Categorieën
Non-fictie

De pot van goud.

Mensen moeten nu eenmaal hun behoefte doen, dat zit in onze bouw, zo zitten we biologisch in elkaar. Het gaat er aan de bovenkant met drie sterren in en komt er aan de onderkant een stuk minder verfijnd uit. Nu zijn wij inmiddels wel wat verder geëvolueerd dan ‘doe het maar achter die mammoet’, maar er zijn nog steeds mensen die in arren moede tegen de zijkant van het stenen trapje van een grachtenpand moeten staan te plassen, of in de aanpalende gracht, die daar, in weerwil van de onmiskenbare functionele geschiktheid, niet voor bedoeld is. Deze arme mensen kunnen zich geen verblijf met sanitaire voorziening permitteren, zelfs een eurootje voor het gebruik van een openbare plasgelegenheid is te veel. Hoe wrang is het besef dat er helemaal aan de andere kant van de inkomenscurve mensen leven die voor hun behoeftemomenten de beschikking hebben over een wc-pot van massief goud. Veel zullen het er niet zijn. We hebben het over een aantal zelfverklaarde staatshoofden en een select gezelschap van oligarchen, bitcoinmijners, mediamagnaten en ondernemers in los- en vastgoed. Of er dergelijke potten in Nederland staan, en hoeveel dan wel niet, daarover zullen we wel nooit duidelijkheid krijgen. Er is geen meldpunt voor gouden wc-potten. Een aantal bevindt zich wellicht op plezierjachten die zich in allerhande wateren bevinden, varend onder welke vlag dan ook. Mensen die een dergelijke wc-pot bezitten hangen het ook niet aan de grote klok, vanwege voorwaarden van de verzekeringsmaatschappij in verband met diefstal (‘Mijn wc is gestolen!’ ’U zegt, meneer?’). Dan zijn er nog de belastingen, die geen lucht van je gouden wc-pot dienen te krijgen. Mijn wc-pot aangeven? Waar staat dat dan?
Zo’n massief gouden wc -pot is vanzelfsprekend een heel bezit maar de vraag ‘waarom’ is gerechtigd. Waarom geven de mensen die alles al hebben een zelfs voor hén flink bedrag uit aan iets waar je niets aan hebt? Een gewone porseleinen pot volstaat prima. Als deze mensen pronkziek zijn, waarom zou deze aandoening zich dan materialiseren in de pot van hun wc, een object dat juist pronktechnisch z’n beperkingen heeft? Er op Social Media op plaatsnemen is maar één keer leuk en onverstandig (inbrekers kijken mee). Wat heb je er dan aan? En, nu we toch op dit punt van deze verhandeling zijn aanbeland: waarom moet ie van echt goud zijn?
Er bestaan woningen die met grote hoeveelheden goud zijn gedecoreerd. Daar is het niet ondenkbaar dat men kiest voor een wc-pot die niet vloekt met het overige interieur. Aangezien je het verschil tussen massief en verguld tóch altijd blijft zien (volgens de verkoper en/of interieurspecialist), en je je daar naar verloop van tijd tóch aan gaat ergeren (volgens dezelfde), kan je maar beter meteen een echt gouden wc-pot laten installeren. Dat doet men, want zich blijvend ergeren, daarvoor is het leven dan weer te lang. Het geldbedrag om dat te voorkomen is wijs gespendeerd en kan afhankelijk van de rest van je mandje een verstandige belegging zijn.
Het oog mag dan van ergernissen vrij zijn, de vraag is hoeveel fysiek genot de wc-pot elders in het lichaam oplevert. Bij een gouden wc-pot hoort een gouden wc-bril, anders gaat het effect wel zo’n beetje verloren. Zelfs een tropisch hardhouten bril komt over als een vlag op een modderschuit. Goud trekt nogal koud op aan de bips en dat vindt men zelden prettig. Het euvel ís op te lossen met een verwarmingselement in de gouden bril. Puristen zullen dit nooit accepteren: Een wc-bril is niet van massief goud als zich binnenin een verwarmingselement bevindt. Daarmee wordt die hele massieve gouden wc gedeclasseerd, zoals ’n voorgestrikte vlinderdas met een elastiekje. ‘Ja, hij heeft nu óók zo’n massief gouden wc-pot, maar met een verwarmingselement!’
Een comfortabele hermelijnenbonten brilhoes heeft voldoende cachet maar vraagt veel van de hygiënische rituelen van degene die van de wc gebruik maakt.
Men kán de gouden wc-bril laten voorverwarmen door een hiervoor speciaal in te huren een professional. Nadeel is dat men enige tijd van tevoren dient aan te geven wanneer men van de wc gebruik denkt te maken. Dit is te ondervangen door de professional, desnoods afgewisseld door collega’s, voortdurend op de bril te laten zitten. Dat gaat in de papieren lopen, maar ach, men kan het zich permitteren en het zelfs nonchalant tijdens gesprekken op recepties laten vallen. ‘Mijn gouden wc-bril verwarm team enz’. Een leuk haakje om het bezit van de gouden wc-pot aan te kaarten. ‘Dus jij hebt zo’n massief gouden wc-pot?’ ‘Jazeker.’ ‘En, bevalt het?’ Vervelend blijft dat het inschakelen van professionals, hoe welgeschapen en schoon ook, de exclusiviteit van het zitten aantast.
De ware gouden wc-pot bezitters hebben dergelijke verwarmingstrucs helemaal niet nodig. Het koud zitten is voor hen een essentieel onderdeel van de bijzondere ervaring, een sensatie die de niet-gouden-wc-pot bezitter nooit zal beleven. De huid in direct contact met het koude goud. Als men er eenmaal aan gewend is wil men niet anders!
Daar zit ‘m de crux. Waarom geven mensen een vermogen uit voor iets schijnbaar onzinnigs als een gouden pot? Niet vanwege de status en al helemaal niet wegens zitcomfort. Elk wc-bezoek op een gouden pot is in een zelfbevestigend ritueel. Het maakt niet uit dat niemand het ziet, dat niemand ervan weet. Sterker nog, die wetenschap verstérkt het effect. Dat je het daarvoor niet eens hoeft te doen, dat je erboven staat, of zit. Ook de rijksten der aarde hebben moeilijke momenten, zware dagen, inspannende gesprekken, teleurstellingen en teisterende twijfel. Even zitten op de massief gouden bril van hun massief gouden wc-pot helpt ze er zó weer af. Zodra het goudkoud optrekt worden ze doordrongen van het besef dat zij het spel allang gewonnen hebben. Dat zij zich niet meer hoeven te bewijzen. Ze hebben bereikt wat er te bereiken valt. Wat wil je nog meer?