Categorieën
Non-fictie

BLUNDEREN

BLUNDEREN

Wakker schrikkend van de bel en een ongeduldig toeterende pakketbezorger, loop ik, voor zover mogelijk, in versnelde pas en niet helemaal volgens de laatste mode gekleed de trap af, mij afvragend wat er in het pakketje zou zitten, ik had toch niets besteld!?
Tegelijkertijd met het openen van het mysterieuze pakketje komt mijn herinnering terug.
Het maanden geleden bestelde rode tasje, een zomerwens die destijds niet uitkwam maar strandde in het gefrustreerde gevoel te zijn opgelicht, was inmiddels diep naar de vergetelheid gezakt met als beoogd doel daar te blijven en mijn domme naïviteit zo diep mogelijk weg te stoppen.
Immers als iets te mooi is om waar te zijn dan is het dat meestal ook. Mijn hebberigheid won het echter van mijn verstand en in een impuls had ik op betalen geklikt. De uitdrukking dat is geen geld voor die schitterende mooie, rode, mij uitnodigend toelachende tassenset leek op dat moment echt van toepassing. Helaas bleef het na die ene klik ijselijk stil en mijn mailbox leeg, zo ook de brievenbus. Oeps!
Tot vanmorgen dus, en terwijl de papier- en plastic bak zich langzaam vulde en het tassensetje heimelijk tevoorschijn kwam uit haar verpakking was mijn eerste reactie er een die menigeen de slappe lach zou geven, inclusief mijzelf. Want dat wat hier voor mij lag leek met geen enkel voorstellingsvermogen op het luxe setje van de lokkende advertentie, uitgezonderd de kleur, dat dan weer wel! Het idee dat de verzenders dachten dat ik hierin zou trappen bracht mij op gedachten die ik hier niet durf te delen!
Maar na die eerste reactie vol laster en smaad, overviel mij een diep gevoel van schaamte, beelden van minderjarige kinderen in slecht geventileerde Aziatische fabrieken die ieder moment in brand zouden kunnen vliegen drongen zich aan mij op. Kleine productieslaafjes hongerig en moe achter te grote naaimachines die met hun uitgeputte vingertjes samen met het leer in de machine verstrikt raakten om vervolgens gehavend, mismaakt en armzalig uit hun twaalf uur durende werkdienst te komen.
Wat had ik gedaan, hoe dan? Hoe had mijn hebberigheid het zo makkelijk kunnen overnemen van mijn gezond verstand!?
Mijn gedachten dwalen af naar inmiddels een vorig leven, een periode die ik als naïeve, ‘rijke’ blanke jonge vrouw doorbracht in een onrustig Zuid-Afrika dat net met de afschaffing van de apartheid en de vrijlating Nelson Mandela, later wel liefkozend Madiba genoemd, te maken had.
De afkeer die we voelden, mijn toenmalige lover en ik die vol goede voornemens tijdelijk geëmigreerd vanuit een democratisch Nederland waren maar nu geacht werden een zwarte huishoudelijke hulp in dienst te nemen omdat we hiermee, zo werd ter geruststelling in de aldaar welvarende kringen gezegd, haar hele familie zouden helpen.
Het ongemakkelijke gevoel dat ik daarbij had bleef gedurende de gehele periode van mijn verblijf daar aan mij knagen. Maar toen ik uiteindelijk besloot dat mijn toekomst toch echt niet in Zuid-Afrika lag maar in Amsterdam en ik vervolgens besloot terug te keren was ik dus wel degelijk diegene die, deze prachtige zwarte vrouw met wie ik uren in de keuken had doorgebracht, brood had leren bakken en zij op haar beurt mij de heerlijkste Afrikaanse rijstgerechten had leren bereiden, haar inkomen weer afnam hetgeen mij opnieuw kopzorgen gaf.
En terwijl dit dilemma opnieuw door mijn hoofd speelt bedenk ik mij ook hoe vreselijk het eigenlijk is dat dertig jaar na dato de wereld in dat opzicht niets verbetert is, sterker nog, de ongelijkheid lijkt alleen maar toe te nemen, er nog sprake van kinderarbeid is, en ongeschoolde arbeid nog steeds wordt uitgebuit. Natuurlijk, de grote heren , en dames, bestuurders en leiders hebben daar tal van goede redenen voor te benoemen, economische, politieke, de noodzaak van de globalisering, noem maar op.
Zal allemaal best waar zijn maar wat ik nu zelf op micro-niveau ervaar is toch dat een niet mis te verstaan leed wordt veroorzaakt door de mentaliteit van de onverzadigbare consument. Iets waar, in dit geval, de niet nader te noemen, grote mode-giganten commercieel handig op inspelen.
De schaamte vervult inmiddels al mijn rondspokende gedachten.
Dan herpak ik mij en terwijl ik mijn ego streng in de spiegel toespreek dat het mij echt menens is voeg ik de daad bij het woord en verwijder ik resoluut de oh zo lonkende app en zend het voorgoed naar de laagste sferen van het internetweb.
En het mismaakte tassensetje? Dat heeft weliswaar ongebruikt maar symbolisch en prominent een plekje gekregen in mijn garderobekast.

copyright: Monique Congo Lowango