Categorieën
Non-fictie

Een moderne farao en ouderwetse emoties

Een moderne farao en ouderwetse emoties

De geur van zijn aftershave dringt mijn neus binnen. Het is sterker dan de andere geuren van de kruiden waarmee het vlees gekruid is en de sigarettenrook dat de hele zaak vult. Deze aftershave heb ik samen met mijn moeder en zusje zorgvuldig uitgezocht als cadeau voor Vaderdag net als de andere aftershaves die hij draagt.
De aftershave uit zijn collectie die ik het meest kan waarderen, bestaat uit topnoten van koriander, dragon en bergamot, gevolgd door hartnoten van patchoeli, kaneel, jasmijn en vetiver en eindigt met basisnoten van tonkaboon, amber, eikenmos en vanille. Het is een sterke kruidige fougère geur dat lang blijft hangen en is alleen geschikt voor de klassieke masculiene man. Een man die de baas is en waar iedereen naar luistert zoals een koning of farao.

*

In het Rijksmuseum van Oudheden bewonder ik vaak de sieraden die mijn mogelijke verre familieleden tijdens hun leven droegen en die met hun lichamen zijn begraven. Ook bekijk ik uitgebreid de rijkversierde glazen flesjes en vaasjes die voor verschillende cosmeticaproducten zoals kohl en parfumolie werden gebruikt.
Al sinds 1620 zijn er blijkbaar mummies en andere objecten meegenomen naar Leiden die uit Egypte zijn ontvreemd. Eigenlijk wonen er dus al minstens 400 jaar Egyptenaren in Leiden. Leiden, de stad waar mijn vader bijna zijn hele leven heeft gewoond en gewerkt. Leiden, de stad waar ik ben geboren, naar school ben gegaan en heb gestudeerd maar toch niet echt thuishoor. Dat we volgens anderen hier niet thuishoren wordt dikwijls duidelijk gemaakt.
We worden nog altijd beschouwd als buitenlander, vreemdeling, allochtoon, migrant, medelander, inwoner met een migratie-achtergrond of Nederlander met een niet-Westerse migratieachtergrond en behandeld als anders. De termen veranderen om de zoveel tijd maar het gevoel van er niet bij horen blijft hetzelfde.

*

Hij is nog steeds vlees aan het snijden. Als hij klaar is met de voorbereidingen, loopt hij naar de bar en rookt hij de rest van zijn sigaret op. Hij vraagt me om te helpen met de sauzen. Vaak genoeg help ik na school of in het weekend mee met sausbakjes vullen, servetten vouwen of inkopen doen bij de groothandels. Ik denk regelmatig na over hoe ik later de zaak samen met mijn zusje overneem, hoe we het tot een hippere zaak zouden transformeren en wat er op het menu zou staan.
Door de jaren heen merk ik dat de manier waarop klanten zich gedragen verandert. Klanten noemen mijn vader vaak “chef” of groeten hem gewoon met zijn naam. Later nemen sommige klanten niet eens de moeite om hem bij zijn naam te noemen.
Vanaf mijn vaste plek op de derde kruk observeer ik hoe zulke klanten binnenkomen en mijn vader groeten met “Hey, Achmed” of “Hallo, Mohammed.” Als mijn vader dan tegen de klant zegt dat hij niet zo heet, krijgt hij meestal als antwoord “Maar jullie heten toch allemaal zo?”. Mijn vader gaat dan lachen en noemt de klant vervolgens gedurende de gehele maaltijd willekeurige namen zoals “Henkie”, “Sjakie” of “Anita”.

*

Vele jaren later is het overnemen van de zaak niet meer mijn doel en werk ik aan het begin van mijn wetenschappelijke carrière. Op een vrije dag zonder plannen doe ik, nadat ik wakker word, mijn mobiel aan. Ik zie dat ik een paar gemiste oproepen heb van mijn vader.
Nog voordat ik mijn vader terug kan bellen, belt mijn zusje mij om me te vertellen dat een fase van onze leven over is. Het einde van een tijdperk is aangebroken en daarmee het einde van vele gebruiken. Geen willekeurige Arabische woorden in Engelse of Nederlandse zinnen. Niet meer dat ene handgebaar dat ‘even wachten’ betekent.
Ook geen gerechten meer die ik wel zelf kan koken maar die toch veel lekkerder zijn als hij ze kookt. Het einde van zelfgemaakte rijstepap met rozijnen en verse gepelde granaatappelpitjes in plastic bakjes. Geen zakken geroosterde pompoenpitten die uit Egypte zijn meegenomen.
Niet meer voorgesteld worden als oudste dochter aan oude mannen die vervolgens minstens een kwartier in het Arabisch met elkaar praten terwijl ik wacht tot het gesprek over is. Geen vader meer om mij door het gangpad te begeleiden en mij weg te geven als ik ga trouwen.
Gelukkig ook geen pijn en lijden door ziektes meer voor hem. Mijn oom vertelt mij een paar uur later hoe hij mijn vader heeft gevonden met zijn armen gekruist over zijn borst. Dezelfde houding die ik veelvuldig heb gezien in beelden van farao’s.

*

De geur van wierook vult de kerk. Kerkwierook is velen malen sterker dan alle sterke aftershaves samen. Het is een bekende geur voor mij. Normaal vind ik dit een lekkere geur en associeer ik het met devotie maar niet vandaag.
Alle kerkbanken zijn helemaal vol en achterin staan er ook nog een stuk of 30 mensen. Ik tel snel hoeveel kerkbanken er zijn, maak een schatting hoeveel mensen er op een bank passen en doe een snelle rekensom. Ik kom uit op ongeveer 250 mensen die aanwezig zijn. Ik ken er maar een stuk of tien.
Helemaal voorin is een bank voor ons vrijgehouden waar we kunnen zitten. De kist staat voorin met alle bloemen en foto’s. Het is druk en rumoerig maar wanneer wij door het gangpad naar voren lopen, wordt het opeens helemaal stil en kijkt iedereen naar ons. Hun ogen volgen ons. Iedereen weet wie wij zijn maar ik ken ze niet. Mijn moeder herkent onderweg naar voren een paar mensen en groet hen.
Er volgt een aaneenschakeling van teksten en gebeden in het Nederlands, Arabisch, Koptisch en Grieks. Ik kan toch bijna niets verstaan dus ik let nauwelijks op. Af en toe vang ik een woord op dat ik wel kan verstaan.
Terwijl de priester praat, inspecteer ik het rouwarrangement dat op de kist ligt dat ik samen met mijn moeder heb besteld. Ik zie dat de bloemist de rode rozen, witte lelies, witte orchideeën en palmbladeren heeft gecombineerd met appelbladeren. Het ziet er mooi uit. Maar ze heeft toch eucalyptusbladeren erin verwerkt ondanks dat ik tegen haar had gezegd dat ik dat absoluut niet wilde.

Een vrouw die we niet kennen, komt opeens naar ons toe en vraagt ons met haar mee te gaan. We worden naast mijn ooms geparkeerd in een rij bij de uitgang van de kerkzaal. Van de ongeveer 250 aanwezigen, schudden zo’n 200 mensen onze handen. Meerdere mensen lopen snel langs ons heen door de gang naar buiten toe zonder onze handen te schudden. Een paar aanwezigen schudden wel de handen van mijn ooms maar mijn zusje, mijn moeder en ik worden overgeslagen terwijl we allemaal naast elkaar staan.
Een aantal mensen vertellen uitgebreide verhalen hoe ze mijn vader kennen van vroeger of melden dat ze mijn zusje en ik nog kennen van toen we klein waren. Sommige kinderen worden door hun ouders aangespoord om onze handen te schudden en de kinderen doen het duidelijk met tegenzin. Ik realiseer me dat ik waarschijnlijk hetzelfde denk als deze kinderen. De meeste mensen mompelen snel “gecondoleerd” of iets in het Arabisch wat ik niet kan verstaan. Een enkeling kijkt me vragend aan alsof ze een antwoord in het Arabisch verwachten.
Dan komt er een oudere man en hij schudt eerst de handen van mijn ooms en zegt iets in het Arabisch op een plechtige en serieuze toon tegen hen. Daarna schudt hij de hand van mijn zusje en hij zegt iets in het Nederlands op een plechtige en serieuze toon tegen haar. Vervolgens schudt hij mijn hand en hij zegt weer iets in het Nederlands op een plechtige en serieuze toon tegen mij.
Door zijn accent en het geroezemoes on ons heen weet ik niet zeker of ik het goed heb gehoord. Ik kijk mijn zusje aan en met onze blikken vragen we elkaar of we het goed hebben gehoord. Ondertussen is deze man de hand van mijn moeder aan het schudden en hij zegt weer hetzelfde.
Nu hebben mijn zusje en ik het duidelijk gehoord. Deze oudere man, netjes gekleed in een zwart pak, met een stevige handdruk zei tot drie keer toe op een plechtige en serieuze toon “gefeliciteerd”. Deze blunder past wel bij mijn vaders gevoel van humor. Mijn zusje en ik lachen.

*

Mijn vader, een moderne farao gewikkeld in een grijze krijtstreep-pak dat in een blank houten sarcofaag ligt. In het land van de hellenistische farao’s en eeuwenoude mummies is er nauwelijks plek voor de moderne farao’s. In plaats van diep verborgen in een piramide versierd met hiërogliefen en omringd door geel zand, ligt deze simpele houten sarcofaag twee meter diep in een rechthoekig hokje in de grijze aarde van het land waar de hokjesmentaliteit regeert.
In Nederland heeft mijn vader een plek gekregen waar zijn lichaam kan ontbinden. Het graf heeft hem nu de acceptatie gegeven die hij niet ontving tijdens zijn leven in Nederland. Hetzelfde land dat zijn kinderen ook niet accepteert en waar zij tot nu toe nog geen plek hebben gevonden.