Categorieën
Fictie

Verdwijnen

Niets was meegekomen uit zijn vorig leven, behalve die ene tas met kleding en z’n fiets.
‘Ik ben onafhankelijk en flexibel, zonder bezit,’ sprak hij zichzelf toe.

Een jaar geleden had hij de woonruimte betrokken: achteraan op het derde hof, de hoogste verdieping en geen lift. Het noodzakelijke meubilair voor de tweekamerwoning kocht hij in verschillende tweedehandswinkels. In de keuken stond een kleine houten tafel met twee stoelen, voor de slaapkamer had hij een bed en een ladekast gevonden en in de woonkamer had hij een tweepersoonsbankje en een salontafel neergezet.
De grootste strijkplank en het beste stoomstrijkijzer stonden gebruiksklaar in de badkamer want hij hield van strak gestreken beddengoed. Maar geen computer, daar was hij bang voor.

Iedere dinsdagavond ging hij dansen in dezelfde club. Hij danste graag. Zijn smalle postuur, zijn donkere ogen en zijn nonchalante zwarte haren gaven hem iets jongensachtig. Dat hij nooit een danspartner had lag aan zijn gekwelde blik.

Op vrijdagavond ging hij uit eten. Dan nam hij een boek mee en las, terwijl hij wachtte op zijn eten. Vanaf april tot oktober dronk hij iedere oneven dag om stipt vijf uur een halve liter bier in de oudste biertuin van Berlijn, enkele minuten verwijderd van zijn huis.

Hij wist dat hij nooit meer als ontwerper zou werken. Hoe kon hij uitleggen dat hij al zeker zes jaar geen nieuw werk gemaakt had? Het idee alleen al deed hem walgen. Rotzooi wordt oneerlijk verdeeld en omdat het niet beter wordt maakt het niets uit wat ik doe, vond hij. Dus was hij maar naar Berlijn gegaan.

Tijdens een fietstocht kwam hij toevallig langs een rommelmarkt op de Boxhagener Platz. In een oude koffer in de hoek van de markt vond hij een stapel oude sepia familiefoto’s. ‘Alt, Alt’, lispelde de verkoper en noemde een belachelijke prijs. Het optrekken van zijn wenkbrauw alleen al deed de prijs kelderen. De anonieme familiefoto’s kon hij uiteindelijk meenemen voor een habbekrats. Ja, zo kijkt een moeder liefdevol naar haar kind, dacht hij met de foto’s in zijn handen. Zijn eigen moeder liet hem met zijn zus en broertje regelmatig alleen achter in hun verwaarloosde huis. Zij trok zich terug in de bossen en sliep in haar bestelauto. Een paar dagen later kwam ze dan weer terug, zonder er een woord aan vuil te maken. Dan begon het drinken.

Thuis plakte hij de foto’s aan de muur van de woonkamer. Ineens zag hij het. Verrast door de eenvoud en genialiteit van zijn idee ging hij aan de slag.
Hij maakte verschillende foto’s van zichzelf in vermomming en noemde zijn alter ego Tony Milch. Als Tony droeg hij een oud beige werkpak, kamde zijn vette haar dwars over het hoofd en zette een dikke plus bril in bruintinten op zijn neus. Hij gaf Tony een baan als productiemedewerker in een fabriek voor puddinggerechten en toetjes. En hij verzon een land waar Tony vandaan kwam, ergens, waar mist tussen de bergen hing en een blik op de wereld nooit ver van huis kon zijn.

Hij plakte zichzelf in de sepiakleurige onbekende familietaferelen. Hij zat aan tafel op feesten waar hij nooit was geweest. Hij danste met vrouwen in zalen die hij niet kende. Poseerde als oudste zoon in een familieportret. Het nieuwe beeld beviel hem goed. Hij keek met plezier naar de foto’s. Ingeplakte Tony leek een nog tragischer leven te leiden dan hijzelf.

~

Zijn zus kwam hem sporadisch opzoeken in Berlijn. Ze stapte met tegenzin in het vliegtuig, maar nooit alleen voor hem. Altijd had ze in Berlijn nog zaken te regelen. Hij maakte haar graag belachelijk met haar zogenaamde vliegangst.
Bij zijn zus kwam alles aanwaaien, vond hij. Ze had drie kinderen en was getrouwd met de grootste kunstenaar van het land. Allebei waren ze succesvol in hun werk. Haar man werd internationaal geroemd als multidisciplinair kunstenaar.
Waar zijn zus nog dacht dat hij in het diepst van mijn wezen een goed mens was, enkel een tikje van de molen had gekregen door zijn moeizame relatie met zijn moeder, was haar man ervan overtuigd dat hij een gevaarlijke gek was.

Nooit sprak hij met zijn zus over hun jeugd. Zij vond dat moeder als alleenstaande vrouw met drie kinderen van drie verschillende mannen haar best had gedaan. Dat peurde precies in zijn open wond. Waar zijn zus als volwassen vrouw een goede relatie had opgebouwd met moeder was hem dat niet gelukt.

~

Zijn zus, die weer een paar dagen met haar man in Berlijn was, verdween zoals altijd op de laatste dag naar de delicatessen-afdeling van KADEWE, voor exclusieve ingrediënten. Bepakt en bezakt kwamen ze terug in zijn woning, waar ze tot zijn ergernis alles op zijn kleine aanrecht uitstalden.
Toch liet hij hun begaan, hij hield van koken en lekker eten. Net als zijn zwager. Eigenlijk was dat het enige wat ze deelden. De gerenommeerde kunstenaar was een snobistisch kok, die volgens de oer-klassiek Franse keuken kookte, waarbij ze altijd ruzie krijgen over bereidingswijzen of passende wijnen. En altijd gezeik over zijn onscherpe messen.

‘Ik wil aan een expositie deelnemen met die foto’s aan de muur,’ zei hij, terwijl ze gedrieën in zijn keuken stonden.
‘Via een bakkerij van een warenhuis laat ik een taart bedrukken met een Tony Milch fotoportret. Het plan is dat deze taart gedurende de expositie op een plateau langzaam vergaat. Ik ben aan het kauwen op woorden om in het aanmeldingsformulier deze taart en het verrottingsproces een artistieke betekenis te geven.’

Zijn zwager stopte met het vullen van de barbarie-eend en keek hem over zijn bril aan.

‘Wat? Belachelijk! Jij? Waar dan?’ vroeg zijn zwager. ‘Denk je met amateuristisch knipwerk door de selectie te komen? Laat me niet lachen! Tony Milch? Een gekochte taart met een foto laten verrotten als kunst?! Sukkel…’

‘Ik wil graag meedoen,’ zei hij zacht. ‘Juist hier in Berlijn, de stad waar al decennialang dwalende zielen door worden aangetrokken, lijkt het mij mooi om mijn geschiedenis visueel te herschrijven. Met een publiekelijke tentoonstelling als klapstuk. Zichtbaar voor iedereen’.

‘Ach jongen’, zei zijn zwager, ‘tragisch genoeg ben je zelfs te laat in Berlijn aangekomen. Het omslagpunt van Berlijn als vrijplaats, waar rafelranden worden omarmd, is al lang achter de rug. De stad bestaat nu vooral uit expanderend vastgoed waar menselijkheid ver te zoeken is.’

‘Ja hoor, gezellig weer’ riep zijn zus geïrriteerd, terwijl ze de theedoek weggooide en in de badkamer verdween.

‘Weet je, ik begin te geloven dat jouw broer echt gek geworden is,’ riep haar man haar na.
Hij draaide zich weer om en zei: ‘Denk je dat iedereen zomaar kunstenaar kan zijn? Jij begrijpt er helemaal niks van!’

Hij liep zijn keuken uit en ging op de salontafel zitten. En toch is het een sterk idee, dacht hij, terwijl hij naar de foto’s aan de muur keek.
Zwijgend aten ze later in de keuken de gevulde eend.

~

Toen kwam de uitslag van de ballotagecommissie. Ze wilden graag dat hij kwam exposeren. Om het goede nieuws te vieren trakteerde hij zichzelf op koffie en taart in een café. Opgewekt ging hij er lekker voor zitten en pakte de krant erbij. In de kunstbijlage trok een foto zijn aandacht. Een paginagroot portret van zijn zwager, met een interview:

‘(…) Kunt u iets vertellen over de toon en inhoud van uw nieuwste werk, te zien in deze expositie?
Door dit werk bevraag ik het publiek: kan ik als kunstenaar een persoonlijk leven tot kunst transformeren? Accepteert u als publiek dat visuele leven als een kunstwerk? Ons bestaan is puur toeval. Identiteit is wat we onszelf aanmeten omdat anderen ons vertellen wie we zijn.
Met installaties van bewerkte foto’s en objecten toon ik een fictief leven. Het geniale zit in de eenvoud: het zijn beelden die we allemaal herkennen uit onze eigen particuliere fotoalbum. Via deze man, Tony Milch, lieg ik visueel een leven bij elkaar. Want als kunstenaar moet ik liegen om jullie onze waarheid te kunnen tonen. Via deze man toon ik onze duisternis, die voorouders doorgegeven aan de volgende generatie, al dan niet onbewust. Het is de confrontatie met onze eigen duisternis die we nooit kunnen ontstijgen. Het is tragisch, maar waar. (…)’

Lyrisch waren ze in het artikel over de vitrine met taarten die tijdens de expositie langzaam zou wegrotten. Een metafoor voor vergankelijkheid en verdwijnen.

Verbijsterd keek hij op van de krant.

Ik keek in de ogen van een man die het liefst wilde verdwijnen.