Categorieën
Fictie

Vrijheid achter gesloten deuren

Pas toen de wielen van het toestel van de grond kwamen lukte het Lisa om haar schouders te ontspannen. Ze ademde diep in, blies langzaam uit en voelde een lichte trilling in haar keel terwijl ze zich verder de hoogte in liet duwen. De eerste keer dat ze voorzichtig het idee opperde om in haar eentje een paar dagen weg te gaan, keek haar man met een spottende blik op van de boot die hij met een kwastje secuur aan het beschilderen was. “Oh? Het poldermeisje wil de wijde wereld in? Alsof jij dat durft”, voegde hij er minzaam aan toe. Ze haatte de manier waarop zijn mond altijd een stukje openhing als hij met toegeknepen ogen een of ander ornament zat te verven. Hij beschilderde miniaturen, voornamelijk modelschepen, en was bezig aan het achtersteven van een Amerikaanse raderstoomboot met zowel aan bakboord als aan stuurboord een midscheeps schoepenrad. Dit in tegenstelling tot de Europese modellen, had hij uiteengezet, die enkel een schoepenrad hebben aan de achterzijde. Ze had interesse geveinsd en zijn neerbuigende toon ondergaan. Daar was ze goed in geworden. Toen in het zesde jaar van hun huwelijk haar behoefte om zich af en toe los te maken van thuis (van hém) opwelde, was ze klein begonnen. Dan zei ze dat ze even op de fiets stapte voor een boodschap, maar reed ze een paar blokken om voordat ze naar de drogisterij ging om iets te kopen wat ze eigenlijk niet nodig had. In die korte momenten kwam ze op adem, omdat ze even geen acht hoefde te slaan op zichzelf; op wat ze zei, hoe ze dat zei en wat ze daar dan precies mee bedoeld had. Voorzichtig liet ze hem wennen aan de fietstochtjes die ze alleen maakte, door ze langzaam uit te breiden tot tochten van een uur of twee. Soms, in een van zijn buien, moest en zou hij mee, hoewel ze allebei wisten dat hij niet van fietsen hield.

Lisa had het onderwerp na lang twijfelen met het zweet in haar handen ter sprake durven brengen. Florence, Toscane, daar wilde ze naartoe. Een weekje maar, desnoods vijf dagen. Ze zag zichzelf over de Ponte Vecchio wandelen, musea bezoeken en met een boek in haar schoot espresso’s drinken in één van de koffiezaakjes rondom de Duomo. Gewoon alleen zijn, om aan zichzelf (niet aan hem, hij vond altijd wel redenen om haar te wijzen op haar falen) te bewijzen dat ze het kon. Ze was niet verrast door zijn reactie en om gedoe te voorkomen protesteerde ze niet. Ze sprak met zichzelf af dat ze het uit haar hoofd zou zetten en dat had ze de volgende drie jaar gedaan. Tot die dag waarop dat koppel kwam inchecken in het hotel voor een midweek in een van de Royal Suites.
De eerste keer dat hij haar sloeg kwam als een verrassing. Waarschijnlijk niet voor haar moeder, als ze het tegen haar had verteld. “Ik vertrouw hem niet, Lies. Hij lijkt iets op te voeren”, had ze gezegd aan de telefoon, de dag nadat ze hem aan haar ouders had voorgesteld. Het was een prima avond geweest, vond Lisa, al was het dessert in het restaurant tegengevallen. Toen ze acht jaar later stierf verloor Lisa niet alleen haar moeder, maar ook een van de laatste lijntjes die ze had met de rationele wereld buiten haar huwelijk, waarin niet alles wat ze dacht, deed en vond aanleiding was voor hoon en minachting. Ze was geschrokken. Niet van de stomp en de felle pijn die meteen daarna opvlamde in haar linkerzij, maar van hoe de blik in zijn ogen in een fractie van een seconde verduisterd was, als het snelle sluiten van luxaflex in een lichte kamer. Ze had zich verbaasd over het geluid dat een stomp maakt, of eigenlijk, de afwezigheid ervan. Geen doffe klap, zoals je in films vaak hoort. Het enige dat te horen was kwam uit haar mond en hield het midden tussen een luide boer en een opgewekte ‘hé!’, als naar een bekende op straat. Ze had zich geschaamd voor dat geluid.

De aanblik van de vrouw van dat koppel in het hotel had iets in haar wakker gemaakt. Maar meer nog hoe haar collega met een mengeling van medelijden en onbegrip naar de vrouw had gekeken. Lisa werkte een avonddienst achter de receptie, samen met Cleo. Cleo was een stuk jonger en het tegenovergestelde van haar. Lisa had een mannelijke gast eens tegen Cleo horen zeggen dat ze nog mooier zou zijn als ze wat vaker zou lachen, waarop ze Cleo haar middelvingers omhoog had zien brengen, om daarmee met een stoïcijns gezicht haar mondhoeken langzaam in een lach te trekken. Het was Lisa net als Cleo opgevallen hoe de vrouw naar haar man keek, met een behoedzame, schuchtere, maar alerte blik. Terwijl ze hen incheckte zag ze haar gespannen schouders en het bed van eieren waar ze op liep, dat Lisa zelf ook zo goed kende. Toen het echtpaar naar hun suite vertrok had ze Cleo horen mompelen: “Onbegrijpelijk, wat een verspilling van een leven om niet gewoon je biezen te pakken.” Lisa voelde diepe compassie voor de vrouw. Tegelijkertijd had haar borst zich als een opwellende oceaan gevuld met afkeer voor de lijdzaamheid en de zwakte die ze zag toen ze door de ogen van Cleo naar de vrouw keek. De werkelijkheid drong zich aan Lisa op dat zij aan anderen dezelfde aanblik bood.

Die avond, toen hij naast haar in slaap was gevallen, was ze uit bed geglipt en naar beneden geslopen, om in het dressoir te zoeken naar die oude foto waar ze in een rood leren jack en met typisch jaren ’70 kapsel tegen de reling leunt van een brug in een stad die ze niet meer herkent. De zweem van plezier en brutaliteit op haar jonge gezicht was ook in zwartwit goed te zien. Het bezorgde haar een gevoel van heimwee en ze moest ineens denken aan hoe ze zich had gevoeld in de vakantie na het behalen van haar diploma, de zomer zinderend van mogelijkheden. Ergens diep in haar achterhoofd fluisterde een suggestie, op die plek waar dingen worden gedacht die soms beter in het donker kunnen blijven.

Lisa had over twee dingen goed nagedacht. Over het moment waarop (de ochtend waarop ze op vakantie zouden gaan, tijdens het ontbijt) en over de manier waarop (van achteren, met de okergele vaas). Het was makkelijker geweest dan ze had gedacht, maar het had geholpen dat ze haar ogen dicht had gedaan bij de tweede en laatste uithaal. En het voelde… prettig, alsof iedere zenuw in haar lijf tintelend aanging en haar longen zich uitzetten, zoals die keer dat ze in het koude dompelbad was gesprongen na een hete sauna. Ze had niet nagedacht over wat er zou gebeuren bij terugkomst uit Florence. Ze zouden drie weken op vakantie gaan, dus zolang had ze respijt. Lisa had genoeg true crime series gezien om te weten dat dit niet zonder gevolgen zou zijn. Dat vond ze prima. Ze was vrij.