Categorieën
Non-fictie

Decompressie

Het lief en ik kijken samen veel televisie. Dat is deels omdat we vanuit professionele overwegingen het landschap met de nodige sérieux aanschouwen, deels omdat we graag de vinger aan de popcultuur-pols houden, en deels ook omdat we over uitmuntende couch potato kwaliteiten beschikken. Dat wil niet zeggen dat we als onverzadigbare halfdoden alles tot ons nemen wat het toestel de leefkamer binnen gooit; wat tot ons gedeeld kijkgedrag behoort is meestal weloverwogen uitgekozen. Maar gezien mijn voorliefde voor verwerpelijke reality tv, oppervlakkige vrouwenfeuilletons en puberale drama’s ben ik voor het meer hersenloze werk op mezelf aangewezen. Het zijn pleasures waar ik me niet eens guilty over kan voelen. Iedereen moet af en toe decompressie-maatregelen nemen en voor mij geldt dus dat er tegenover elke discussie over pakweg het simulacrum van Baudrillard een aflevering van Blind Getrouwd hoort.
Het was dan ook in het verlengde hiermee dat ik me op het nieuwe Vlaamse streaming platform als het makste schaap uit de doelgroep liet leiden naar de musical dramedy ‘Zoey’s Extraordinary Playlist’. Een quirky hoofdpersonage met sassy sidekick en cheeky driehoeksverhouding in een felgekleurde nerdy setting vol zang en dans: uiteraard was ik verloren en moesten die twaalf afleveringen er zo snel mogelijk aan. Toen volgde de grote ontknoping. Nu ben ik altijd wel een lekkend vat vol emotie – één Got Talent-filmpje of de eerste tien minuten van tekenfilm ‘Up’ en ik ben niet meer droog te leggen – maar deze eindepisode lokte toch een uitzonderlijke huilbui uit. Het was er zo eentje waarvan je op het moment zelf beseft: of er is hormonaal echt iets uit balans, of hier zitten tranen van eerder en elders tussen.
Misschien lag het aan de tedere maar droeve blik tussen Zoey en haar papa. Of aan de prominent aanwezige blender op het keukenaanrecht die zijn maaltijd slik-klaar moest krijgen. Het bed in de woonkamer. De zwangere schoonzus aan het bed. Het beurtelings afscheid. De wrede hoeveelheid opties bij de begrafenisondernemer. Het eindige mensenleven in een diashow on repeat. Het stilletjes toefluisteren aan een zerk dat je zijn kind mateloos graag ziet.
Misschien lag het aan het onverbiddelijke feit dat het maandag dag op dag twee jaar geleden is dat de vader van het lief overleed. Het is een bijna niet uit te spreken luxe, en tegelijk een gevaar, dat dit voor mij de eerste keer was dat sterfelijkheid zo dichtbij kwam. Nooit eerder ervaarde ik een moment dat zo hartverscheurend onwezenlijk en tegelijk zo hart-vullend liefdevol was. Het leek alsof ik zoveel pas voor het eerst écht besefte: hoe taboe de dood is, hoe ondoorgrondelijk rouwen werkt (of niet), hoe families samenkomen als ze uit elkaar vallen ook. Ik zag het leven in mentale beelden die ik niet meer kan ont-zien. De blender. Het bed. De begrafenisondernemer. De diashow. Beelden die ik nu zo brutaal onverwacht opnieuw zag, tussen de kitscherige flashmobs en de niet bijster goed ge-lip-syncte covers die zich op mijn scherm afspeelden door.
Na die laatste aflevering ging ik het lief zoeken in huis. Hij zag mijn rode gezwollen ogen achter mijn aangedampte bril. Ik pakte hem vast. Ik ging van een zachte knuffel naar een verstrengelende worstelgreep en rekte de natuurlijke duur van een omhelzing helemaal uit. Het lief maakte zich uiteindelijk los, keek me meewarig glimlachend aan en zei nietsvermoedend: “Alweer? Lieve huilebalk, allemaal voor een onnozele serie?” Ik veegde met de achterkant van mijn hand het nat van mijn wang en herpakte mezelf met een schouderophalend gegrinnik: “Ja, onnozel he?”