machteloos was ze mee de diepte ingezogen.

Lena schudt haar hoofd om de opkomende gedachtestroom te stoppen. Op haar kleine rechte neus vormen zich kleine zweetdruppeltjes. Ze gaat wat rechterop zitten, pakt een nieuw T-shirt uit de mand en wrijft daarmee de druppels weg. Ze ruikt de vertrouwde geur van lavendel en slikt. Niet toegeven nu. Focus op de was. Ze heeft immers haar schilderijen en haar boekenkast nog. Achter de glazen deuren staan honderden boeken geruststellend op alfabetische volgorde. Verhalen van andere mensen waarin ze zo kan verdwijnen.

Uren kan Lena doorbrengen bij boekhandel Lire, drentelend tussen de schappen. Hoewel ze op haar werk razendsnel kan besluiten lukt haar dat hier niet. Te veel lekkernijen die vanaf de planken naar haar roepen: ‘Neem mij, neem mij.’ Gek wordt ze er soms van want ze mag van zichzelf maar één boek per maand kopen. Maar na het gezwoeg van de verhuizing, de brei die maar in haar maag bleef zitten en de feestdagen voor de deur had ze een uitzondering voor zichzelf gemaakt. Met twee romans in een doorzichtige plastic tas, was ze de winkel uitgekomen. Het duo had triomfantelijk zwierend aan haar arm gehangen en uitdagend naar buiten gekeken. Wie deed haar wat!

Ze trekt een groen geblokte theedoek uit de mand en vouwt hem in drieën. Haar theedoeken gaan langer mee dan haar relaties. Voorzichtig legt ze hem op de stapel. Met de goede kant naar voren, hoort ze haar moeder in gedachten zeggen. Eigenlijk had ze de theedoek voor het vouwen eerst moeten besprenkelen met water en moeten persen. In haar moeders linnenkast kun je een liniaal langs de stapels goed leggen. Maar wie doet dat tegenwoordig nog? Met een drukke baan en de zorg voor haar zoon is dat verspilling van haar schaarse vrije tijd.

Lena zucht en kijkt door het pas gezeemde raam (altijd met een krant na poetsen) naar de huizen aan de overkant. Eigenlijk is elke buurt hetzelfde. Een handvol huizen en tuinen met slordige levens erin. Dertiger jaren huizen, nieuwbouw huizen, grachtenpanden, ze heeft alles wel zo’n beetje gezien. Overal wonen dezelfde mensen. Is niet elk huis en elk leven inwisselbaar? Lena zucht opnieuw en pakt een witte Calvin Klein onderbroek uit de wasmand. Ze moet hoognodig de wederzijdse buren voor een kennismaking op de koffie uitnodigen. Zo hoort het, zo’n buurt is het.

‘Als je geen zin hebt dan moet je maar zin maken Lena.’ Weer schudt ze haar grijze krullen. Het kerststukje op de tafel trilt ervan. Hoe irritant is het dat sommige zinnen al vijftig jaar door haar hoofd dreunen omdat ze verdomme (dat is een vloekwoord) te lang op gereformeerde scholen heeft gezeten. Ze legt de vers gevouwen onderbroek expres andersom op de stapel. Dat zal ze leren.

Schuin tegenover haar gaat een raam open. Daar woont een pianist weet ze al. De aria’s van Chopin dartelen elke ochtend, na een onrustige nacht van onbekende klappende deuren en het gestommel van haar zoon op de plankenvloeren zolder, haar slaapkamer in. Ze verkeert nog steeds in een opperste staat van alertheid die maar niet wil overgaan. Bij elk geluid schiet ze overeind om uiteindelijk onder de morgen na urenlang draaien en malen in slaap te sukkelen.

Het dagelijkse pianorecital legt over alles, wat zich in de ochtend als een schok weer aandient, een zacht wollen dekentje. Soms lijkt het wel of ze droomt, alsof zij Lena per ongeluk in het verkeerde bed wakker wordt. Maar voor ze beseft dat alles werkelijk waar is, is de muziek haar oren al in geglipt en verwarmt haar gekneusde hart met fluweelzachte tonen. Het maakt dat ze de nieuwe dag kan dragen.

‘Huis te koop met gratis virtuoze aria’s van Chopin bij het ontwaken’, dat zou nog eens een goede verkooptekst zijn, denkt Lena. Maar makelaars hoeven tegenwoordig hun best niet meer te doen. Zelfs een rondleiding is al te veel moeite. Ze drukken een brochure in je handen en zoek het verder maar uit. Of er geen klant is die antwoord wil hebben op vragen over houtworm of het verkeerslawaai. Of het gaat om een pak koffie en niet om een huis van vier ton. Respectloos is het en gemakkelijk verdienen. Ze spuugt erop.

Lena drukt de stapels wasgoed stevig aan. Ze heeft het warm. Ze moet zich ook niet zo mee laten sleuren. Gewoon doorgaan en haar best blijven doen. Het leven is een geschenk. Ook al zit je niet op dat geschenk te wachten en ben je soms liever een torenvalk. Ze rolt de laatste sokken op en knikt naar de stapels in haar wasmand. Ze zal er mee moeten dealen. Het begin is er. Nu de rest nog.