Categorieën
Fictie

Zeep

Op een dag werd meneer Duingeest wakker als iedere andere dag, maar met een vreemd gevoel van volheid. Hij had geen honger, ontbijt leek hem ridicuul. Voor de vorm toch, aan tafel met een bord en een boterham. Nog nooit had hij ontbijt overgeslagen, al was het met taart na een feest, of in zijn wilde jaren, met bier, dit was nieuw.
“Hmmm…”
Het zat hem niet lekker. Ook op werk die dag, waar meneer Duingeest al 32 jaar met kalme voldoening de vloeren spik en span had gehouden, sprak zijn lunch hem tegen. Het eten van het grind dat het gebouw omrande, of de stof pollen van onder de kabinetten en bureaus, leek hem net zo appetijtelijk. Nog steeds geen honger.

Iedereen kende meneer Duingeest, maar altijd slechts als de schoonmaker. Zijn zware oogleden en borstelsnor vormen zijn persoonlijkheid, voor hen die niet verder vragen. Niemand let op een decor of zijn makers, en toch begon hij na een week ogen te trekken. Meneer Duingeest was bleek. Normaal een kort maar stevig gebouwde man, duidelijk fit door jaren van fysiek werk, was hij nu anders. Koud en ziekelijk, begon hij naar werk te gaan met dubbele truien en thermo ondergoed, maar niets hield hem nog warm. De meest oplettende der werknemers begonnen zo nu en dan afwezige blikken op hem te werpen. Het beviel meneer Duingeest niets, dus liet hij zich overplaatsen naar de nachtdienst om zijn rust terug te vinden. De donkere hallen en de diepe stilte in het ‘s nachts verlaten gebouw lieten altijd iets klikken voor meneer Duingeest. De drukte van de dag was het ongemak dat deze nachtelijke vrede maar moest verduren.
Het was nu twee weken na zijn laatste maaltijd, hij had in totaal al drie dagen ziek moeten melden omdat hij simpelweg de energie niet had gehad. De eerste drie dagen ziek in zijn hele carriere. Hij had hardhandig geprobeerd voedsel zijn eigen keel door te duwen, maar hij kreeg niets doorgeslikt, en resulteerde slechts in heftig kokhalzen.
Sinds een paar dagen had hij een stuk chocola op zijn nachtkastje liggen. Iedere dag dat hij nu uit zijn werk thuiskwam, en hij met de opkomende zon in zijn bed in de verduisterde slaapkamer ging liggen, rook hij korte aan de chocola, maar het deed hem niks. Hij was zijn leven lang een zoetekauw geweest, en dol op chocola. Zijn lichaam moe van het schoonmaken, verkleumd en uitgeput huilde hij zichzelf iedere nacht in slaap.

De nachtwaker van het pand zag meneer Duingeest iedere nacht binnenkomen en een aantal uren later weer vertrekken. Na drie weken was alles dat hij nog zag van de nu schuifelende schoonmaker zijn vale ogen, omlijst door muts, oorwarmers en een dikke gebreide sjaal, en verwarde hij hem steeds vaker met de veel oudere schoonmaakster; mevrouw Stok, die over een jaar met pensioen zou gaan. Meneer Duingeest begon zijn haar te verliezen, ook zijn snor had flink aan norsheid ingeleverd. Hij was die avond opgestaan als onder het voortzetten van een droom. Hij voelde geen grond meer onder zijn voeten als hij liep en de heenreis naar werk, constateerde hij, kon hij zich niet meer herinneren.
In het krappe schoonmaak hokje was hij een emmer aan het vullen met heet water, en hij keek afwezig naar alle spullen op de planken die de wanden deden verhullen. Alles was wazig en ver weg. Emerald groene en boter gele flessen schoonmaakmiddel, rode witte en paarse verpakkingen met gootsteen ontstopper, rattengif en muizenvallen. In een kartonnen doosje in een hoek lagen ouderwetse blokken zeep. Ze zagen er vergeten uit, bedekt met een dikke laag stof. Ze werden al sinds jaren nergens in het gebouw meer gebruikt met de komst van de vloeibare handzeep dispensers. Meneer Duintroef had het doodzonde gevonden. Zijn emmer was vol en hij zette de kraan uit. Hij pakte een van de stoffige blokken zeep, het rook heerlijk. Voor een moment leefde hij op, alsof iemand een glas koud water in zijn nek had gegoten en het licht aan had gedaan. De tranen stonden direct in zijn ogen. Hij blies het stof van het blok, nam een hap en kauwde een tijdje. Het was verrukkelijk, hij voelde hoe het schuim zijn mond begon te vullen. Hij slikte het door en nam nog een hap.