Categorieën
Fictie

Tweemaal Sarajevo

April 2019

De Boeing zette zijn daling in en streek neer op de landingsbaan van Sarajevo. Een half uur later manoeuvreerde Dan zijn huurauto behoedzaam over de weg vol putten die naar het stadscentrum leidde en keek moedeloos naar de oude gebouwen vol kogelinslagen. Stille getuigen van een wrede oorlog. Maak dat je hier weg komt, schreeuwde het in hem. Hij knelde zijn vuisten rond het stuur en reed koppig door.
Toeristen kuierden zorgeloos langs de brede rivier die glinsterde in de lentezon. Hij stuurde de auto de buitenwijk in en reed zich vast in de schuin oplopende straten. Ooit had hij hier blindelings zijn weg gevonden. Had hij zich heer en meester van de heuvels gevoeld. Nu hobbelde hij als een verloren gereden toerist over de kinderkopjes. Hij vloekte, draaide de Audi en keerde terug naar de rivier.
Enkele straten verderop sloeg hij op goed geluk linksaf. Opnieuw omhoog. De GPS vertelde hem dat hij de Republiek Bosnië-Herzegovina verliet en de Servische Republiek binnenreed. Ze hadden er een zootje van gemaakt. Hadden ze daar zo lang voor gevochten? Een oude woede welde in hem op. Een knellend gevoel in zijn borstkas.
Een paar honderd meter voorbij het pretpark Sunnyland reed hij de Servische Republiek alweer uit. Een versnipperde wereld. Stippellijntjes op een kaart die dwars door de gehuchten liepen.
Een afgebladderd bord kondigde het pension aan. Nog 50 meter. Een hond blafte. Een lange magere man met baard opende het hek.
Dan stapte uit, de druk op zijn borstkas nam toe.
‘Ik ben Dan, aangenaam.’ Zijn moedertaal kwam er verrassend vlot uit.
‘Welkom, ik heet Zlatan. Kom, dan leid ik je rond.’
De gebouwen, de houthakker die vroeger een naamloos wezen voor hem was. Allen waren ouder geworden.
‘Kom je uit deze regio?’ vroeg Zlatan.
‘Ja. Ik woon nu in Amerika.’
‘Dan, dat is geen naam van hier?’
Hij schudde zijn hoofd. Van Dragan naar Dan, dat was een kleine stap geweest. Zovelen van hen hadden hun naam veranderd.
Zlatan stelde verder geen vragen. ‘Kom. Ik leid je rond.’
Samen liepen ze door het halfhoge gras naar de rand van de tuin. Een houten terras was over de afgrond gebouwd.
‘Van hieruit heb je een prachtig zicht over Sarajevo.’
Dan keek uit beleefdheid. De vallei, de hele omgeving, die kon hij dromen.
Rechts een oud bakstenen gebouw. Aan de andere kant van het grasveld stond nu een houten chalet. Hij had het zich anders voorgesteld. Moderner. Opgepoetst. De kogelgaten zaten nog in het huis! Wat was er in deze gedoemde plek wel veranderd?
‘Dit was voor de snipers een strategische plaats,’ wees Zlatan. ‘Daar staat een bunker, en verderop nog een andere. Van hieruit schoten ze op de inwoners in de benedenstad. En ook op mijn huis…’ Zijn stem stierf weg. ‘De bevolking beneden… de mensen zaten letterlijk in de val.’
Dan luisterde terwijl zijn hart in zijn keel bonkte. De bunkers verscholen in de struiken, de stad eronder. Het geluid van kogels. Beelden en geluiden die geregeld in zijn nachtmerries opdoken.
Hij kreeg een kamer zonder uitzicht op Sarajevo. Beter zo!
‘Je kan van hieruit Sarajevo te voet bereiken.’
De informatie bleef komen. Goede raad, goede bedoelingen. Heel even dacht hij dat hij misselijk zou worden.
Onder het afdak was een kleine buitenkeuken gebouwd. Dan haalde een biertje uit de koelkast en plofte neer op het terras. De lentezon gaf al warmte. Bloesems tekenden zich af tegen de blauwe lucht. Hij keilde het blikje in een afvalbak en vertrok langs het pad dat steil naar beneden liep. Kinderen lachten en speelden in de tuinen. Een kwartier later stond hij aan de Miljacka rivier en stak de Latijnse brug over.
Hier was het dat Gavrilo Princip aartshertog Frans Ferdinand van Oostenrijk had neergeschoten. Was Princip een terrorist of een vrijheidsstrijder? Dan schudde de vraag van zich af en liep de wijk Baščaršija in. Terrasjes. Etensgeuren waaiden hem tegemoet. Aan de grills bakten vleesspiesen. Mensen dronken zorgeloos thee uit koperen kannetjes. Duiven bezetten het plein verderop. Bij de Sebilj fontein hield hij halt. De drukte van de stad verstikte hem.

April 1994
Grijze sneeuwwolken pakten samen boven de heuvels. Vanuit zijn schuilplaats in de bunker tuurde Dragan door het vizier van zijn mitrailleur. De eerste sneeuwvlokken daalden neer maar geen kind waagde zich buiten om te spelen. Iedereen wist dat het gevaar van de snipers overal aanwezig was. Dragan had geleerd geduldig te zijn.

In het doolhof van de buitenwijken onder hem verliet een schim een kapotgeschoten woning. Met een sjaal over haar hoofd vluchtte Dunja de steegjes in. Ze drukte zich tegen de gevels van de gebouwen en probeerde ongemerkt verder te lopen. Haar hart bonsde in haar keel terwijl ze zich in de nauwe straatjes stortte die naar de stad beneden aan haar voeten leidden. Straks zou ze Miloš zien!
Aan de oever van de Miljacka rivier hield ze halt. De eerste sneeuwvlokken dwarrelden naar beneden. Maagdelijk witte vlokjes op de achtergrond van al het leed waar Sarajevo al twee jaar onder gebukt ging. Vlug keek ze om, in de richting van de heuvels, en stak de Latijnse brug over. Jaren geleden was dit een levendige buurt geweest. Eethuizen, terrasjes met thee en koffie. Nu versterkte de sneeuw de stilte.

De avond viel. Sarajevo verdween onder een dunne laag sneeuw. Dragan geeuwde. Het schouwspel kon hem niet bekoren. Hij wilde actie. Een stel duiven vloog troosteloos door de lucht. Verveeld draaide hij zijn mitrailleur een kwartslag naar links. Twee kogels troffen het huis een eind verderop waar de houthakker woonde.

Door de sneeuwval, die steeds heviger werd, kwam Dunja moeizaam vooruit. Ze haastte zich dieper de stad in. Behoedzaam bleef ze achter de hoek van Sarači straat staan en observeerde de omgeving. Aan de Sebilj fontein op het plein stond een gestalte. Miloš? De sneeuw benam haar het zicht.
Ze kroop dieper weg onder haar sjaal. De schim maakte zich los van de fontein. Het was Miloš! Ze omhelsde hem.
‘Ik heb slecht nieuws!’ fluisterde hij in haar lange haren.
‘Wat…’ haar stem stokte.
‘Mijn ouders… ze willen vertrekken. Naar Duitsland. Het is voor ons gezin beter zeggen ze. Mijn oudste broer heeft er werk gevonden, en ik… kan daar mijn school afmaken…’
Langzaam drongen de woorden tot haar door. Ze duwde hem hard van zich af en staarde hem verdwaasd aan.
‘Nee!’ De kreet weerkaatste in de smalle straten van Baščaršija. Ze draaide zich om en liep verblind door haar tranen en de sneeuw de weg terug de heuvels op. Haar hoofddoek wapperde in de sneeuwstorm. Haar ijzige kreet bleef tussen de huizen hangen.

April 2019
Dan verliet de drukte van Baščaršija en zette zijn tocht verder. De stilte op het binnenplein van de Gazi-Husrev-Begmoskee lokte hem. Onder een oude boom stond een bank. Een stel gaf teken dat er nog plaats vrij was.
‘Toerist?’ vroeg de oude man.
Dan knikte.
‘Wij ook. We zijn Bosnische Serviërs, hier geboren maar we wonen in Duitsland. Ieder jaar komen we terug. Onze kinderen, die al een eigen gezin hebben, willen hier niet leven. We begrijpen dat, er is geen werk.’
‘Maar jullie komen ieder jaar terug?’
‘We houden van ons land,’ antwoordde de man.
‘We komen ook om Miloš te bezoeken,’ zijn vrouw wees in de richting van de buitenwijken.
Na een lang gesprek nam Dan afscheid en vatte de terugtocht naar boven aan. De weg oogde nog steiler! Hij liep tot aan de reusachtig uitgestrekte begraafplaats. Velden vol witte stenen die standhielden op de heuvelrug. Hij draaide zich om naar de stad. Op de heuvels aan de overkant lagen soortgelijke velden vol grafzerken. Moslims en Christenen, begraven naast elkaar.
Na wat zoeken vond hij hen. Ze waren door de eeuwigheid verbonden. Dunja en Miloš. Het verhaal van Miloš vader bleef door zijn hoofd spoken:
‘Die avond, toen we naar Duitsland wilden vertrekken, hadden Miloš en Dunja met elkaar afgesproken. Hier in de binnenstad. We wisten van hun relatie. Ze waren jong, verliefd. Ze speelden een gevaarlijk spel! Ik had Miloš verboden om afscheid te gaan nemen. Hij ging toch. Ik ben hem gevolgd. Ik… ik dacht dat ik hem zou kunnen beschermen. Toen Dunja wegliep, snelde hij haar achterna. Het duurde niet lang voor de sniper hen in zijn vizier kreeg. Twee kogels!’ Zijn stem brak na die laatste woorden af.
‘Dunja was een Bosnische Moslima,’ had de oude vrouw er onnodig aan toegevoegd.
Dan knielde. Lentebloesems dwarrelden neer op de graven. Hij slikte. Dit waren maar twee van de zovelen die overleden waren. Vermoord door snipers. Het woord liet een zure smaak in zijn mond achter. Gavrilo Princip, held of vrijheidsstrijder? Hij stond op en wankelde. Hield zich vast aan een oude wilg.
‘Sorry.’ Zijn stem klonk vreemd rauw.
Hij draaide zich om en liep de weg terug naar boven. Zonder het licht aan te maken ging hij op het bed liggen. Het had zelfs geen zin om een kogel door zijn kop te jagen. De kanker zou zijn werk doen.