Categorie├źn
Fictie

Zijn

Zij rende met de vogels mee door het woud.
Ze krioelden in een groepje van vijf, fladderend en ondertussen zingend, om haar de tijd te geven bij te blijven.
Op blote voeten met gespreide armen deed zij de vogels na.
Hun kleuren waren buitenaards krachtig: blauw als de helderste lucht, groen als het mooiste moeras, rood als vers bloed en geel als de zon op haar hoogtepunt.
Zij verlangde ernaar te zijn zoals de vogels.
Hun taal opgetogen en licht, hun beweging soepel en behendig.
De wind tilt hun boven de aarde met vanzelfsprekendheid.
Ze naderden een smalle beek.
Zij sprong er doorheen en de vogels lieten zich door haar nat spetteren.