Categorieën
Non-fictie

Knettergek

KNETTERGEK

Het was een mooie winterochtend eind februari 2020. Ik stond in mijn geruite jas en met gestifte lippen de displays op de voorbijkomende metro’s te lezen, overlopend van liefde voor mijn pasgeboren zoon Vic. Mijn leven op dat moment verliep als een sprookje. Blakend gezonde baby gebaard, gesolliciteerd bij de inspectie voor onderwijs (mijn droombaan) en Philip in opleiding tot medisch specialist. Een beetje schuiven met de borstvoeding nog, intens gelukkig met mezelf als kersverse moeder. Ik voelde me zo sterk als een leeuw!
De metro kwam het station binnenrijden. Aan de rand van mijn gedachten ontstond een waas. In de verte las ik Coolheaven op het display. Haven of heaven. Het scheelde maar één letter. Reed deze metro naar de hemel? Was Jules Deelder er ook?
De leeuw was een angsthaas geworden.

Paulien nam gelukkig de telefoon op. Een paar haltes later stapte ik de frisse winterlucht in. Ik wandelde naar huis, gaf stilletjes Vic en Philip een kus en ging bevend in bed liggen. Ik hoorde Paulien aanbellen. Bezorgd en serieus kwam ze de slaapkamer binnen. Bel jij de huisarts even, zei ze tegen Philip.
Tegen mij sprak ze lieve woorden. Ze streelde door mijn haren. Ik was zo dankbaar dat ze er was en mij niet alleen liet. Ik begreep wel dat er iets niet klopte, maar mijn lichaam was in orde. Geen dokter nodig. Philip bracht me naar de huisarts, maar omdat het druk was moesten we lang wachten. Hij gaf me een bekertje gekoeld water en ik bleef maar huilen. Ik zag de mensen niet, ik zag de assistente niet en de huisarts niet. Ik snikte. Ik wiegde heen-en-weer, diep verstopt in mijn waas, als prinses Leia alleen op haar planeet. Ik bekeek van dichtbij alles ver weg. Dat vond ik heel apart, dat ik daar zat, maar er niet was.
Zal ik een statistiek voor u uitrekenen, vroeg ik semi-intelligent aan de huisarts, vlak voordat ze het Erasmus MC belde, maar ze gaf geen getallen op omdat ze sprak met de psychiater. Philip en ik wandelden hand in hand terug naar huis. Ik ga er vanuit dat Philip in paniek was, maar dat kon ik niet goed zien. Ik hoorde alleen de rietkraag naast het slootje ruisen en dacht telkens: ik weet precies waar ik ben. Dat is de vijver. Dat is de straat naar huis. Ik had geen idee dat ik psychotische tekenen vertoonde.
Wat de crisisdienst en mijn schoonouders in onze benedenwoning deden weet ik niet. Het gesprek duurde lang. Ze is oververmoeid door slaapgebrek. Hallucineert daarom. Een paar nachten goed slapen. Een pammetje slikken. Maar eenmaal met Vic en Philip in het huis van mijn schoonouders aangekomen, ging het snel.
Het was duister in de kamer waar ik met Philip sliep. De waas aan de rand van mijn gedachten rukte op, maakte me bang. Philip zei telkens op lieve toon: ‘ik blijf bij je’. Maar ik verdween en zoomde uit. Bekeek de wereld van een afstand, uit mijn eigen ruimteschip. Ik vloog naar een andere planeet.
Na drie dagen vertel ik Philip -tijdens een wandelingetje met Vic- dat ik steeds vaker denk aan de hemel, het enige wat me nog rust geeft. Dat ik het niet snap. Ik heb alles, toch? En dan komt die waas weer.
Opnieuw de crisisdienst. Nu op zaterdagavond bij mijn schoonouders aan de eettafel. Mijn ouders zijn er ook. Gezellig. Iedereen mooi aangekleed. Alleen de meneer van de crisisdienst Noordwest-Brabant valt wel een beetje uit de toon met zijn bemodderde bergschoenen. ANWB-stijl is hier niet de dresscode. Mijn vader en schoonvader dragen gepoetste brogues.
Later vertelde Philip dat hij mij grapjes over paaseitjes had horen maken bij binnenkomst in het ziekenhuis. Dan ben ik alleen in een kamer op de PAAZ. Vic is er ook niet meer.
Ik sta op de top van de Erasmusbrug met Vic in mijn armen zachtjes kinderliedjes te zingen en zie de skyline van Rotterdam terwijl de verpleegster mij in bed probeert te krijgen – ik voel het nog steeds alsof ik Vic echt in mijn armen had, vanaf de top van de Erasmusbrug naar mijn kamer in het ziekenhuis, gelijktijdig. Maar als ik de volgende ochtend aan het ontbijt zit in de gezamenlijke woonkamer maak ik grapjes met Marieke. Ze zit tegenover mij en kijkt me leeg aan. Ik wil haar opvrolijken. Ik vraag haar: ‘waarom is een beer bruin?’ Ze blijft stil. ‘omdat hij in de winter in zijn hol slaapt.’ Samen gieren we het uit.
Ik kan mijzelf overal de schuld van geven.
Ik kan mijzelf alles kwalijk nemen.
Ik kan denken dat ik de slechtste moeder ooit ben, terwijl ik het zo graag goed wil doen na alle jaren van fertiliteitsbehandelingen en drie late miskramen.
Een pasgeboren hertje springt in het bos, mijn rode speelgoed klarinet fluit valse tonen en de dauwdruppels glinsteren in de zon. De groene knoppen en jonge blaadjes zijn adembenemend mooi. Ik kan al die dingen tegelijk ervaren en ik durf het alleen aan de psychiater te vertellen. Het beangstigd me.

Proposal Knettergek geschreven door Merel Meijer (autobiografisch verhaal)

Beste lezer,

Graag vraag ik je aandacht voor mijn taboedoorbrekend en bijzonder verhaal. Het gaat om het verhaal Knettergek.
Ik durf als een van de weinigen in Nederland open en eerlijk te vertellen over mijn psychische aandoening, die zich in alle hevigheid openbaarde na de geboorte van mijn zoontje. Hier rust een stigma op.
Knettergek is een verslag van een jonge vrouw die wel het lef heeft om te vertellen over haar mentale problemen. De namen zijn pseudoniemen, de gebeurtenissen echt.
Knettergek voelt de jonge moeder Merel zich, als ze een maand na de geboorte van haar zoontje Vic wordt opgenomen op de PAAZ (psychiatrische afdeling van het algemeen ziekenhuis). Haar gedachten over de dood, het verlangen om te sterven en de psychotische verschijnselen nemen haar steeds meer over. Wat volgt is een ontroerend eerlijk verslag met pijnlijke humor over hoe Merel de eerste weken doorbrengt. Hoe ze maar niet begrijpt waarom ze is opgenomen, haar zoontje Vic zo mist en het onbegrip bij vrienden. Haar geheugen en taalvermogen bleven onaangetast.
De gebeurtenissen in Knettergek zijn soms diep verdrietig, maar vaker bijzonder grappig. Maar bovenal voel je de kracht en de wil van de auteur om door middel van de liefde voor haar zoontje Vic en humor het hoofd boven water te houden in een heel moeilijke situatie. Het is die balans die Knettergek tot een bijzonder verhaal maakt.
Uiteraard doe ik met Knettergek mee aan de wedstrijd.
Ik hoop heel graag van je te horen!

Hartelijks,
Merel