Categorieën
Fictie

Wonder

WONDER

Geeske & Kate – 16.01 uur

‘Wil je koffie of thee?’
‘Thee graag.’
‘Je kunt het zelf pakken. Daar staan theezakjes.’
‘Fijn, dankjewel.’
‘Neem plaats. Alles wat we bespreken blijft trouwens binnen deze vier muren. Het is belangrijk dat je vertrouwen voelt.’
‘Oké.’
‘Oké. We gaan beginnen. Waarom ben je hier?’
‘Nou…ik zag iets over jou voorbijkomen op Facebook en ik dacht…’
‘Nee ik bedoel…waar wil je het over hebben?’
‘Oh ja…sorry…dat bedoel je. Ja, het zit dus zo. Eigenlijk ben ik heel happy. Ik heb een leuke man, leuke kinderen, leuk huis, leuk werk. Alles op orde eigenlijk.’
‘Maar…’
‘Maar…ik mis iets.’
‘Je mist iets. Vertel daar eens iets meer over.’
‘Nou gewoon, dat ik denk…is dit het dan? Opstaan, douchen, kinderen naar school, werken, weer naar huis, koken…‘
‘Je vraagt je af: is dit het dan? Dat vind ik nog wat vaag. Waar kamp je mee?’
‘Wat bedoel je?’
‘Wat is je probleem, Kate? Of nee, probleem is niet het goede woord. Kwestie. Welke kwestie speelt er?’
‘Dat weet ik niet….dat ik wakker word…en dat ik dan denk…daar gaan we weer…in zo’n sleur.’
‘Hoe voel je je dan, als je wakker wordt?’
‘Dan voel ik me niet gelukkig, niet energiek.
‘Je voelt je niet gelukkig. Niet energiek. Vind je het oké als ik een gekke vraag aan je ga stellen?
‘Ja, eh..oké.’
‘Na dit gesprek ga je naar huis. Je gaat eten, waarschijnlijk. Op een gegeven moment gaan de kinderen naar bed. En neem je samen de dag door met je man. Lekker bijkletsen.
En er komt een moment dat je gaat slapen, toch?
‘Ja. Meestal rond 10 uur.’
‘Oké. Dan wil ik je vragen om je voor te stellen dat je gaat slapen. Het is nacht. Tijdens die nacht – je hebt het niet door – gebeurt er iets. Een wonder. Een wonder dat ervoor zorgt dat er geen problemen zijn. Alles wat je wilt, dat is er. En je hebt het niet door.’
‘Een wonder?’
‘Ja. Precies. En er komt een moment dat je wakker wordt. Waaraan ga je merken dat er een wonder heeft plaatsgevonden?’
‘Jeetje…ehm…tja.’
‘Wat is het eerste dat je dan merkt?’
‘Ik denk..een energieke start van de dag?
‘Mooi. Vertel daar eens wat meer over. Hoe voel je je dan?
‘Excited ofzo? Ja, excitement.
‘Een gelukkig, energiek gevoel dus. Want er is iets veranderd. Wat dan?’
‘Nou gewoon, dat ik me niet meer druk hoef te maken over werk en huishouden. En niet zo in de rol van moeder of vrouw zit.’
‘Wat wil je daarvoor in de plaats? Hoe ziet de dag na het wonder eruit?’
‘Ja..ehm…geen idee eigenlijk.’
‘Wat heb je na dit wonder?’
‘Vrijheid?’
‘Vrijheid. Wat zou dan een concreet doel zijn om aan te werken? Meer vrijheid?’
‘Ja…meer vrijheid.’
‘Oké. Helder.’
‘Maar mijn werk en de kinderen dan? En Maarten heeft ook een drukke baan…’
‘Dat zijn een hele hoop belemmerende gedachten, Kate. Ik kan je helpen om dit doel te bereiken, maar je moet het wel zelf doen, oké?
‘Oké.’
‘Zullen we een korte plaspauze doen?’
‘Ja, is goed.’

Dora – 16.23 uur

De deur van praktijkruimte 2.1 wordt gesloten en ik ben weer alleen in de kamer. Er zijn grotere ruimtes in dit pand, met meer bedrijvigheid, maar 2.1 is mijn plek. Ik hou van de grote hoge ramen en mijn plaatsje in de linkerhoek. Vanaf hier heb ik goed zicht op de zithoek met de donkergroene fauteuils. In praktijkruimte 2.1 kan ik mijn beste vaardigheden oefenen: luisteren en onzichtbaar zijn.
Een uitgesproken type zou ik mezelf niet noemen, ondanks dat mijn uiterlijk anders doet vermoeden. Alhoewel, nu ik erover nadenk komt mijn voorkomen tegenwoordig nauwelijks nog wonderlijk over op de meeste mensen. De vormentaal van mijn schepper brengt lang niet meer zo’n schok teweeg als in het jaar dat mijn origineel geschilderd werd. Mon Dieu, het kon niet op in die tijd! Een select clubje pioniers in de kunst was lyrisch over mij. Zo gedurfd, zo excentriek! Ik voel nog steeds kriebels in mijn buik als ik eraan denk. Maar sinds massaproductie in de tweede helft van de vorige eeuw zijn intrede deed is de vormentaal van mijn lief gedegradeerd tot decoratie op wanden van dit soort kleurloze praktijkruimtes. Treurig eigenlijk. Maar inmiddels heb ik me bij dit lot neergelegd. Veel van mijn soortgenoten vertoeven in donkere museumdepots. Ik word tenminste nog gezien!
En ik vermaak me prima met de gesprekken die in deze ruimte plaatsvinden. Leed is voor mij een onuitputtelijke bron van inspiratie, perfect materiaal. En niets maakt het menselijk tekort zo schrijnend zichtbaar als het observeren van vrouwen van mijn leeftijd uit de generaties na mij.

Geeske & Kate – 16.46

‘Kate…
wanneer kwam deze gedachte voor het eerst bij je op?
‘Welke gedachte?’
‘Nou…waar je het net over had…de gedachte dat je spijt hebt van het moederschap.
‘Heb ik dat gezegd?’
‘Ja. Je zei net dat je liever geen kinderen had gehad.
Wanneer dacht je dit voor het eerst?’
‘Ehm…oh…die gedachte…dit heb ik zelfs nog nooit tegen Maarten gezegd.
Even denken…het zal ergens zijn in de periode dat mijn oudste net kon lopen. Dat ik er continue achteraan moest, continue alert zijn. En die driftbuien de hele tijd, met ook nog een baby in huis. Zó vermoeiend.
‘Zeker. Vermoeiend. Wat dapper dat je dit uitspreekt Kate. Echt heel dapper.’
Lang heb ik gedacht dat dit gevoel erbij hoort, dat het wel weg zou gaan. Je hoort nooit mensen zeggen dat het moederschap tegenvalt. Vreselijk.’
‘Wat is vreselijk?’
‘Ik ben vreselijk. Sorry hoor…’
‘Hier zijn tissues.’

Dora – 16.49 uur

Zielenpijn zoals die van Kate laat me meestal koud, het is weinig interessant en niet inspirerend. Ik beschouw het als elitair ongemak van een veeleisende generatie. En niet te vergelijken met gesprekken over écht menselijk lijden zoals een dierbare verliezen of een zware depressie. Steeds vaker zitten ze hier – twintigers en dertigers die imploderen op het moment dat hun leven niet gaat zoals verwacht, die hulp zoeken zodra het niet meer leuk is, zonder te beseffen dat het onzekere bestaan dat ze leven het leven zélf is. Normaal zou ik types zoals Kate veroordelen. Je moet blij zijn dat je kinderen hebt!
Het is stil in de kamer. Ik hoor alleen het zoemen van de tl-buizen boven ons. Kate schuift nerveus heen en weer op haar stoel en slaat haar armen om haar lijf. Ze staart naar haar voeten. Er is iets in haar waar ik een vreemd soort troost uit put. Iets herkenbaars en ondefinieerbaars. Wat vreemd is, omdat haar pijn als een stokje in mijn eigen wond loopt te poeren. Of misschien juist daaróm. Het confronteert me met mijn eigen ongewenste kinderloosheid, het grote verdriet in mijn leven. Ik zie dat ze met een papieren zakdoekje haar tranen wegveegt. Dan kijkt ze op naar mij en weet ik ineens wat ons bindt: het gevoel te falen als moeder.

Geeske & Kate – 16.49 uur

‘Zit je comfortabel?’
‘Ja lekker.’
‘We eindigen dit gesprek met een bodyscan.
Zet je voeten eens stevig op de grond.
En let even op je ademhaling.
Door je buik……
En voel dan hoe je tenen vastzitten aan je voeten….
Voel je kuiten. Zijn ze aangespannen?
En je knieën, adem naar je knieën toe……
Alleen maar voelen….
Voel je überhaupt iets? Voel je verdriet?’
‘Nou…’
‘Probeer te ontspannen. Richt je aandacht op je onderlijf, je bovenbenen. En de buik.
Adem in. En uit.
En loslaten…
We gaan naar je rug.
Je schouders. Daar zit vaak spanning.
Probeer hé-le-maal te ontspannen…
Sorry. Ben zo terug.
‘Oh..je wordt gebeld. Geeft niet.’
‘Ben ik weer. Waar waren we? O ja, hals en kaken. Vaak hou je onbewust spanning vast in het gebied rondom je oor. Ontspan…en neem je tong dan ook automatisch mee…lekker los laten hangen in je mond.
En zoom nu even uit.
Voel je een verandering?
‘Ja, ik voel me wel rustig…ja…wat doe je dat trouwens goed.’
‘Dankjewel, fijn om te horen. Hoe voel je je?’
‘Eh..goed wel. Ontspannen. En ik moet steeds naar dat schilderij kijken.’
‘Welk schilderij? O, dat!’ Die replica van een Picasso, Weeping Woman. Hangt hier al heel lang.’
‘Er rolt een echte traan uit haar oog, zie je dat?’
‘Inderdaad, je hebt gelijk…het is vocht.’
‘Hier zijn tissues.’
‘Het blijft stromen! What the hell.’
‘Ze huilt op deze met tranen doordrenkte plek, om de vele drama’s in de wereld.’
‘Het lijkt wel zo’n wonder.’
‘Huilen. Dat voel ik nu ook Geeske. Dat ik meer wil huilen.’
‘Dat is het enige dat je kunt doen, Kate. Maar het is vijf uur. Zullen we een vervolgafspraak maken?’