Categorieën
Non-fictie

En zij zingt voor hem

EN ZIJ ZINGT VOOR HEM

2008. Aan de voet van de bergketen Aladaglar in Turkije staan vier blauwe tweepersoonstentjes en een grotere witkatoenen tent waar gekookt en gegeten wordt. Dat is ook waar Rustem en Suleiman slapen. Rustem is boer maar als zijn beesten ’s zomers in de bergen grazen verdient hij bij als berggids, deze week als de onze. Suleiman is de kok. De twee taaie bergpaardjes die ons eten en het grootste deel van onze persoonlijke benodigdheden zullen vervoeren staan aan hun touwen gemoedelijk te grazen. De meesten van ons kennen elkaar, behalve Ans en Chris, die hebben elkaar nog nooit ontmoet.
We genieten met z’n allen in de avondzon die de vallei beneden ons langzaam doet verkleuren van gelig naar rozerood. De opgetogen atmosfeer verbergt keurig de onderliggende spanning van wat er komen gaat.
Een paar van ons hebben deze doorsteek al eerder gemaakt maar iedere keer is anders. In een week tijd 3000 meter de hoogte in en daarna weer naar beneden. Daarboven weet niemand precies hoe het er zal zijn. Hoeveel sneeuw, hoeveel wind en hoe de ijle berglucht ons zal bevallen.
De geur uit de kooktent waar de stille Suleiman zich het grootste deel van onze reis zal verstoppen als we op onze rustplaatsen zijn aangekomen ruikt Oosters. Wat dat betreft is het een snoepreisje. Geen zware rugzakken, tentjes worden voor ons opgezet en koken hoeven we ook niet. Alleen onze voeten en longen zullen op de proef worden gesteld.
Wij maken ondertussen met een biertje in de hand een slaapplan. Ans is een sportieve rustige vrouw van 50, en Chris een hele fitte kerel uit Engeland die er veel jonger uitziet dan zijn 75 jaren met een enorm gevoel voor humor. Willen die twee, die elkaar nog maar net voor het eerst de hand hebben geschud, wel samen in zo’n krap tentje? Of ruilt een van de stellen zodat Ans samen met een vriendin en Chris met een vriend een tentje deelt? Nee hoor, ze vinden het geen van beiden een probleem. We zijn hier toch in de bergen om te wandelen? En hebben ieder onze eigen slaapzak. Klaar.
Toch is het spannend die eerste nacht, horen wij. Chris blijft maar doorkletsen. En Ans blijft beleefd antwoord geven totdat ze alleen nog een slaperig ‘hmmmm’ kan voortbrengen. Als Chris eindelijk uitgerateld is horen wij enkel het geluid van de grazende paardjes en een eenzame uil.
De volgende ochtend zijn wij al vroeg uit de veren om na het ontbijt de veters van onze vers ingevette bergschoenen stevig aan te trekken en daar lopen we. De hitte zal ons gedurende deze ochtend inhalen want we zijn nog laag. Het is al snel duidelijk dat niet iedereen hetzelfde tempo heeft en de groep loopt verdeeld zonder elkaar uit het oog te verliezen. Rustem en Suleiman zijn nog aan het inpakken om ons met de paardjes tegen lunchtijd in te halen.
We horen ze van ver aankomen. De potten en pannen, hangend aan beide zijden van de paardenruggen boven op de rest van de bepakking, spelen hun eigen deuntjes die vrolijk door de berglucht galmen.
Die avond liggen we er allemaal vroeg in. Chris is na een paar opmerkingen uitgekletst, duidelijk meer op zijn gemak. Ans was vanaf het begin al op haar gemak en het duurt niet lang of we zijn allemaal vertrokken. Op wat gesnurk of een enkel scheetje na is het doodstil.
De volgende dag herhalen wij ons patroon. We komen in het ritme van de bergen en gaan langzaam op in hun ongerepte ruigheid. In de verte zien we de eerste sneeuw. ’s Avonds kruipen we allemaal doodmoe maar heel tevreden weer vroeg onze tentjes in en zelfs Chris heeft nu ook helemaal niets meer te zeggen.
Zo wandelen, klimmen en hijgen wij verder. Er zijn misschien momenten dat bijna iedereen wel even denkt, waar ben ik aan begonnen. Maar niet Ans en Chris. Die hebben elkaar helemaal gevonden. De magie van de bergen heeft hen goed te pakken.
Op dag drie komen we aan in het zadel en zien we in de verte het kamp liggen waar we twee dagen zullen bivakkeren. We lopen inmiddels in de sneeuw en de blauwe tentjes zijn door Rustem en Suleiman alweer opgezet bij een klein stroompje. Op een rotsblok in een metalen bakje waar de ijspegeltjes aan hangen ligt een stukje zeep. Onze badkamer.
Nadat we gegeten hebben wordt er nog wat nagepraat en gelachen. De sfeer is ongedwongen maar het wordt al snel te koud. De gure wind die is komen opzetten samen met een gemeengrijze lucht doet ons na een razendsnel bezoek aan de badkamer vlug onze slaapzak opzoeken.
De volgende dag is het plan om de Demirkazik te beklimmen, 3.756 meter hoog. De ijskoude wind wil helaas niet gaan liggen maar iedereen is er voor om toch te gaan. Vijf klimmen er naar de top. De rest is op verschillende plekken afgehaakt, ook Chris, en ziet zittend in de sneeuw toe hoe de overwinnaars op de kam staan te juigen, de stoere enthousiaste Ans een van hen. Als de vijf weer naar beneden zijn geklauterd steekt Chris zijn respect niet onder stoelen of banken, vooral niet voor Ans.
Het is gek daar in die bergen. Je wil er blijven maar ook weer niet. Het opbreken van het kamp op een stralende ochtend onder een strakblauwe lucht met de sneeuwtoppen zo scherp omlijnd tegen de horizon dat je ogen ervan gaan tranen, brengt een bepaalde niet uit te leggen melancholie. Net als we gaan lopen klinkt het of er van uit de verte een trein aankomt. Het geluid blijft ijzig langzaam aanzwellen tot het voelt alsof het gevaarte met een enorme snelheid de valei indendert en onze blikken ontmoeten elkaar met een mengeling van verbazing en angst. Rustem herkent het geluid meteen. Een lawine waar vanmorgen nog iemand van de groep voor het ontbijt een kleine wandeling heeft gemaakt. Het geraas verdwijnt net zoals het op kwam zetten en we vertrekken.
Het duurt niet lang voor we stevig beginnen te dalen en van onder de sneeuw op plekken de ruige rotsen weer tevoorschijn komen. Er wordt behoorlijk gezucht en gesteund. Spieren en gewrichten protesteren. Afdalen na een aantal dagen klimmen is wel wennen. Maar niet Ans hoor, die lijkt wel een berggeit, terwijl Chris altijd heel geduldig klaarstaat als iemand even wat hulp nodig heeft.
Na twee dagen afzien lopen we de bewoonde wereld weer binnen. Een piepklein dorpje verstopt tussen de rotsen naast een enorm gat waar met oorverdovend geweld een massa kolkend wit water uit komt bulderen zodat iedereen moet schreeuwen om elkaar te verstaan.
Die avond zitten we uitbundig bij elkaar in frisse kleren met blije voeten in slippertjes na een echte douche met heet water. Chris is helemaal door het dolle heen met verhalen die zo op onze lachspieren werken dat we het uitgieren en windt er geen doekjes om. Die is duidelijk zo verliefd als een jonge knul en Ans die naast hem zit ziet er met haar blozende wangen dolgelukkig uit. Nog een dag lopen, dan een dagje uitrusten in Cappadocie en we zitten alweer in de bus op weg naar Istanboel.
In die bus zitten Ans en Chris wat stilletjes naast elkaar. Er is iets veranderd tussen hen. Al die lol die ze samen en met ons hebben gemaakt lijkt in de bergen te zijn achtergebleven. De realiteit van meer dan 20 jaar leeftijdsverschil en zodirect de Noordzee weer tussen hen in is ook niet niks. Misschien is het dat. Eigenlijk is de hele groep wat stil want overmorgen nemen we allemaal afscheid van elkaar en zijn de bergen een herinnering.

2013. Een gezelschap van een man of 60 verzamelt zich in de kapel op een landgoed ergens net buiten Londen. Een aantal van hen, familie en vrienden van Ans, is over komen vliegen vanuit Nederland. Drie man van de groep die samen met Ans en Chris de bergtocht hebben gemaakt zijn er ook. Wij hebben het zien gebeuren en zijn op een gegeven moment gaan hopen dat het zou gebeuren. Vandaag vieren Ans en Chris dat zij officieel man en vrouw gaan worden. Twee lieve eerlijke mensen met ieder ooit hun eigen verlies, die misschien allebei wel dachten dat hen dit nooit meer zou overkomen, door de bergen samengebracht. Romantischer kan haast niet. En wij waren erbij.
Chris is compleet van slag. Ans lijkt heel rustig. Haar vertrouwen in hem en in de toekomst straalt van haar af. Echt waar, hun liefde sprankelt een aanstekelijke lichtheid over iedereen die in dat kapelletje zit. We voelen het allemaal.
Het begint. Er worden veel neuzen gesnoten, vooral die van Chris. Dan klinken de eerste klanken van de piano. Ans loopt erheen, draait zich om, richt haar blik op haar man, haalt eens diep adem en begint te zingen. Een liefdeslied. En zij zingt voor hem en hem alleen. Wij luisteren en aanschouwen terwijl zij weer even helemaal samen in hun kleine blauwe tentje lijken te zijn.