Categorieën
Fictie

WAKE-UP CALL

WAKE-UP CALL

URGENT CALL. De rode, pulserende letters dringen zich aan mijn netvlies op.
Geschrokken swipe ik gehaast het groene telefoonicoon van het scherm.
‘Ja hallo?’ Mijn stem klinkt argwanend en is licht buiten adem.
‘Je spreekt met de aarde, beste mens.’
‘Met wie?’
‘De aarde, earth calling.’
‘Wat is dit voor vreemde grap? Hier heb ik echt geen zin in.’
‘Je zult wel moeten want geen zin hebben zal de wanhoop nabij worden.’
‘Waar gaat dit in vredesnaam over?’
‘Ik, de aarde, ben onderhand aardig uitgeput en zal mijn onaardige kant naar de oppervlakte moeten brengen om jullie, bewoners van mij, tot inkeer te brengen.’
‘De aarde is geen persoon met wie je kunt praten, voor zover ik weet.’
‘Op dit moment voer ik dit gesprek met iedereen ter wereld die een mobiele telefoon heeft.’
‘Dat is onmogelijk!’
‘Nee hoor, ik maak gebruik van frequenties waar jullie geen weet van hebben. Kijk maar om je heen, dan zie je iedereen om je heen bellen.’
Ik loop naar mijn balkon en zie mensen op straat, fietsend en in auto’s inderdaad telefoneren. Sommige kijken verbaasd, maar dat kan toeval zijn want dat wat ik zie is beslist geen ongebruikelijk beeld.
‘Geloof je me nu?’ De heldere, indringende stem galmt mijn oor in met een lichte na-echo.
‘Zo uitzonderlijk is het niet, mensen die obsessievelijk met hun telefoon bezig zijn. Ik betwijfel of ik dit bizarre gesprek serieus moet nemen.’
‘Die twijfel is de kern van het probleem. Jullie willen, ondanks alle signalen die ik stuur, nog steeds niet geloven dat het kwart voor de evenaar is.’
‘Je bedoelt zeker vijf voor twaalf?’
‘Ook goed, subjectieve correctie terwijl je weet wat ik bedoel is overigens zonde van de tijd.’
‘Over welke signalen heb je het, fossiele brandstoffen die opraken of de uitstoot van teveel stikstof?’
‘Dat is slechts een klein onderdeel van het grote geheel. Ook al plegen jullie daarmee wel enorme roofbouw op mij door onder andere die onprettig aanvoelende olie – en gaswinning. Deze bodemschatten zijn van vitaal belang voor mijn aardvertering.’
‘Je signalen zijn niet echt effectief tot nu toe.’
‘Ik probeer jullie al decennialang wakker te schudden maar er wordt teveel gesnoozed. Daarom geef ik steeds sterkere waarschuwingstekens. Waarom denk je dat er meer tsunami’s en lawines zijn?’
‘Misschien omdat er meer mensen off-piste skiën?’
Een merkwaardig borrelend geluid klinkt op uit mijn telefoon.
‘Sorry, ik kon mijn lachen even niet inhouden over zoveel naïviteit. Ik mag eigenlijk niet lachen want dan ontstaan er aardscheuren en sinkholes.’
‘Je kunt niet verwachten dat ik dit soort onzin geloof.’
‘Dat is jouw probleem. Doordat jullie zoveel vervuilen, krijg ik steeds meer last van allergische reacties, zoals jeuk op mijn aardkorst, niezen en hoesten. Als ik nies botsen er twee aardplaten tegen elkaar en ontstaat er een tsunami. Als ik hoest, schud ik zachtjes heen en weer en ontstaan er lawines.’
‘Als dit waar is, waarom weet niemand dat dan?’
‘Onwetendheid is de grootste zonde beste, je superieur wanende, mens. Altijd maar op zoek in de ruimte naar leven op andere planeten, maar ondertussen je eigen plek vervuilen en vernietigen.’
‘Ben je een persoon zoals wij, is er dan leven diep in de aarde?’ Mijn ongeloof aan dit onwerkelijke gesprek wankelt. Wat weten we eigenlijk echt?
‘Ik ben gewoon de aarde en zonder mij zijn jullie niets. Ik krijg het voortdurend benauwder door een verminderde toestroom zuurstof vanwege die verdomde bomenkap. Die diep vertakte wortels zijn van levensbelang voor mij, door hen blijf ik vitaal en voorzie ik jullie van veel moois.’
‘Wie je ook bent en of het waar is wat je allemaal verkondigt, ik maak me, en velen met mij, uiteraard zorgen over hoe we met jou omgaan.’
‘Je zorgen maken helpt niet terwijl je doorgaat met die YOLO overconsumptie. Reizen, elk jaar een nieuwe telefoon, vlees eten, en nog zoveel andere overbodigheden.’
‘Als individu heb ik weinig invloed op jouw welzijn.’
‘Helaas is dat zo en daarom moet ik jullie ditmaal mondiaal wakker schudden, zonder pardon.’
‘Ik vind dat het gesprek een verontrustende kant opgaat. Wat ga je ons aandoen?’ Ik realiseer me dat ik de aarde in de loop van dit bizarre gesprek als een persoon begin te beschouwen waar we serieus rekening mee moeten houden.
‘Jullie zitten er al middenin. Het is wrang om te zeggen, maar dit is de kroon op mijn onvermijdelijke taak om een beroep op jullie moreel besef te doen.’
‘Kun je het minder cryptisch omschrijven? Want ik begrijp hier niets van!’
‘Kroon is een ander woord voor Corona, alsook de buitenste gaslaag om de zon die alleen als een krans van licht te zien is tijdens een volledige zonsverduistering.’
‘Wil je zeggen dat dit onbekende, angstaanjagende virus de mensheid zal uitdunnen of vernietigen?’
‘Het zal jullie in ieder geval tot stilstand brengen, de actie radius zal drastisch ingeperkt worden. Terug naar de bron van een eenvoudiger leven gevuld met tevreden voldoening in plaats van die idiote ratrace vol frustratie.’
‘Kunnen we nog wel een stap terug doen, zijn we daar niet veel te hardleers voor?’
‘Be aware my friend, if you stay rude, than it will be definitely the end.’
Een doordringend, aanhoudend gebel verbreekt het gesprek en maakt me abrupt wakker. Of droom ik juist nu?
Verward strompel ik naar de deur en open hem voor een pakketbezorger met mondkapje voor, die me met uitgestrekte armen een grote doos van AliExpress overhandigt. Beschroomd neem ik hem aan. Met een vrolijk ‘Coronavrij hoor’ gaat hij naar zijn bus vol nodeloze zinloosheid.
De laatste, alarmerende woorden van de aarde weerklinken onophoudelijk in mijn hoofd.
Be aware my friend, if you stay rude, than it will be definitely the end.