Categorieën
Non-fictie

Vijf

Eén. Jullie waren altijd één. Altijd samen als Adam en Eva en Bonnie en Clyde. Papaenmama, te close voor spaties. Nu staat er een punt op de plek van een komma; de zin van het leven verward achterlatend. En nog steeds is het een vraagteken. Het was een donderdag, midden in een hete zomer. Ik dacht dat jullie een grapje maakten, maar er viel niets te lachen. Ben naar boven gerend, heb gekeken naar mijn muur vol foto’s. Versteende tijd die niet meer bestond.

Twee jaar later zit ik op dezelfde bank als waar ik die donderdag zat. Het is herfst. Een ander huis, een andere jongen. Dezelfde foto. Wat doe je als het te vroeg is voor vragen en te laat voor antwoorden? Wat doe je als je toekomst niet meer zeker is? Blijf je kijken naar het verleden of laat je de seizoenen hun werk doen?

Drie volwassenen, hun vragen identiek aan die van een kind. Maar waarom dan papa? Maar hoezo dan mama? Net zoals vroeger volgt er geen gewenst antwoord. I guess some things will never change. Net zoals de sneeuwvlokken die nu naar beneden dwarrelen. Net zoals de personen op die foto.

Vier het leven in zijn geheel, ook al is er iets kapot. Dat is wat jullie ons leerden. Af en toe lacht mama weer zoals vroeger, soms loopt papa weer fluitend door het huis. Ik kijk omhoog van de foto door het raam naar buiten. Er vormen zich bloemknoppen aan de uiteinden van de stelen. Een koppel Turkse tortels loopt afzonderlijk van elkaar door de tuin heen. Het wordt weer lente.