Categorieën
Fictie

Wiegen

Ik ga verhuizen’ zei ik tegen Maarten en hij keek mij op een trieste manier aan.
Maarten keek altijd een beetje triest.
‘Dan heb ik iets voor je’ zei hij. ‘Voor je nieuwe huis mag je deze stoel hebben.’
Het was een oude schommelstoel.
Ik vond het een lief geschenk van hem.
Omdat het kerst was had ik een kerststukje meegebracht dat ik met cliënten op de tuinderij had gemaakt.
Er zaten twee bordeauxrode kaarsen in en verder vooral veel takken van een conifeer en een enkele gouden plastic bal.
Maarten was er zeer blij mee- dat zei hij tenminste.
Weliswaar met een triest gezicht.
Hij was zelf net een ‘potje’ aan het koken. Bloemkool.
‘Ik heb zelf nooit leren koken, dat deed mijn vrouw altijd, maar die is een jaar geleden overleden. Kanker.’
‘Ja, dat weet ik’ zei ik. ‘Naar’.
Maarten had weleens vaker opgenoemd dat zijn vrouw was gestorven, maar wilde er verder nooit iets over kwijt.
De laatste keer dat ik Maarten zag was met mijn verhuizing eind januari. Ik was nog een laatste keer teruggereden om te controleren of alles uit mijn appartement echt weg was, toen tikte hij me op mijn schouder.
Hij vroeg of ik een borreltje bij hem kwam drinken, for old times sake.
‘Oja jij hebt mijn stoel nog van me gekregen he’ zei Maarten, terwijl hij met een hand zo vast als die van een chirurg een bittertje inschonk.
‘Ja, klopt ja’ zei ik. ‘En nog bedankt daarvoor’.
Ik was inmiddels al een beetje gehecht geraakt aan de stoel en kreeg het een beetje benauwd bij de gedachte dat Maarten hem nu aan me ging terugvragen.
‘Het was de stoel van mijn vrouw wist je dat?’
‘Nee?’ zei ik.
‘Jazeker’ zei hij en hij stond op.
‘Kom is’.
Ik liep achter de sjokkende Maarten aan door zijn appartement dat hetzelfde uitzicht van de tuin had als ik had gehad destijds, alleen dan van twee verdiepingen lager.
‘Dit is de logeerkamer. Hier sliep mijn vrouw vaak, omdat ik altijd zo snurkte en omdat zij ook zelf niet goed sliep. Ze kon altijd zo woelen in bed. Dan ging ze naar deze kamer en dan ging ze eerst even schommelen op de schommelstoel. Wiegen noemde ze dat. En dan viel ze hier zo in slaap.’
Maarten zuchtte even.
‘Ik heb het niet meer verschoond sinds ze een jaar terug is overleden.
Soms ga ik er zelfs nog even in liggen, als ik haar heel erg mis.
Dan val ik in slaap alsof ze weer naast me ligt en word ik wakker van mijn eigen gesnurk.’
‘Maarten’ begin ik, ‘ik kan je de stoel van je vrouw gewoon komen teruggeven hoor, als je dat wilt.
Ik breng hem zo even langs dat is echt geen enkel probleem.’
‘Nee joh, ben je gek. Die stoel heb ik aan jou gegeven.
En met een reden, want jij lijkt op haar.’
Nu is het alweer drie jaar geleden dat ik verhuisde uit Zeist naar Utrecht.
De stoel heeft een prominente plek gekregen in het midden van mijn studio.
Iedere avond ga ik er even inzitten.
Even wiegen. Zodat ik met een gerust hart kan slapen.