Categorieën
Non-fictie

De jas

Het geluid van de telefoon dwingt me aan de oppervlakte te komen. Ik wrijf in mijn ogen en ruk me los uit een diepe weldadige slaap.
Gapend pak ik de telefoon die naast me op tafel ligt en kijk met omfloerste blik naar het schermpje wat blauw oplicht. Mijn wenkbrauwen fronsen.
‘Hallo, ‘ neem ik op met schorre stem.
‘Pa, ik ben het. Anne. ‘
Voordat ik kan reageren rammelt ze verder.’Een of andere hufter..sorry..klojo..ik kan geen ander woord bedenken, heeft mijn jas meegenomen. ‘
Vermoeid wrijf ik over mijn ogen en probeer alles op een rijtje te zetten.
‘Sorry, liefje, even overnieuw. Ik was in slaap gevallen. Wat is er gebeurt? ‘
‘Jezus, pap, ‘barst ze los. ‘Luister dan. Iemand is er met mijn jas vandoor. We gingen met z’n allen naar Tony ’s en nu is mijn jas weg met alles erin. ‘
‘Alles erin? ‘
Ze zucht, zich ongetwijfeld afvragend of zij de enige is die ze allemaal op een rijtje heeft. ‘Sleutels, pasjes, geld. Alles. ‘
Haar stem slaat over.’Wat moet ik nu? ‘
Ik krimp ineen en houdt de telefoon iets van mijn oor.’Nou, kom maar naar huis en dan bedenken we wat het beste is om te doen. Maar morgen is het eerst wat je doet je pasje blokkeren. ‘
Er valt een ogenblik stilte. Dan zegt ze.’Mijn fietssleuteltje zat er ook in. ‘
Verslagen laat ik de telefoon zakken en denk aan wat mijn moeder zei toen Anne twee jaar oud was. Kleine kinderen, kleine zorgen, grote kinderen, grote zorgen.

Met vereende krachten lukt het de fiets achterin de auto te schuiven. Eenmaal op weg naar huis gaat Anna onophoudelijk tekeer over diegene die haar jas heeft meegenomen.
Totdat ik er zo zat van word dat ik me omdraai en snauw. ‘Nu weet ik het wel, Anne. Dit is wat je gaat doen. Vanavond nog schrijf je een briefje en dat hang je morgen op bij Tony ‘s. Je vraagt of diegene die je jas hebt meegenomen hem alsjeblieft weer terug wil hangen met alles erin. ‘

Op het moment dat ik de volgende dag de was in de machine stop loopt Anna binnen en gooit haar schooltas in de hoek.
‘Briefje hangt bij Tony ‘s, pap. Hoop dat ik snel wat hoor. ‘
Met drie treden tegelijk rent ze de trap op en even later hoor ik haar kletsen en lachen met haar vriendinnen.
De dagen gaan voorbij en de jas is alweer uit mijn gedachten verdwenen totdat ik uit mijn werk kom en de voordeur half open zie staan.
Verbijsterd blijf ik stokstijf staan en een koude rilling loopt over mijn rug. Nee, gelijk verwerp ik de gedachte dat ik de deur niet goed achter me heb dicht getrokken.
Mijn keel voelt droog als ik de deur open wil doen en merk dat er iets zwaars voor staat.
Ook dat nog. Tranen springen in mijn ogen als ik achterom ren met de sleutels in mijn hand. Met trillende handen open ik de poortdeur en overbrug de meters door de tuin in een paar seconden. De keukendeur staat wijd open en naar adem happend kijk ik naar de puinhoop overal om me heen. Werkelijk niets staat meer op zijn plaats.
Verdoofd loop ik door de troep heen naar de huiskamer waar ik op de tafel een bekende jas zie liggen met een briefje erbij en een bosje sleutels ernaast.
In het zwierige handschrift van Anne staat “wil diegene die mijn jas per ongeluk heeft meegenomen mij bellen op 06 1625 9384 of terugbrengen naar de Burg.de Width straat 26. Alvast bedankt.’
Er onder stond. “Geen moeite.’