Categorieën
Fictie

Vaderliefde

Aan de bar zit een doorsneeman.
Een man die me doorgaans niet zou zijn opgevallen.
Net de vijftig gepasseerd, brede schouders, een tikkeltje ingezakt,
niet echt een buikje, eerder een uitgelubberd elastiek.
Een charismatische kop, zullen velen zeggen.
Met andere woorden: een gezicht vol groeven, zoals de schors van een eikenboom.
Een regular fit spijkerbroek, een lichtblauw overhemd, dat hij waarschijnlijk ieder weekend uit de kast trekt.
Aan de bar zit een doorsneeman, maar ik zou hem uit duizenden herkennen.
Zelfs nu we elkaar ruim zes jaar niet hebben gezien of gesproken. Zelfs als ik niet had geweten dat hij hier nog steeds elke vrijdagavond zit. Ik herken mijn vader meteen.
Wat doe ik hier? schiet het door m’n hoofd, hoewel ik het antwoord haast in flitsende neonletters voor me kan zien. Ik ben hier niet toevallig, ik weet dondersgoed wat ik hier kom doen. Toch blijf ik in de deuropening staan. De tocht die mijn benen plaagt, krijgt me niet in beweging.
Ik kán me nog omdraaien, ik kan nu nog de deur uitgaan en doen alsof ik hier nooit geweest ben. Maar ik doe niet eens een poging om mezelf voor de gek te houden.
Het is rustig in de kroeg, net acht uur geweest. Het merendeel van de aanwezigen zijn waarschijnlijk stamgasten, net als mijn vader.
Ik adem in, loop naar de bar en neem plaats. De kruk naast me laat ik bewust leeg. Ik doe m’n gebreide muts en sjaal af, hang mijn getailleerde nette jas over de lege kruk rechts van me, fatsoeneer mijn lange, kastanjebruine haar en wrijf vervolgens met m’n handen over mijn maillot. Bij de barman bestel ik een glas rode wijn. Het spel is begonnen. De openingszet is uitgevoerd.
Zogenaamd willekeurig kijk ik in de richting van mijn vader. Voor hem staat een vaasje bier, tot de helft gevuld, de schuimkop al haast verdwenen. Hij draait zijn hoofd opzij en kijkt me aan. Ik voel het bloed door de ader in mijn hals gestuwd worden.
‘Goedenavond,’ zegt hij met een knikje. Vervolgens richt hij zijn blik weer op het glas.
Hij heeft me niet herkend. Godzijdank heeft hij me niet herkend, precies volgens plan. Desondanks steekt het me. Ook al ben ik sterk veranderd, welke ouder herkent zijn eigen kind niet? Op een vreemde manier ben ik jaloers op hem. Wat zou ik er niet voor over hebben om hem uit mijn geheugen te wissen, om die hele, pijnlijke map in de prullenbak te gooien?
Ik geef hem een klein glimlachje ter antwoord. Nu is het een kwestie van geduld, nu is hij aan zet. Wat je ook doet, Mila, wees niet te gretig. Híj moet het initiatief nemen.
De barman zet een flinke bel wijn neer. Mooi, hier krijg je tenminste waar voor je geld en betaal je niet enkel voor een Insta-waardige entourage.
Mijn vader heft het glas.
‘Proost.’
‘Proost,’ antwoord ik en ik neem een teug. Het rode vocht glijdt als stroop door m’n slokdarm naar beneden.
‘Zo! Dat kon je wel gebruiken, zo te zien.’
Ik grijns. ‘Zeg dat wel.’
‘Zware dag gehad?’
‘Zware dag, zware week, zwaar jaar…’
Hij maakt een gebaar met zijn linkerhand, waarmee hij wil zeggen dat ik niets meer hoef te vertellen.
‘En jij? Wat doet een man als jij alleen in de kroeg? Geen vrouw die thuis op je wacht?’
Hij schudt zijn hoofd.
‘Nee, gescheiden.’ Het doet me goed dat hij nog geen nieuwe vrouw of vriendin heeft. ‘En jij dan? Geen vriendje om mee uit eten te gaan?’
‘Nee. Nee, dat niet. Het is prima zo,’ lieg ik.
Mijn vader trekt een overdreven grimas van verbazing en draait zijn lichaam volledig naar mij toe.
‘Daar geloof ik niets van! Hoe kan een jonge vrouw zoals jij geen vriendje hebben?’
‘Hoezo? Vind je me aantrekkelijk dan?’ vraag ik zo subtiel mogelijk, terwijl ik weet dat dit een verraderlijke zet is.
‘Nou, heel eerlijk…je mag er zeker wezen.’
Snel neemt hij een slok uit zijn glas en merkt tot zijn ongenoegen dat het de laatste is. Hij kijkt stoïcijns naar de bierviltjes op de donkerbruine bar en schraapt zijn keel.
Die blik, zijn houding, dat onhandige gefriemel. Het ontroert me gek genoeg om te zien dat de onzekere puber van vroeger deze man nooit verlaten heeft. Mensen veranderen maar nauwelijks.
Ik besluit de aanval in te zetten, voor ik alsnog besluit terug te krabbelen.
‘Zeg eens: ben ik jouw type?’ Met mijn wijsvinger streel ik de rand van mijn wijnglas. ‘Je gaat me toch niet vertellen dat je dat niet durft te zeggen?’ plaag ik als ik hem zenuwachtig zie grijnzen.
‘Nee, nee…natuurlijk niet.’
‘Nou dan?’ moedig ik hem aan. ‘Zou je een vrouw als ik mee naar huis nemen?’
‘Daar zou ik zeker geen probleem mee hebben.’
Hij lacht en geeft me een knipoog.
Schaak.

We lopen door de donkere straten en ik doe net alsof ik hem volg, alsof ik de weg naar mijn ouderlijk huis niet blindelings weet te vinden, het huis waar zelfs mijn moeder niet meer wilde wonen, nadat haar man, mijn vader mij eruit had gezet.
Als hij zijn hand om me heen slaat en we dicht tegen elkaar over de smalle trottoirs slenteren, het geklik van mijn hakken door de verlaten straten weergalmt, voel ik alles en tegelijkertijd niets meer.
Ik ben jaloers op de jonge vrouw, die hij nu mee naar huis neemt, die hij teder vastpakt. Want ja, mijn vader leidt een jonge vrouw naar dat kille thuis, niet zijn kind. Een jonge vrouw mag zich koesteren aan zijn warme hand, niet zijn kind. Nooit een arm over mijn schouder, een aai over m’n bol. Ik heb hem van jongs af aan alleen maar teleurgesteld.
Ik proef een zurige smaak in mijn mond als we de straat inlopen, waar ik al zes jaar niet meer geweest ben.
Mijn oren beginnen te suizen, alsof ik een nacht lang in een club heb staan dansen, wanneer hij met zijn aangeschoten kop de sleutel in het slot tracht te steken.
Al mijn zintuigen staan op scherp, maar paradoxaal genoeg lijkt het alsof ik geen enkele controle meer heb over mijn lichaam als hij me voor laat gaan. De drempel over, die ik zes jaar geleden voor het laatst overgestapt ben.
Ik wil je hier nooit meer zien, ik wil je hier nooit meer zien, ik wil je hier nóóit meer zien…
Die woorden staan in mijn hersenen gebrand. Mijn vader wil me nooit meer zien. Mijn vader walgt van me.
Misschien drinken we nog wat, misschien ook niet. Misschien ga ik nog even naar het toilet, misschien ook niet. Misschien lopen we gelijk naar boven, naar de slaapkamer van mijn ouders. Pas als ik hun bed zie staan, realiseer ik me dat ik hier echt ben.
De doorsneeman in de kamer pakt m’n hand vast en wil me samen met hem op bed laten vallen, maar ik hou hem tegen. Verward kijkt hij me aan, dan duw ik hem zacht maar ferm naar achteren, zodat hij languit op bed terechtkomt.
Hij grijnst en trekt zijn shirt uit. Ook het witte hemd trekt hij wat klunzig over zijn hoofd.
De lantaarn aan de overkant schijnt een vaag licht naar binnen. Nu kan ik niet meer terug. Ik laat mijn jurk op de grond vallen, bevrijd mezelf van de bh, die ik wellicht toch iets te klein heb gekocht. Ik stap uit mijn hakken zonder mijn blik van de man op het bed af te wenden.
Langzaam kruip ik bovenop hem, hij pakt me bij m’n billen, kijkt gulzig naar mijn pronte borsten. Ik buig voorover, een weeïge alcoholgeur dringt mijn neusgaten binnen.
‘Dus je vindt me wel sexy?’ fluister ik, terwijl ik hem recht in de ogen kijk.
‘Ja, heel sexy!’
‘Kun je me wel aan, zo’n echte vrouw?’
De man gromt. ‘O, ja. Kom maar op!’
Plots draai ik mezelf van hem af en loop naar mijn hoopje kleding toe.
‘We hebben ons eigenlijk nog helemaal niet aan elkaar voorgesteld,’ zeg ik gespeeld verontwaardigd. ‘En ik ga nooit met vreemde mannen naar bed, die me een paar uur later alweer vergeten zijn.’
De man op bed maakt zijn riem los. ‘Schoonheid, toch. Geloof me, ik ga je nooit vergeten.’
‘Dat zeggen ze allemaal. Volgens mij zou jij je eigen kind nog vergeten.’
Ik zie de man als een vis op het droge naar woorden happen.
Ik manoeuvreer me weer in mijn jurk, trek m’n hakken aan en houd mijn bh in m’n hand.
‘Wat voor spelletje speel jij eigenlijk?’ vraagt hij bedenkelijk. ‘Wie ben jij?’
‘Milan. Gaat er bij die naam geen belletje bij je rinkelen?’
Dan zie ik de man op slag nuchter worden.
‘Precies,’ weet ik met een gortdroge keel uit te brengen. ‘Alleen ben ik nu eindelijk diegene die ik vanbinnen altijd al geweest ben: Mila.’
Zonder nog een keer om te kijken, laat ik de halfnaakte man in de kamer achter.
Schaakmat.