Categorieën
Non-fictie

Het plein

Het was een warme zomerdag in juli.

Vanachter haar zonnebril tuurde ze genietend in de verte. Zittend op een heuvel in het gras had ze een prachtig uitzicht over de stad en het plein. Over een aantal jaar zou ze in deze omgeving haar eigen appartement kopen.

Op het plein gebeurde altijd van alles, zo ook nu. Kinderen speelden lachend met een bal terwijl hun moeders trots toekeken. Een groepje scholieren lag bij elkaar op het felgroene stukje gras aan de rechterkant van het plein. Ze keken dromerig naar de wolken en lieten hun hoofd rusten op de zware boekentas.

In het midden van al dat moois waar ze naar keek stond een oude donkergroene lantaarnpaal met een klok. 5 voor 3 vertelden de antieke wijzers. Ze had nog 5 vrije minuten. 5 minuten om haar gedachten te laten gaan, 5 minuten om in gedachten mee te lachen met de mensen die zich op hetzelfde tijdstip op dezelfde plaats bevonden.

Aan de overkant van het plein zaten mensen op een terras. Zakenmensen zaten te genieten van een late lunch. Een oudere man las de krant onder het genot van een dampend kopje koffie en keek af en toe op naar de vier dames naast hem die elkaar blijkbaar jaren niet hadden gezien.

Naast dit grand café zat een kruidenierswinkel. Een verkoper in een donkerblauwe jas bracht een kist met glimmende appels naar buiten en zei vriendelijk gedag tegen een jonge moeder met haar kind. Haar echtgenoot had zojuist bij de kiosk een krant gekocht en stond op hun te wachten. Arm in arm liepen ze samen richting een van de steegjes de verkoelende schaduw tegemoet.

Het was een warme zomerdag in Juli.

Langzaam gleed haar vinger over de vrolijke gezichten. Ze wreef over de oude bleek geworden ansichtkaart en tuurde naar buiten. Naar het plein zoals deze op de ansichtkaart was getekend. Ze zuchtte zachtjes en volgde een regendruppel op het raam die zich bij een andere druppel voegde en verder naar beneden droop. Het plein zag er troosteloos, grijs en verlaten uit.

Het terras was geen terras meer maar een grote supermarkt. De kruidenierszaak was nu een bioscoop met een parkeergarage. Aan de overkant zat een hotel met een café, hier was niemand te bekennen. De plekken die mensen ontspanning konden bieden waren gesloten. Mensen zaten net als zijzelf, in hun eigen huis. Al maanden had ze geen spelende kinderen en scholieren meer gezien. Het enige wat net als de seizoenen gewoon door ging waren de wijzers van de oude, antieke klok.

Ze dacht terug aan de tijd dat de ansichtkaart was getekend en er verscheen een lach op haar gezicht. In haar gedachten ging ze terug naar die warme zomerdag in juli. Ze voelde de zonnestralen op haar huid en hoorde de geluiden alsof ze er werkelijk was.

De klok sloeg 3 uur.
Het was niet de klok dat geluid maakte. Ze keek verdwaasd op naar haar telefoon die rinkelde en ineens zag ze haar kleinzoon lachend in het scherm verschijnen. “Dag oma“ zei hij met een opgewekte stem. Haar kleinzoon vroeg elke dag om 3 uur via Facetime hoe het met haar ging. Van de warme zomerdag in juli ging ze naar een regenachtige dag in november.

Ze kon niet wachten tot ze weer kon genieten van het uitzicht. Van het uitzicht op het plein waar mensen bij elkaar kwamen om met elkaar te lachen, te lunchen en te genieten van hun vrijheid.

Was het nu maar een warme zomerdag in juli.