Categorieën
Fictie

Vergeving

Tegenover me zit ikzelf. Dertien jaar. All Stars, hoge spijkerbroek, strak aangetrokken riem, blokblouse.

‘En, wat zou je tegen jezelf willen zeggen?’
‘Dat ik dom ben.’ Ik hoef er niet over na te denken.

Het is zo, het was dom. We vertelden onze ouders dat we bij elkaar sliepen, zoals Dana en ik vaker deden. Een andere vriendin was afgehaakt, ze kreeg last van haar geweten. Haar vonden we braaf. Wij gingen op zulke nachten de stad in en zagen wel waar we belandden. Meestal ontmoetten we oudere jongens met wie we met spuitbussen door de stad trokken om graffiti’s te maken, joints te roken, en uiteindelijk bij iemand thuis muziek te luisteren en te slapen. En meestal was dat Emanuel, de Argentijnse jongen die al op zijn zestiende alleen woonde en bij wie het altijd rook naar Fahrenheit, die hij van zijn vader kreeg. Verder hoorde ik nooit iets over zijn ouders.
Voor Emanuel had ik een zwak, en hij voor mij. We hadden een tijdje iets gehad, tot zijn ex-vriendin ‘achter school kwam’, wat betekende dat ze me in elkaar kwam slaan, alleen gaf ik zo weinig sjoege dat ze niet verder kwam dan de belediging dat ik minder hersens had dan het achterwerk van een varken. Omdat ik had moeten weten dat ik van haar ex-vriendje moest afblijven, omdat ze mij toen zij met mijn ex-vriendje ging uit medelijden mee uit shoppen had genomen. Dus dat deed je niet.
Ik weet niet meer wat ik toen dacht, die middag dat ze me stond op te wachten met haar meisjesposse. Soms lijkt het of ik vroeger niet veel anders deed dan waarnemen, zonder er echt bij te zijn. Sinds dat ex-vriendje ervandoor ging met dat meisje dat me in elkaar kwam slaan omdat ik iets met haar ex-vriendje had, en sinds die bewuste nacht dat Dana en ik onze ouders weer eens tegen elkaar uit hadden uitgespeeld, is alles een beetje een waas.

Dat weekend was Dana’s moeder naar Antwerpen, zodat we bij haar thuis konden slapen. Er was een feestje van een meisje dat Adinda heette. Zij had pijpenkrulletjes die glommen van de gel en niet zoals de mijne willekeurig om haar hoofd heen vielen, ze kende al die oudere jongens en had op mij veel indruk gemaakt toen we een keer met een groepje voor school in de zon zaten en Emanuel aan haar, die langsliep in een kort rokje met blote benen, vroeg of ze soms niet wist dat het herfst was. Zij antwoordde dat zij zo slim was geweest het weerbericht die ochtend te checken en wij allemaal niet en dat wij dus allemaal dom waren en zij niet. Daarna bleef ze nog even staan zonder iets te zeggen en liep toen lachend verder. Ze was in het geheel niet geïntimideerd door Emanuel, die altijd een grote bek had maar nu niets zei, en die ik ondanks onze vriendschap beschouwde als een van die grote jongens tegen wie ik opkeek.
We moesten dus naar Adinda’s feestje. Dat ze ons niet zelf had uitgenodigd, maakte niet uit.

Christina kijkt me aan, doordringend maar niet indringend, meelevend zonder medelijden. Ze is een goede therapeut, als ik haar zo noemen kan.
‘Vind je dat zelf niet een beetje hard?’

Nee, het was dom. Op het feestje was ik Dana al snel kwijt. Ik raakte aan de praat met een jongen van zeventien. Ik heb geen idee waarover, maar ik herinner me dat hij steeds dichter bij me kwam staan, zodat ik in een hoek belandde, tussen zijn beide armen die leunden tegen de muur. Dat hij me vroeg mee te gaan naar de toiletruimtes. Dat hij zeventien was. Adinda, die haar handen stond te wassen, keek me via de spiegel aan en zei: ‘Je moet dit niet doen, hoor. Je moet dit echt niet doen.’ Ze zei het op haar manier, stoer, afstandelijk, uit de hoogte, maar ze probeerde me iets duidelijk te maken. Ik had alleen geen idee wat.
Hoe had hij me gelokt? Zou hij me iets laten zien? Moesten we ergens heen waar het rustig was? Waarom? Ik vond hem niet aantrekkelijk, wou niks van hem, zulke gedachten kwamen niet eens bij me op.
Zodra ze weg was dwong hij me een wc-hokje in en daarna om mijn broek uit te doen. Toen ik dat weigerde zei hij dat hij me een mes op de keel zou zetten.
Tot dat moment werd ik gedreven door ontzag. Hij hoorde bij de groep die de belangrijkste graffiti’s maakte. Als je daar overheen ging, zat je in de problemen. Mijn ex-vriendje maakte ook graffiti’s. Dus dat speelde mee.
Vanaf zijn dreigement werd ik gedreven door angst. Ik moest me omdraaien, op de wc gaan zitten. Ik moest ook geluid maken, kreunen, steeds harder, zodat alle jochies die ons blijkbaar ontdekt hadden (misschien had Adinda ze gestuurd) en over de rand gluurden, niet de indruk kregen dat ik daar tegen mijn zin in was.
En ik deed het allemaal.

‘Een meisje van dertien komt de wc uitgelopen, is net verkracht en jij vertelt haar dat ze dom is?’

Deze jongen was slim, ervaren misschien. Behalve die geluiden dwong hij me ook om hand in hand de wc te verlaten. Zolang we in die besloten ruimte waren deed ik wat hij zei. De bardame wendde haar blik af, ik trok mijn hand los en liep de andere ruimte in, op zoek naar Dana. De enige vertrouwde persoon zie ik zag was een blonde slungel van weer een andere posse, bij wie ik trillend op schoot kroop. Niet veel later kwam Dana het café binnen wandelen, als een zombie. Ze was door elf jongens meegenomen naar een terrein verderop.

‘Zei je tegen haar dat ze dom was?’

Ik weet niet meer wat ik zei. De slungel bracht ons naar Dana’s huis, waar we eindeloos douchten. We spraken nauwelijks. Onze vriendschap was daarna voorbij.
De avond erna kreeg ik twee telefoontjes. De eerste in de huiskamer tijdens het eten. Het was Adinda. Ondanks alles was ik trots dat Adinda me belde. Ze zei dat ze had gehoord wat er gebeurd was en dat ze het vreselijk vond. Ik weet uiteraard niet meer wat ik zei. Mijn moeder en zusjes, die niks mochten weten, zaten een paar meter verderop aan tafel.
Later belde Emanuel. Hij wilde weten of ‘die gast’ een grote had, groter dan die van mijn ex-vriendje. En ik antwoordde. Dat was misschien nog wel het allerdomste. Ik zei ja. Hij wilde nog meer weten. Wat voor standjes we hadden gedaan.
Ik weet nog dat het geen lang gesprek was, en dat ik vanaf dat moment niet meer tegen hem opkeek.
De volgende dag op school wilden mijn ex-vriendje en twee beste vrienden weten of die witte vlek op mijn jas misschien sperma was.
Mijn moeder kwam er toch achter, via de moeder van de verstandige vriendin. Ik werd uit de klas gehaald en naar de dokter gebracht. En naar de politie. Op de gang daar passeerde ik de bardame. Ze glimlachte naar me, een beetje beschroomd, en sloeg haar blik neer. Ze zou voor mij getuigen, vertelde de agent. Ze had gezien hoe ik mijn hand uit de zijne lostrok. Ze had gezien hoe Dana het café was binnengekomen.

Van Christina moet ik terug naar het moment. Ik ben daar met hem in het hokje. De lachende hoofdjes verschijnen over de rand. Ik moet gaan zitten op de bril. Ik ben heel klein, het is heel ver weg. Er zijn maar een paar beelden.
Ze zegt me dat ik een foto van mezelf naast mijn bed moet zetten van voordat het gebeurde. Zo kan ik me vereenzelvigen met mijn dertienjarige ik. Zo kan ik haar troosten in plaats van terechtwijzen. Zo kan ik haar vergeven dat ze ons verraden heeft, denk ik zelf.

Het duurt enkele weken, maar dan ga ik ervoor zitten. Ik zoek oude schoenendozen door,
vind de klassenfoto uit de eerste klas, een foto samen met mijn beste vriendin vóór Dana, een op een sportdag met dat eerste vriendje, en een van mij alleen op een muurtje. Losse krullen die alle kanten op hangen, openhangende baseballjas. Geen blokblouse maar een groen effen shirt. Wel All Stars en hoge spijkerbroek, de riem strak aangetrokken. Lachend kijk ik de camera in.
Ik lijst hem in en zet hem op een tafeltje in de huiskamer.
Ik zie er vrolijk uit, levenslustig, ongeduldig om zo veel mogelijk in het leven te ontdekken, nog zonder de wetenschap dat daar ook nare dingen bij horen. Verstandig, zoals de vriendin die was afgehaakt, was ik niet. Misschien had ik beter bij haar in de buurt kunnen blijven. Maar Dana en ik dachten iets magisch te hebben ontdekt. De toegang tot een nieuwe wereld, waarin oneindig veel te beleven viel waar we nog helemaal niks van snapten. En in zekere zin hadden we gelijk.

Voorzichtig lach ik terug naar mezelf, een beetje zoals de bardame op het politiebureau naar me lachte.