Categorieën
Non-fictie

De coach op het witte paard

“Ken uzelf” was lange tijd uitsluitend een mantra van yogi en filosofen. De gewone mens verspilde haar tijd niet aan vragen als wie- en waarom ben ik. Het vult immers de maag niet en biedt ook geen status. Maar die tijd is echt voorbij. Steeds meer mensen uit alle lagen van de maatschappij gaan op zoek naar zichzelf. Ook de leeftijd waarop de existentiële vragen voor het eerst worden gesteld wordt lager. Enkele decennia geleden waren het vooral mannelijke veertigers die tegen een carrière plafond aan botsten en zo hun midlife crisis ingleden. Of uitgeputte vrouwelijke dertigers met jonge kinderen, een baan en nog een aantal ballen hoog te houden. Maar steeds meer jongvolwassenen komen op een punt waarop keuzestress, sociale druk, een gebroken hart of een onduidelijke toekomst hen opbreekt.

De bereidheid diep in onszelf te kijken komt vaak na een tegenslag of stagnatie in het leven. Maar ondertussen worden we ook vanuit verschillende media voortdurend aangespoord de melk en honing van ons hart te vinden. Aanmoedigingen als “luister naar je hart”, “vind je passie” hebben zich losgemaakt uit het New Age hoekje van gekke hippies en hun commerciële waarde gevonden bij het grote publiek. Zelfhulpdeskundigen van verschillende pluimage vallen over elkaar heen met een diversiteit aan methoden om ons te helpen onze missie op aarde te vinden. Inmiddels is zelfs binnen reguliere onderwijsprogramma’s minimaal een paar uur gereserveerd voor diepzinnige zelfreflectie. Weten wie je bent en wat jou motiveert levert nu studiepunten op. Wie op zijn vijfentwintigste nog geen zelftest heeft gedaan behoort tot een uitzonderlijke minderheidsgroep.

Deze ontwikkelingen kunnen we uiteindelijk alleen maar toejuichen. We leven in een tijd waarin we tot realisatie komen dat goedkeuring van een innerlijke kritische ouder of peergroup niet voldoende bevrediging biedt. Het gevoel van ‘is dit het nou’ dringt zich aan ons op. Avontuur en ambities die we vroeger najoegen blijken geen permanent geluk op te leveren. Activiteiten als sporten, uitgaan, het huis herinrichten of een yoga weekend geven slechts tijdelijk verlichting. Uiteindelijk, na lang stil lijden en die spreekwoordelijke druppel in de vorm van ontslag of scheiding, vallen we in de armen van de coach op het witte paard met de belofte ons hart te vinden.

Maar wat dat precies betekent, hebben we geen idee van. Hoe klinkt dat, de stem van het hart? We zijn te lang, systematisch geprogrammeerd in codes van onze opvoeders, onderwijsinstellingen en maatschappij. Deze basisinstellingen zijn diep verankerd en bepalen ons denken en doen. Het zijn onze diepste overtuigingen geworden, ingeprent in onze ontvankelijke jeugd, toen we alle informatie voor waar aannamen. We onderdrukten, negeerden en ontkenden elke eigenwijze gedachte en emotie die niet in overeenstemming was met die informatie. Anders zijn, uitgewezen worden was gelijk aan dood gaan.

We denken dat we autonome, unieke persoonlijkheden zijn die onafhankelijke keuzes maken. We realiseren ons niet hoe wij gedreven worden door sociale bevestiging, verlangend te voldoen aan het ideaalbeeld van onszelf. De logaritmen van marketeers en opiniemakers dragen daar gretig aan bij.

Er is meer voor nodig dan een cursus of coach om onze basisinstellingen te doorbreken. Het vraagt wilskracht om de sterke neurologische verbindingen te overmeesteren, de elektrische impulsen te bedwingen voordat deze omgezet worden in het automatische denken en doen. Maar het is niet onmogelijk.

Ons echte unieke ik met onze specifieke interesses en voorkeuren is niet gewist. Het is alleen maar overgeschreven. Het is structureel genegeerd, diep verstopt in de schaduwen van vergeten herinneringen. Wat het nodig heeft om weer zichtbaar te worden is ruimte. Een “niets” dat niet gesmoord wordt met activiteiten of verdovende middelen. Dit niets houdt in het stilleggen van al ons automatische gedrag. Het zal mentaal ondraaglijk worden. Onze instelling is immers om altijd iets te doen, iets te laten zien. Ons ideaalbeeld zit niet op een bank te niksen.

Binnen het ontstane vacuüm zal ons zenuwstelsel zich laten horen als een junk die snakt naar drugs. Onrust, boosheid, somberheid zal opkomen. Waar komen deze donkere gevoelens vandaan? Deze waren er al. Er was alleen nooit ruimte voor. Ons verstopte ik wordt nu zichtbaar met haar hele bagage. Levensjaren van onvrede, machteloosheid en verdriet over zaken die we niet mochten of niet konden. Rouw over verlies van onschuld en verwondering, gevangen in een kooi van normen en waarden.

Het vraagt volharding om ondanks de zenuwen, de verveling, de pijn, de angst en ander ongemak op de handen te blijven zitten. Maar als we vol houden kunnen we de dag meemaken dat we wakker worden met een prettig “anders” gevoel. Een blije kriebel als die van een kind vlak voor pakjesavond. Een onweerstaanbare impuls neemt ons mee en een moment later staan we in de schuur met een stuk hout in de hand. Of we zitten te tekenen in een schetsboek, te bladeren in een kookboek of schrijven ons eindelijk in voor die voor onmogelijk gehouden studie.

Maanden, jaren later ziet ons leven er heel anders uit. We hebben onze baan als advocaat opgegeven voor onze roeping in het blauw op straat. Het Italiaanse leer is vervangen voor stalen neuzen op de bouwplaats. Het gebouw op de Zuid-As is ingeruild voor het klaslokaal vol hyperactieve koters.

En dan hebben we het door: Die kriebel, die onweerstaanbare impuls, dat was het! Dat is die stem van het hart.

Hoe zou de wereld er uit zien als door extreme omstandigheden mensen gedwongen werden een tijd lang op de handen te zitten in een ruimte van tijd en stilte?