Categorieën
Non-fictie

Digitale Ecosystemenbestuur – Mikado voor vergevorderden

En toen scheurde de sneeuwmuur zich los en raasde langs de berg naar het onbeschermde dal. Nee, dit is niet een stuk over de urgentie van klimaatverandering. Zie het als een gratis metafoor voor het nieuwe kabinet, wanneer ze hun ongetwijfeld uitgebreide programma’s over digitaal bestuur in de komende vier jaar aankondigen. Er is immers een vergelijkbare complexe problematiek bij de aanpak van klimaatverandering als die waar digitaal bestuur aan moet geloven.

Maar eerst nog even die lawine. Het ultieme keerpunt in het denken over governance in het digitale domein zal vermoedelijk 6 januari 2021 zijn. De dag van de bestorming van het Capitool in Washington DC. Er veranderde duidelijk iets toen alle digitale sociale platformen Donald Trump en gelijkgestemde oproerkraaiers verbanden. Wat voorheen vooral een specialistisch onderwerp was binnen het bedrijfskundige aandachtsgebied van platformbedrijfsmodellen, werd definitief een onderwerp op politieke en sociale agenda’s. Wanneer in te grijpen in het digitale domein en vooral hoe dit te doen?

Na meer dan tien jaar, of volgens sommigen twintig jaar, redelijk laissez-faire gedrag rondom het digitale domein is het overduidelijk. In 2021 zal er iets moet gebeuren om een aantal bestuurlijke vacuüms te adresseren. Want één ding heeft het COVID19-jaar 2020 ook duidelijk gemaakt, de reeds lopende digitale transformatie is wereldwijd in een stroomversnelling geraakt.
Elke nieuwe lock-downverlenging werden ondernemers en hun klanten nog meer gedwongen de digitale sprong te maken. Ondernemers met de meeste vindingrijkheid, of zij die al digitale stappen hadden gezet, konden een verder waardeloos jaar hierdoor nog enigszins doorstaan. Maar zij die eerder die digitale stap hadden gemaakt, hielden zich vaak niet aan de bestaande regels van de fysieke wereld, wat de laatkomers vorig jaar mogelijk extra heeft geraakt.

Gewenst en ongewenst gedrag moeten dus beter geadresseerd worden in het digitale domein. Tevens moeten we voorkomen dat de ongekende economische nieuwe welvaart, die digitale dienstverlening ons reeds heeft gebracht, verloren gaat. En wie dat moet gaan waarborgen? Frau Merkel, bijvoorbeeld vond dat Trumps digitale verbanning niet door private partijen gedaan konden worden. Dit was een zaak van de rechterlijke macht.
De gebeurtenissen in de tweede week van januari in ons land maakten al te meer duidelijk, dat recht niet altijd in goede handen is bij de overheid. En in het geval van digitale dienstverlening, vooral gefaciliteerd door de Big Techbedrijven, is hier ook nog het verder complicerende internationale aspect.
Kortom, het inrichten van digitale ecosystemenbestuur is als mikado voor vergevorderden. Maar we moeten er nu echt aan. Om de reclametekst om te draaien, ‘niet omdat het kan, maar omdat het moet.’

Ecosysteembestuur – Zelfregulatie? Het mocht toch?
===============================
Met licht trillende hand zullen we het eerste stakeholderstokje maar eens vastpakken. Die van de digitale platformeigenaar; veelal een private onderneming, die een bepaalde digitale waardepropositie succesvol heeft kunnen maken. Dit kan variëren van het delen van filmpjes (YouTube, TikTok), overschotten aan ongebruikte capaciteit tot digitale diensten omzetten (AirBnB, Uber, Amazon AWS), het massaal verbinden van gelijkgestemden in niches (Facebook, Twitter) tot aan het integreren van de digitale dienstverlening en bijbehorende waardeketens met industriële partners (Siemens).
Onderschat niet hoe lastig het is om dit succesvol te doen. Men moet zowel vraag- als aanbodkant op het platform bedienen. Wanneer een platformeigenaar meerdere partijen als producent of zelfs partner kan opnemen, spreekt men van een heus ecosysteem. Hoe dit geheel succesvol te maken? Ga er maar aan staan.
In Silicon Valley heeft men deze aanpak tot een kunst verheven. De echt grote digitale voorbeelden hiervan, Facebook, Apple, Microsoft, Amazon, zijn digitale samenlevingen geworden. Ze zijn inmiddels meer waard dan het bruto-binnenlandse product van diverse westerse landen. Bovendien bleken platformbedrijven in 2020 veel beter bestand tegen de economische mokerslag die COVID-19 ons heeft gebracht.

Die exponentiële groei vanuit Silicon Valley was niet alleen mogelijk door slim ondernemerschap en innovatie, maar lag ook aan de regelgeving en het financieringsklimaat in de Verenigde Staten. Na de financiële crisis van 2007/8 kwam veel van het kapitaal dat eerst aan de oostkust zat, weer terug in Californië. Deze financiële straalstroom werd nog eens versterkt toen successen zichtbaar werden op de NASDAQ.
Daarnaast was er weinig tegenwerking vanuit de Amerikaanse overheid. Sinds 1996 was er ook een ferme regelgevende rugwind via de nu zeer betwiste Section 230, de Communication Decency Act. Dit onderdeel van de telecommunicatiewetgeving uit 1934 vrijwaart de digitale dienstverlener van aansprakelijkheid op hetgeen er gepubliceerd wordt middels haar diensten. Volgens Silicon Valley was deze sectie dé reden dat het internet echt heeft kunnen exploderen. Schaalvergroting werd hierdoor veel minder een issue.

Toch zijn platformbedrijven zich bewust van gebruikerscontent waar ze in eerste instantie niet aansprakelijk voor zijn. Er is weldegelijk sprake van zogenaamde zelfregulatie. Het oorspronkelijke succes van Facebook had ook zijn oorsprong in de afkeer van het totale Wilde Westen op eerdere sociale platforms zoals MySpace. De voornaamste zorg van de eigenaren: de prettige gebruikerservaring waarborgen. Maar als deze gebruikers in niches op het platform rare ideeën of in niet-digitale vorm zelfs strafbare feiten pleegden, leidde dit vaak niet direct tot acties. En wanneer er actie werd genomen was dit veelvuldig intransparant en lastig aan te vechten. Dit alles duidt op een onvolwassen wens tot zelfregulatie.

Zowel overheidsregulatie en de zelfregulatie in het ecosysteem van platformen zal dus een tandje harder moeten. Het risico bestaat nu dat het gapende gat in zelfregulatie volgestort wordt met overheidsregulatie. Deze kunnen het ecosysteem vernietigen (terecht volgens sommigen). Bestaande proposities kunnen hierdoor uit landen teruggetrokken worden, met inmiddels verregaande economische consequenties. Silicon Valley bleef niet voor niets lang ver weg van zwaar gereguleerde bedrijfstakken (financiële instellingen, energie, gezondheidszorg).
Maar vergeet ook de laatkomers niet. Met zo’n pakket aan nieuwe randvoorwaarden zullen ze vermoedelijk nooit tot wasdom geraken. Zeker voor Europese spelers zal dit een niet te onderschatten gevaar zijn. Er zijn al nauwelijks digitale ecosystemen van Europees formaat, dus deze laten groeien tot acceptabele alternatieven zal nu nog lastiger worden. Er staat dus wat op het spel.

Regulatie – Overheden dan?
=================
De (Europese) reflex dan maar? Via de overheid die groten aan pakken om de kleintjes nog een kans te geven? Hier stuiten we op verschil in filosofie tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie.

Volgens Amerikaanse wetgeving is handhaving op monopolistisch gedrag vooral gericht op prijsvorming voor de consument. Is er door prijsafspraken sprake van een onterecht hoge prijs voor deze consument, dan grijpt de Amerikaanse centrale overheid in, veelal door het opsplitsen van de bedrijven. Dit gebeurde in het verleden bij treinmagnaten, oliebaronnen en telecommunicatiebedrijven.
Platformbedrijven hebben hier een troef in de mouw. Vaak zijn de aangeboden diensten tegen lage kosten of gratis voor de consumerende partijen op het platform. Hier geldt bovendien dat de aanbiedende partij op het platform te maken krijgt met een zogenaamde race-to-the-bottomeffect. Diensten moeten van de platformeigenaar vaak steeds goedkoper aangeboden worden, er is immers vaak concurrentie van andere digitale ecosystemen. Te duur voor de consument gaat dus nauwelijks op. Regulering zal hier dus eerder gericht moeten zijn op een sociaal vangnet voor de aanbieder, waar vakbonden en belangenorganisaties al terecht aandacht voor vragen.

Hoe adresseren we die digitale monopolie dan. Opsplitsen? Dat was in het verleden vooral een geografisch vraagstuk. In de digitale wereld zal dit eerder langs dienstverleningsgrenzen moeten lopen. Een andere aanpak kan zijn om dit via de ‘stack’ te laten lopen. Zij die de infrastructuur leveren (cloud-services) scheiden van zij die hier basisdiensten op leveren. Daarbovenop een scheiding met hen die diensten voor de consument-producent interacties leveren, gebaseerd op deze basisdiensten. Microsoft, Google en Amazon zullen hier het meeste moeten vrezen.

Een oude bekende voor de Big Tech, de mededingingsautoriteit van de Europese Unie zal op dit terrein vermoedelijk het meeste van zich laten horen. In december van het afgelopen jaar zijn nieuwe wetgevingsvoorstellen aangekondigd; o.a. de zogenaamde Digital Markets Act & Digital Services Act. EU voorzitster Ursula von der Leyen presenteerde dit als een belangrijke stap voor de toekomst van de EU. Met voorgestelde boetes tot 10% van de jaarlijkse omzet, kunnen Big Tech wederom hun juridische afdelingen aan het werk zetten. Het zal tot 2024 duren voor deze regelgeving definitief is en door de vele lidstaten geïmplementeerd. Toch wierp de aankondiging al een aardige steen in het digitale water.

Internationaal opererende platformbedrijven zullen dus rekening moeten houden met verschillende monopoliegrondslagen in hun bestaande ecosysteem en verdere acquisitie-aspiraties. Wederom een complicerend aspect voor gefragmenteerde Europese spelers.

Hoe nu verder? – Transparantie & De Menselijke Maat
================================
Kortom, 2021 zal een jaar van grote veranderingen worden voor platformbedrijven. Hoe de wetgevers ook van zich laten horen, het zal vooral van belang zijn dat zij de menselijke maat hanteren. Eeuwenoude goed-gedragsregels gelden immers ook in de digitale wereld.
Transparantie zal het sleutelwoord zijn. Transparantie over de regels, het gewenste gedrag en de afhandeling en bescherming bij ongewenst gedrag. Dit lieten veel platformbedrijven liggen, maar zal nu wel eens een unique selling point kunnen worden.

En ja, deze transparantie geldt ook voor de betrokken overheden. Want ook in Nederland weten we nu dat deze niet even transparant en met menselijke maat opereert. Het wordt hoe dan ook een leerproces voor alle mikadostokjes.