Categorieën
Fictie

Technofeest

Een paar maanden na die vrijdag liep ze met haar vriendinnen door de stad. Het regende pijpenstelen, haar haren begonnen alweer te krullen. Om de hoek kwam een wolkje rook uit een portiek. Toen ze wat beter keek, kreeg een bekend gezicht vorm. Martin. Ze herinnerde zich dat ze over de grond rolden van het lachen toen ze hem per ongeluk ‘Marvin’ had genoemd. Het was een pijnlijke herinnering, want Bart was erbij geweest. Ze probeerde aan Martins blik te ontglippen, maar hij zag haar en liep naar haar toe.
Ze wilde wegrennen van haar herinneringen. Hij raakte haar arm aan.
“Isa! Ik heb je lang niet meer gezien.”
Wat een onnozele opmerking. Hij trok haar mee het portiek in.
“Hier regent het niet.”
Ze gebaarde naar haar vriendinnen dat ze verder konden lopen en stak ook een sigaret aan. In de donkere, vochtige nacht voelde de rook extra beklemmend. Ze zou de dag erna haar haren moeten wassen voordat ze haar vader aan het ontbijt zag. Hij zou het ruiken.
“Bart is er niet vanavond.”
Dit wist ze al. Ze had op Facebook gezien dat hij vanavond op een technofeest was. Ze had het idee dat hij expres op Facebook zette waar hij naartoe ging, zodat zij het zou weten. Zodat ze misschien ook zou komen. Het was tevergeefs, ze koesterde een zekere haat voor die feesten. Ze kon niet doen alsof ze tolereerde wat hij daar deed. Nee, het was niet de haast onschadelijke XTC die hij zo zorgvuldig had laten testen.
“Hij is in Eindhoven, hè.”
“Ja.”
Ze rolde met haar ogen. “Hij heeft elk weekend wel zo’n feest,” zei ze vol afgunst.
“Isa,” zei Martin, “ik hoor niet meer zoveel over je.”
“Ik spreek Bart ook niet meer.”
“Eeuwig zonde. Je weet toch hoe hij is?” Alsof ze hem daarom maar moest vergeven.
Martins vraag zat haar niet zo lekker. Kende ze de ‘echte’ Bart eigenlijk wel? Ze zei tegen zichzelf dat ze de ‘oude’ Bart miste, maar de dag dat ze hem had ontmoet was er een knop bij hem omgegaan. Ze had de oude Bart niet gekend, want zij had van hem de ‘nieuwe’ Bart gemaakt. Ze haatte zichzelf daarom, maar als ze verstandig nadacht, wist ze dat ze enkel iets in hem had ontstoken wat er altijd al was geweest. “Ik hoop dat hij een keer een overdosis neemt. Dat hij het maar net overleeft.”
Ze keek Martin onmeedogend aan. Geschrokken keek hij terug.
“Het is de enige manier Martin. Het is de enige manier om hem te laten inzien dat die drugs hem niets brengen.”
“Nee, het is de enige manier waarop hij zal inzien dat hij een fout heeft gemaakt. Dan zal hij denken: waarom heb ik dit boven Isa verkozen?”
Gelukkig was haar gezicht al nat. Ze rende door de stortregen de kroeg in.

Binnen voelde ze zich verdwaald. Ze durfde eigenlijk niet naar de bar te kijken, maar Teun had haar al direct gezien. Ze had de neiging om terug naar buiten te lopen en een heel pakje op te roken. Daar naast Martin in het portiek, waar ademen extra moeilijk was. Teun haatte het als ze rookte. Bart zou er een wedstrijdje van hebben gemaakt: wie het eerst zijn sigaret op had. Maar die was er nu niet.
Onhandig baande ze zich een weg door de feestende mensenmassa. Naast haar trok een bewaker twee vechtende bezoekers uit elkaar. Een man liet zijn glas vallen en roze vloeistof explodeerde over haar schoenen. De paardenstaart van een dansend meisje sloeg in haar gezicht en ze voelde hoe er een druppel over haar voorhoofd rolde. Was het zweet of regen? Ze werd er misselijk van.
“Helemaal door de regen gefietst?” Teun schreeuwde in haar oor. Hij moest over de bar reiken en haar hoofd vasthouden om er goed bij te kunnen. Hij negeerde de twee geblondeerde meiden naast haar die duidelijk niet alleen geïnteresseerd waren in zijn drankjes.
“Ja, bah.” Ze ontweek zijn ogen.
“Vervelend weer… Waar zijn je vriendinnen?”
“Geen idee.” Ze haalde verveeld haar schouders op. Hij keek haar onhandig aan. Hij had haar wel eens verteld dat hij haar op sommige momenten moeilijk kon lezen. Was dit zo’n moment? Ze had met hem te doen als hij haar zo aankeek. Dan kreeg ze het gevoel dat ze iets goed moest maken. Dat ze vanavond alleen met het missen van Bart al was vreemdgegaan. “Kom je bij me slapen vannacht?”
Een ondeugende glimlach verscheen op Teuns gezicht. “Natuurlijk wil ik dat.”
Hij hopte snel achter de bar vandaan. “Zo, ik vind dat ik klaar ben met werken. Wil je met me dansen?”

Ze fietsten in stilte. Het was ijzig koud. Het gesprek kon nu elk moment komen, dat voelde ze aan zijn lichaamstaal. Hij wist inmiddels wel waar ze mee zat als ze zo stil was. Hij had al een paar keer zijn mond geopend om te praten, maar er kwam niets uit. Uiteindelijk maakte hij een beslissing.
“Je moet gewoon niet aan hem denken.” Daar was het dan. Ze wist precies wat hij bedoelde, er waren weinig woorden voor nodig.
“Ik kan er niks aan doen.”
“Bullshit.”
Denken aan Bart was een lichamelijke reactie. Een plotselinge uitbraak van zweet, haar hart kloppend in haar keel. Het gevoel in een geluidsdichte bubbel te zitten en in een oneindig diep gat te vallen, getergd door een ongevraagde rits flashbacks naar afgelopen zomer, toen alles mooi en warm was. Telkens als ze iets, iemand, zag die haar aan Bart herinnerde, werd ze bevangen door angst. Ze trok haar sjaal strakker. Ze fietsten door ijzige stilte.
“Teun, ik geef veel meer om jou. Echt waar.” Wanhopig keek ze hem aan. Ze kon er écht niets aan doen. Ze wilde hem niet kwijtraken. “Ik zou jou nooit inruilen voor hem.”
Hij keek strak voor zich uit en leek een innerlijke strijd te voeren. “Nee, weet ik, maar toch.”
Ze waren aangekomen bij de voortuin van haar ouders en parkeerden hun fietsen op het stoepje. Toen ze de voordeur opende, kwam Teun mee naar binnen. Ze schrok er een beetje van. “Wil je nog blijven slapen?” Ze dacht dat hij nu naar huis zou gaan. Teun deed de deur achter haar dicht. “Ja, natuurlijk.”

Ze poetsten hun tanden in stilte. Teun pakte een schoon T-shirt uit haar kledingkast en ging alvast aan zijn kant van het bed liggen. Nadat ze de make-up van haar gezicht had gewassen en zijn werkshirt had aangetrokken, streek ze zich neer op zijn borst. Ze hield van de aangename warmte van Teun, van zijn rustige ademhalen, van zijn gespierde borst die toch verassend zacht was. Ze durfde zich niet al te veel te bewegen. Ze verdronk in de warmte, de geur van zweet, drank en Teun, zijn zachte haren en zijn steeds rustiger wordende ademhaling. Het werd steeds lichter achter haar ogen. Zoals de zon die ondergaat in de zomer, neerschijnend op haar, in dat weiland, dat de warmte van de dag nog na-wasemt. Het gezoen van krekels en het kabbelen van de Maas op de achtergrond. De plotse overgang bij zijn oor, waar zijn zachte haren veranderden in prikkelend baardhaar.
Toen ze op haar voorhoofd werd gekust, keek ze omhoog en schrok ze even. Voor een moment was ze terug geweest op die avond. Maar dit was haar eigen bed en dit was geen zomer.
Als ze nu op Barts borst zou liggen in plaats van op die van Teun, en als hij nou eens zou luisteren, écht zou luisteren, dan had ze tegen hem gezegd wat haar gedachtes waren. De Bart-gedachtes. Dan zou ze fluisteren, met haar hand op zijn hart: als je van het leven hebt geproefd en er klaar voor bent om te waarderen dat ik om je geef, kom dan terug naar mij. Ik denk dat ik er voor je zal zijn. Je kan niet zomaar iemand uit je hart donderen. Jij hebt een plekje daar.
De Bart in haar hoofd zei: Maar hij is er al en ik zal niet veranderen. Teuns fijne handen streelden door haar natte haren en haar tranen verdwenen in zijn shirt, dat zo anders rook. Kun je van twee mensen tegelijk houden? Afgelopen week was Teun de enige in haar hart geweest, maar vanavond waren ze er weer even allebei. Ze gingen niet zomaar weg. Ze plaatste een kusje in Teuns nek. Door zijn tevreden brommen, voelde ze zich veilig. Terwijl haar lichaam steeds zwaarder werd, hield ze hem stevig vast. Hij was onvermijdelijk ook beetje de ander, maar ze was blij dat ze bij hem lag.