Categorieën
Fictie

Vodnik, de watergeest

Vodnik, de watergeest

Er zit verandering in de lucht, op deze druilerige dag. Ik duik weg en zwerf rond. Verveeld, zoekend naar afleiding, bekijk ik de duistere hoeken van mijn territorium. Langs de brug en de verdronken fiets, om het eiland waar ik voor mijn plezier de eenden verjaag en terugkeer naar de diepte.

Het beste seizoen komt binnenkort, de winter. Dan sluit langzaam, kristal na kristal, het waterig dak zich boven mijn hoofd tot ijs. Dan is het stil, een verwachtingsvolle stilte. Ik verheug mij op het eerste dunne glas waardoor ze kijken maar mij niet zien. Daarna de eerste steen die een barst of wak creëert, de durfal die bij het riet een natte voet haalt. Dan lig ik klaar om angst te genereren die lafaards leven laat en helden tot postume domoren verheft.
Ik ril bij de gedachte aan dit feest voor watergeesten zoals ik, Vodnik.

Hij veegt condens van het beslagen raam. Door het gat dat ontstaat kijkt Chris naar buiten en ziet in de plassen het spetterend regenwater. “It’s raining cats and dogs”, hondenweer. “Ja daar heb jij geen boodschap aan hè?” mompelt hij tegen Lev, de zwarte Labrador die tegen zijn benen schuurt. De hond jankt zacht ten teken dat het tijd is uitgelaten te worden, weer of geen weer.

Het beest is bijzonder. Het is of zijn oogopslag je gevoelens reflecteren, alsof hij het antwoord heeft op de vraag die jij nog stellen moet. Onzin natuurlijk, maar ja, toen hij het beest ophaalde in het asiel viel het direct op. De hond vertelde hem dat hij met Chris mee ging. Punt uit. Die hond, die heeft geen snuit, maar een gelaat, bedacht hij thuis. Vanaf toen was Levinas zijn nieuwe naam, Lev voor vrienden.

Opnieuw, met ingehouden blaf, geeft Lev zijn hoge nood aan. Chris lijnt de hond aan en wordt beloond met een korte opklaring. Lev heeft, ondanks zijn wijze uitstraling, het jachtinstinct nooit verloren. De eenden in het park maken oerdriften in hem los. Niet dat hij er ooit een te pakken kreeg, maar de opwinding bij het opvliegen van de vogels is telkens weer verrukkelijk. Dat is de reden dat hij bij de vijver altijd aan de lijn moet.
Het rondje dat zij lopen is dagelijks hetzelfde, langs de eenden, het bruggetje over het bos in en dan los. Eerst een plas, dan een drol maar na wat rennen bemerkt hij nu plots iets vreemds. Ook Chris staat aandachtig stil. Geen eenden, geen wind, alleen het geluid van lekkende bomen en water dat door de duiker klotst. Een weeë prutlucht stijgt uit het water op. Hij rilt, Chris huivert. “Kom Lev, we gaan naar huis”.

Vodnik koestert zijn Slavische ziel als de twee passeren. Zij weten niet dat hij hier huist. Zijn uiterlijk is aangepast nadat hij hier, lang geleden, als kind van een langstrekkend zigeunerpaar, verdronk. Nu is hij donkergroen zacht slijmerig, zichtbaar voor wie angstig is, verraderlijk voor de moedigen die blind zijn voor het gevaar van open water. Zeker voor hen die het lef hebben zijn territorium binnen te dringen en het te vervuilen met hun aanwezigheid, is zijn wraak groot.

De ijspret komt die winter langzaam op gang. Soms vriest het wat, dan dooit het wat. Totdat een week vrieskou het ijs laat aangroeien tot een mogelijke schaatsbaan. Het ijs bij het bruggetje is dun door de stenen van kwajongens die de kracht van het ijs uitprobeerden. Zorgzame buurtbewoners houden voor de eenden een wak open.

Voor Vodnik is het spel begonnen. Langzaam groeien de kristallen tot ijs, het wonderlijk dak boven zijn hoofd. Eerst voelt het als een nieuwe huid, maagdelijk en teer. Totdat het vel barst en ijskoude schotsen hem verwonden. Hij doet er afstand van want ook het krassen van de schaatsen verdraagt hij niet. Dan is hij weer watergeest, vloeibaar en beweeglijk.
Soms schopt hij een barst in het ijs, breekt een schots af of blaast een zwakke plek tot wak. Dan jaagt hij door het water en glibbert langs zij die genieten maar niet weten wat hen mogelijk wacht. De val, de gil, de schrik, de angst, hij geniet er volop van. Oh, als zijn lieve ouders hem zo eens zagen.

Chris is gehaast. Te laat naar bed, wekker niet gehoord en verslapen. Op aankleden na kan hij alles overslaan, wassen, scheren, ontbijten, maar het uitlaten van Lev is onverbiddelijk. Het beest staat al te janken bij de deur. Wanneer hij de deur opent springt Lev naar buiten en doet opgelucht zijn eerste plas. Chris loopt hem achterna. Lev blaft vrolijk, rent weg waarna Chris het dreigend gevaar beseft.
“De riem, shit, de riem vergeten. Lev blijf hier”.
Te laat. De hond rent onbekommerd het asfalt op.
“Lèèèvv, hierrrrr” probeert Chris nog, zonder resultaat. De weg is stil, alleen een fietser. Die wijkt uit en vloekt.
“Hou die hond aan de lijn, zak”. Met kloppend hart rent hij Lev achterna. Geïrriteerd door het verwijt, de hond die niet luistert, maar vooral door zijn eigen stommiteit, reageert hij zich af op het dier.
“Stom beest, waarom luister je niet?”
Lev komt naar hem toe, gaat zitten en kijkt schuin naar hem op. “Wie is hier stom?”
Terug gaan voor de riem, daar is geen tijd voor. “Toe maar”, en hij geeft hem met een kort handgebaar de vrijheid. Lev snuffelt wat rond totdat hij in de verte de eenden op het ijs ontwaart. Nog nooit was hij los en de eenden zo dichtbij. Een hond op jacht en prooi in het vizier, daar zit geen filosofisch denken tussen, slechts instinct. Hij rent als nooit tevoren. Springt over het riet het ijs op, glijdt uit en valt met een smak op de harde ijsvloer. Nu pas zien de eenden het naderend gevaar. Klapwiekend en uitglijdend op het ijs proberen zij te ontkomen. Lev herstelt zich, rent door en glijdt happend naar een trage bergeend die opvliegt uit het wak. Hij klauwt zijn nagels in het ijs dat opspat als van een hockeyschaats. Te laat. Zijn achterlijf glijdt door en zakt in het ijskoude water. Met zijn voorpoten klauwt hij aan de rand van het ijs dat afbreekt bij elke nieuwe poging. Half zwemmend, half krabbelend blaft en jankt hij naar Chris.

Die heeft eerst Lev ’s capriolen op het ijs lachend aanschouwd. Die eenden krijgt hij toch niet. Hij roept hem, zonder resultaat en wat hij vreest gebeurt. Lev glijdt in het wak waarna Chris zonder nadenken het ijs op stapt. Het kraakt en scheurt onder zijn gewicht. Geschrokken deinst hij terug en kijkt gebiologeerd naar het dier in nood. “Lèv, kom hier”. Het beest vecht voor zijn leven, terwijl zijn krachten zichtbaar afnemen.

“Lèv”, huilt hij en bedenkt “LEF!”, handel, doe wat! Opnieuw stapt hij het ijs op, dat kraakt en barst. Op je buik, gewicht verdelen, ja, zo doen ze dat, herinnert hij zich. Schuivend kruipen naar het wak waar Lev ‘s verdrinking nadert. Straks de hand uitsteken, poot pakken en op het ijs trekken. Nog twee meter, nog anderhalf. Dan scheurt het ijs onder zijn gewicht, water stroomt het ijs op en doorweekt zijn shirt. “Nog even Lev, bijna”. Chris strekt zijn arm uit. “Kom”. Lev jankt terwijl de scheur in het ijs breekt tot een koud gapend gat en Chris verdwijnt in het ijskoude water. Als hij bovenkomt hoort hij het loeien van sirenes. Eén ferme zwemslag brengt hem bij Lev. Hij pakt hem onder zijn buik en duwt uit alle macht de hond op het ijs. Hierdoor raakt hij zelf opnieuw onder water en zakt met beide voeten in de zachte modder. Hij wil afzetten maar hoe harder hij beweegt des te sterker wordt de greep van slijk, boomwortels en waterplanten. Kou en ademnood, dat kan hij nog begrijpen maar zomaar doodgaan op een doordeweekse dag?

Vodnik beleeft aan dit alles een orgastisch genoegen. Zo heerlijk is het nog nooit geweest en zo lang. Eerst de hond, de klap op het ijs, het gekrabbel, dat was slechts opmaat. De plons in het wak, het wanhopig pogen, de angst van het beest als hij weer een schots afbrak. Dat leek een korte dodendans te worden maar mondde uit in een schijnbaar blijspel. De opera kwam pas goed op gang toen de man hem, Vodnik de watergeest, minachtte. Lef noemen ze dat, ha ha, hij moet er weer om lachen, de idioten. Hij had het meegespeeld, de barsten, het kraken, het water op het ijs en als finale de definitieve scheur. Daarmee belandde de hoogmoedige in zijn territorium en dus in zijn macht. Zijn greep was onverbiddelijk geweest.

Het was een wonder dat Chris na een week intensive care weer opknapte. Alleen het terugkerend groen onder zijn nagels bleef een raadsel. Dat belette hem niet die zomer naar Oost-Europa te trekken, op zoek naar de zigeuners die daar leven.

De vloekende fietser nam Lev onder zijn hoede. Niemand begrijpt waarom de hond dagelijks urenlang in het donkere water van de bosvijver staart.