Categorieën
Fictie

Theo de Beo

Theo de Beo

Nadat ik Gertjan had begroet en mij aan Peter had voorgesteld, klonk er
plotseling een hoog en zuiver gefluit. De melodielijn was die van een
bouwvakker die de aandacht wil trekken van een passerende mooie
vrouw. Ik keek over mijn schouder en ontwaarde in een grote stalen
kooi een Beo. Dat was Theo, en Theo zou ons die middag uitbundig
zijn repertoire laten horen die onder andere bestond uit een perfecte
imitatie van het gemiauw van de kat die ’s morgens voordat hij zijn
brokjes kreeg eerst even met zijn vier poten hartstochtelijk Theo’s
kooi omhelsde.
Ook kon Theo homerisch lachen. Telkens wanneer hij dat deed viel het
gesprek, dat maar over een gemeenschappelijke ‘vriend’ van Gertjan en
Peter bleef gaan, stil. Deze ‘vriend’ heette Walter. Walter was de vorige
eigenaar van Theo geweest. Theo’s homerische lachsalvo’s waren niets
anders dan een perfecte imitatie van Walters lach en Gertjan en Peter
voelden in die invallende stiltes niets anders dan dat ze alsnog via Theo
door Walter werden uitgelachen. Gertjan en Peter kregen nog veel geld
van Walter. En omdat Walter met de noorderzon vertrokken was, konden
ze, om met Theo te spreken, fluiten naar hun geld.
Gertjan kennende, en even later ook Peter, verbaasde het mij dat de Beo
niet allang geplukt, gemarineerd, gegrilld en verorberd was. In plaats
daarvan kreeg Theo allemaal lekker eten voorgeschoteld: kiwi, pinda’s
en ananas. Even dacht ik nog dat Theo zich in het laatste stadium van
vetmesten bevond. Maar dat was toch niet het geval.
Walter was er niet alleen met de poen vandoor. Walter had ook zijn
vrouw verlaten: Irmgard. En Irmgard was nu de nieuwe niet onbemiddelde
vriendin van Gertjan.
Irmgard was na een zware inzinking hard aan vakantie toe geweest. En
Gertjan zat plotseling met een kip met gouden eieren en een Beo die hem
uitlachte maar die hij wel in opdracht van Irmgard moest verzorgen.
Daar zaten Gertjan en Peter nu, beide met een aan Walter overgehouden
kater noodgedwongen tandenknarsend te luisteren naar het homerische
lachen van Theo – of was het Walter?