Categorieën
Fictie

Tot de dood ons verbindt

“Als je ooit iets voor mij hebt gevoeld, Ruud, help me dan nu!”

Met die smeekbede stond je aan mijn graf. Je had zichtbaar aandacht besteed aan je uiterlijk: zorgvuldig opgemaakt, een sexy jurk, de lange blonde haren speels naar achteren gebonden. De meegebrachte bloemen werden plechtig neergelegd met een heel verhaal, dat dus eindigde met jouw schreeuw om hulp. Ik was verbaasd, we hadden elkaar jaren niet gezien. Je was niet eens bij mijn begrafenis. Toen kwam de aap uit de mouw: je zette de zonnebril af, diepe wallen ontsierden je ogen, en riep uit hoe het mogelijk was, dat je weer in een foute relatie terecht was gekomen.

Ik voelde me gevleid dat je nog aan mij dacht, zeker als je bedenkt hoe bot ik vroeger naar jou kon zijn. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Na je bezoek aan de begraafplaats kwam ik regelmatig een kijkje nemen in jouw leven. Inderdaad een nare vent, die echtgenoot. Naar de buitenwereld joviaal, maar achter de voordeur vol agressie. Jouw wanhoop was begrijpelijk. Ik besloot hem in de gaten te gaan houden. Zo bezocht ik jullie huis ook tijdens jouw afwezigheid. Als het huwelijksbed zou kunnen praten, had je kunnen horen wat daar tussen de lakens aan plannen werd gesmeed door trouweloze Manfred en zijn minnares. Tussen de spannende bedrijven door. Want echt, Linda daar zou je wat van kunnen leren. Als hij bij jou tekortkwam, had hij het lef moeten hebben bij je weg te gaan, zoals ik dat deed. Hij wil nu wel van je af, maar zo goedkoop mogelijk. Hele rekensommen liet het overspelige tweetal erop los. Het huis, de alimentatie, het spaargeld. Je gaat er bekaaid af komen, als het aan hen ligt. Ik merkte dat het me begon te raken. Verdomd, voelde zelfs dat ik je moest gaan beschermen.

Het had wat oefening gekost, maar ik kon kleine voorwerpen in jullie realiteit bewegen. Hoe moest ik je hiermee duidelijk maken, dat die klootzak en zijn liefje jou bedonderden? Toen heb ik dus dat flesje van haar parfum omgestoten, zodat het achter het afvalbakje terecht was gekomen.
Eindelijk ging je een keer de badkamer poetsen en was toe aan het legen van de prullenmand. Je keek naar wat daarachter lag, pakte het in de hand, spoot wat op een pols en rook. Ik zag je denken. Je ging in de slaapkamer op bed zitten. Ik was naast je en probeerde uit alle macht jouw gedachten te sturen.
En wat nu volgde kan ik nog tot in detail als in een film afspelen: ik kan niet begrijpen dat jij dit zo liet gebeuren.

“Linda, ben je thuis? ”
“Ja, boven.”
Hij komt de trap op en zegt poeslief dat het heerlijk fris ruikt, nu de badkamer is gedaan. Dan zeg jij zonder enig verwijt of beschuldiging in de stem, eerder nadenkend:
“Ik ben iets vreemds tegengekomen” en houdt het bewuste flesje au de toilette omhoog. Nu ben je zo in je eigen hoofd bezig, dat de schrik op zijn gezicht je ontgaat. Quasi nonchalant en op vriendelijke toon zegt hij nog:
”Maar Linda jij hebt zoveel van die geurtjes.”
“Het is een Miss Dior, Manfred!”
“Heb ik jou die laatst niet gegeven?”
“Maar hoe komt die dan in de badkamer terecht, mijn toiletspullen staan altijd hier…. ” denk jij nog steeds hardop. En nu komt de ware aard van Manfred naar boven. Inmiddels verheft hij zijn stem:
“Linda, van wie moet het anders zijn? Je vergeet de laatste tijd wel meer. Zoals met onze levensverzekeringen? Dat je niet meer wist dat we die hadden afgesloten?”
Ik zie je ogen groot worden en in je geheugen zoeken naar een herinnering aan die verzekeringen. Het is alsof je in jezelf verdwijnt.
“Wat maak je je trouwens druk om dat ding! Jij bent altijd zo snel emotioneel!” bijt hij je toe en weg is hij.

Ik had je tot dat moment heel rustig en rationeel gevonden. Maar die laatste opmerking kwam hard aan. Ik zag de tranen opkomen. Dus die vent hoeft maar te zeggen dat jij zo gevoelig bent en dan word je dat ook. De eerlijkheid gebiedt mij te bekennen, dat ik daar vroeger ook wel eens gebruik van maakte. Om mijn zin te krijgen. Maar soms had ik gewoon mijn dag niet en voelde me weer wat beter, als ik jou over de zeik had geholpen. Daarom zag ik ook zo goed wat die gast aan het doen was.

Daarna begon het echt menens te worden. Je had beter op moeten letten Linda, door bijvoorbeeld de spaarrekening eens te controleren.
Inmiddels speelden Manfred en “Miss Dior” met de gedachte over hoe fijn het zou zijn als jij gewoon in rook op zou gaan. Ze lachten onbedaarlijk om haar grapje:
“Je zou dat mens mee moeten nemen naar de wintersport. Misschien valt ze van een berg”.
Het hierover filosoferen ging wel erg lang door. Het leek nog steeds een grap, maar de ondertoon veranderde. Nooit beseft, dat de scheidslijn tussen spelen met gedachten aan een misdaad en het beramen ervan zo smal kon zijn.
Er werd verder gefantaseerd. Op dat steile stuk van de Langer Zug bij Lech. Een flinke duw zou daar kunnen leiden tot een fatale val. Er zat wel een hiaat in dit scenario. Want bij overleven, zou je na kunnen vertellen hoe je geduwd was. Maar wie zou geloven dat een man, die zich zo voorkomend naar zijn echtgenote gedraagt, haar kwaad zou willen doen?

Wat heeft hij zijn best gedaan met lieve woordjes en een hoop geslijm over werken aan jullie huwelijk: we zijn dus nu onderweg naar Oostenrijk, de gehuurde ski’s op het dak van jullie SUV. Ik ga mee, want ik laat je niet meer alleen. Al mijn pogingen dit te stoppen zijn tot nu toe mislukt. Zoals die keer dat ik die helderziende had gevraagd jou te waarschuwen. Je wilde hem met een geroutineerd gebaar wegwimpelen, gewend als jij bent aan mannelijke opdringerigheid. Ik zie nog je mond openvallen, toen hij mijn naam noemde met de dringende boodschap niet op wintersport te gaan.
Vannacht heb ik geprobeerd jouw dromen te sturen door de naam van de piste in het oor te fluisteren en je een flinke duw te geven. Hoe kan iemand in onschuld slapen tijdens zulke levensbedreigende omstandigheden? Ik ben lang naar je blijven kijken. Probeerde je lichaam te strelen en voelde daardoor nog meer het gemis van het niet meer aan kunnen raken. Ik weet nog hoe warm, zacht en opwindend dat kon voelen, wij samen.
Kom op Linda. Jij bent naar mijn graf gekomen. Iemand gaat de hulp van een dode ex toch niet inroepen zonder daarin te geloven!
Ik geef het op, kan niets meer bedenken. Het enige dat ik kan doen is er te zijn als je naar deze kant komt. Nu ik mezelf en vooral jou echt kan zien, hoop ik troost te mogen bieden in de duisternis. Is het egoïstisch van me dat ik me daarop begin te verheugen?

De afdaling is meteen voor gevorderden. Het inademen van de knisperfrisse lucht in deze stille witte wereld is voor mij een verre herinnering, die ik vandaag door jou opnieuw een beetje mee mag beleven.
Maar Linda je doet alsof je een beginnend skiester bent. Toch niet om hem een beter gevoel te geven over zijn prestaties? Zoals je vroeger iedereen kroesj kroesj slalommend voorbijgleed!
Hij is als eerste aangekomen bij die gevaarlijk steile helling en heeft daar gewacht. De situatie inschattend kijk je naar beneden waarop hij zegt:
“Gewoon rustig ruim van links naar rechts glijden”.
Of jij dat niet weet!
“Laten we wachten tot er even geen andere mensen zijn, dan loop je het minste risico”. Deze woorden uitsprekend komt hij dichterbij je staan. Kijkt daarbij spiedend om zich heen.
Maar hé, wat doe jij? Je neemt als een speerwerper een skistok in het midden vast, zwaait hem achterwaarts en steekt hem met een krachtige stoot in zijn knieholte. Hij kan de door jou ingezette beweging niet stoppen en duikt zo de helling af! Nu is het jouw beurt om over de schouders te kijken of iemand deze daad heeft gezien.

“Dacht je nu echt lieve Ruud, dat al jouw signalen niet tot me door drongen? Ik heb altijd geweten, dat je deugde, vergeet dat nooit. Al de moeite die je deed. Het flesje au de toilette, de geplunderde spaarrekening, die waarschuwing over wintersport, dat je de plek doorgaf in mijn dromen. Ik voel dat je me nu ziet, zoals dat bij leven niet mogelijk was. In de dood ben je dichterbij dan ooit. Je verlangt naar de volgende stap: wij beiden weer samen aan dezelfde kant. Dat laat nog even op zich wachten, want ik kon het niet laten gebeuren en hen hiermee weg laten komen.”