Categorieën
Non-fictie

De heldenrol van Alexander Szek

De heldenrol van Alexander Szek

‘Let op! Nu!
Ze hebben een uurtje in de struiken gelegen aan de rand van de leeg gesnoeide vlakte van zo’n twintig meter breed. De kou en het vocht van deze oktoberdag hebben ze voor lief genomen.
H.523 springt verbazingwekkend snel op. Met handen verpakt in rubberen handschoenen en met rubberen sokken om de voeten, holt hij gebukt op de draden af. De zoeklichten gunnen hem net genoeg duisternis om door de draden heen te klimmen en veilige grond te bereiken.
Waarom blijft uitgerekend Alexander Szek liggen? De man om wie de vluchtpoging toch op touw is gezet?
Ze hebben goed geoefend. Een opstelling gemaakt die gelijk is aan de grensafscheiding met het neutrale Nederland. Voor de middelste draden hebben ze prikkeldraad gebruikt. Nu blijven ze alleen maar haken, straks zal de aanraking dodelijk zijn. 2000 Volt.
Wat is doet Alexander aarzelen? Gebrek aan moed of juist gezond verstand? Psychisch bevroren raken onder het gewicht van het beslissende moment? Alsof er een zak zand over hem wordt uitgestort dat hem neerdrukt.
Is het ‘t blaffen van de bewakingshonden?
H.523 draait zich nog één keer om. Van Alexander echter geen spoor.

Opeens is daar Alexander Szek. Zijn naam verschijnt in de kantlijn van het boek ‘Buiten Schot’ (Moeyes, 2001) dat de rol van Nederland verkent in de eerste wereldoorlog. ‘The Great War’ die slechts leek te kunnen eindigen als alle soldaten ‘op’ waren en er geen nieuw blik meer opengetrokken kon worden.
Szek wordt vermeld vanwege zijn rol bij het ontcijferen van het Zimmerman telegram. Het telegram waardoor Amerika zich in 1917 zo bedreigd voelt door de Duitsers, dat het er voor kiest zich met de oorlog in dat verre Europa te bemoeien. Een besluit waarmee de nederlaag van de Duitsers wordt ingeluid.
Het is deze Alexander Szek die als radiotechnicus, op het door de Duitsers gebruikte radiostation in Brussel, de codes lekt aan de Britse spionagedienst. En daarmee, kort door de bocht, de eerste wereldoorlog heeft beëindigd.

Waarom is er geen standbeeld opgericht voor deze jongeman? Waarom blijven de bijdragen waarin melding wordt gemaakt van zijn cruciale rol, beperkt tot een halve ondergeschoven pagina in dat arsenaal aan historische werken gewijd aan de eerste wereldoorlog?

Alexander is de zoon van een Oostenrijkse vader die na zakelijke conflicten rond 1908 vanuit Engeland naar Brussel vertrokken is. Zoon Alexander is met hem mee verhuisd. In Brussel ontwikkelt hij zich tot een talenwonder. Als de Duitsers in 1914 doorstoten en op zoek zijn naar vrijwilligers om het radiostation in Brussel te bemannen, ziet Alexander zijn kans schoon. Weliswaar heeft hij de Engelse nationaliteit, maar hij weet, dat hij als zoon van een Oostenrijkse vader, kan worden opgeroepen voor het Duits-Oostenrijkse leger. Als vrijwilliger van het radiostation hoopt Alexander dat dit hem vrijwaart van uitzending naar het front. Hij wordt aangenomen en belast met het coderen van het boodschappenverkeer tussen Duitsland en haar bondgenoten.

Maar de Britten achterhalen al snel dat er op dat radiostation in Brussel een jongeman werkzaam is met de Engelse nationaliteit. Een nog in Engeland woonachtige zus wordt onder druk gezet om Alexander te bewegen te spioneren voor de Britten.
Alexander kent echter maar één belang. Ten koste van alles uitzending naar het front voorkomen. Of het nou voor de Duitsers is of voor de Britten.
Hij realiseert zich, dat als hij van waarde wordt voor de Britten en er vervolgens in slaagt te ontsnappen naar Engelse bodem, dit hem zal vrijwaren van verdere dienstplicht. Misschien zal het hem zelfs een heldenrol bezorgen of een veilige bureaufunctie bij de Britse geheime dienst.
Hij gaat in op de vraag van de Britten en seint in de daarop volgende maanden het Duitse diplomatieke codeboek door. Een deel houdt hij achter.
Hij realiseert zich dat hij de Britten immers voor een ingewikkeld probleem stelt. Als hij vlucht en niet meer terugkeert op zijn post op het radiostation, dan weten de Duitsers dat hij waarschijnlijk is overgelopen en de codes heeft doorgeseind. Op slag zou die moeizaam verkregen informatie voor de Britten waardeloos worden, omdat het codeboek per direct zou worden gemuteerd.
Maar dat laatste is niet Alexanders’ zorg. De achter gehouden beslissende codes moeten hem de garantie bieden dat de Britse geheime dienst hem inderdaad zal helpen België te ontvluchten.

En dat brengt ons bij die nacht waarin hij een mislukte poging doet om samen met geheim agent H.523 naar Nederland te vluchten. En bij het ontbreken van elk spoor van hem sindsdien.

Feit is dat de Duitsers het codeboek zijn blijven gebruiken. Immers de geheimcodes kwamen al eind 1914 in het bezit van de Britse spionagedienst en konden ook in 1917 nog gebruikt worden bij het ontcijferen van het Zimmerman telegram. Dat betekent dat het verraad van Alexander niet bekend is geworden bij de Duitsers.

Er is een theorie waarin wordt beweerd dat Alexander nog lang en gelukkig in Engeland heeft geleefd en dat dus de Britse spionagedienst de overeenkomst keurig is nagekomen. Ze hebben de vlucht weten te maskeren door de Duitsers te laten geloven dat Alexander als gevolg van een auto-ongeluk is overleden. Deze theorie past bij de claim van vader Josef Szek, die meldde in 1930 tijdens zijn verblijf in Parijs een brief van zijn zoon te hebben ontvangen en hem nog te hebben gesproken.

Andere scenario’s gaan wel degelijk uit van liquidatie door de Britten.
Zo zou hij na een gelukte vlucht alsnog tijdens de overtocht overboord zijn gekieperd. Een ander getuigt ook van een moord en het vervolgens deponeren van zijn dode lichaam op straat, zodat het een verkeersongeval lijkt. Eén van de voormalige medewerkers van de Britse spionagedienst noemt zelfs de prijs van zijn liquidatie: duizend Engelse ponden.

En dan is er ook nog de bevinding van Landau die onderzoek doet naar het verdwijnen van Alexander Szek. Hij stuit op een verklaring van een voormalige Duitse bewaker. Die vertelt over Szeks’ desertie, eenzame opsluiting, doodstraf en executie. De conclusie is dan dat niet zijn spionage zijn doodvonnis tekende, maar zijn poging om te deserteren. Dit zou ook verklaren waarom de Duitsers de codes bleven gebruiken.

De conclusie is duidelijk: er is sprake van mystificatie van het lot van Alexander. Maar wie had daar belang bij?

Maclaren en Hiley (1989) richten geloofwaardige pijlen op vader Joseph Szek.
Na zijn vertrek uit Engeland en het binnenvallen van de Duitsers in België wordt vader Joseph lid van de Duitse spionagedienst. Dit geeft hem een goede positie om zijn zakenimperium uit te breiden.
In de naoorlogse jaren blijft hij de succesvolle zakenman die heel Europa doorkruist. En durft hij het aan om, ondanks zijn spionageverleden voor de Duitsers, al weer in 1920 in Brussel op te duiken om zijn zakelijke belangen veilig te stellen.
Hij heeft bewijzen nodig voor zijn loyaliteit aan de Britten. Zo is uit een politierapport terug te lezen dat hij al rap een Duitse geheime agent verlinkt. En biedt het lot van zoon Alexander niet een uitgelezen mogelijkheid om van zijn patriottisme te getuigen?

Het is dan ook waarschijnlijk dat het de vader is, die het mysterie rond zijn zoon heeft opgeklopt. Veel feiten zijn inderdaad gebaseerd op ontmoetingen met en documenten verstrekt door vader Joseph. Het zijn dan diens belangen, gevoegd bij de fantasie van de vele onderzoekers, die maar al te graag geloofden dat het hier niet ging om een angstige jongeman die uitzending naar het front wilde voorkomen en die vervolgens als deserteur werd geëxecuteerd. Zij creëerden liever een held die vervolgens een martelaar werd voor de goede zaak.
Het lot van Alexander laat zich nog het best afleiden uit nauwkeurig bijgehouden archieven van het Oostenrijkse gezantschap in Brussel. Zij maken melding van herhaald bezoek van moeder Elisabeth Szek aan de gezant. Zij wil hem ervan overtuigen Alexander vrij te laten die blijkbaar gevangen zat. Dit voorarrest wordt in de weken daarop bevestigd totdat alle notities plots stoppen: het is dan 6 december 1915. Er is nog slechts één korte notitie: het vonnis is uitgevoerd op 20 december 1915.

Als we de informatie van Landau en deze archieven combineren krijgt het levensverhaal van Alexander meer vaste vorm.
Het is zeer aannemelijk dat Alexander, ondanks zijn baantje bij het radiostation, bevreesd bleef om alsnog opgeroepen te worden en naar het front gestuurd te worden. Ook is het niet ondenkbaar dat hij misschien codes meeneemt op een vlucht naar het neutrale Nederland. Dit was immers een veelgebruikte methode door vluchtelingen om vanuit België hun waarde voor de Britten te bewijzen. Deze vluchtpoging mislukt. Hij wordt gegrepen door de Duitsers, gevangen gezet en uiteindelijk geëxecuteerd.

De conclusie is dan ook, dat Alexander niet de grote heldenrol heeft gespeeld die zo vele publicaties tot zo ongeveer op de dag van vandaag (zie de Wikipedia) hem toedichten. Zijn lotgevallen zijn een mystificatie die vooral in het voordeel heeft gewerkt van zijn vader.
Daarmee is het lot van Alexander niet veel anders, dan als dat van één van die ontelbaar vele jonge en onschuldige oorlogsslachtoffers.
Een lot, waarvan inderdaad een korte notitie in de kantlijn het hoogst haalbare is.