Categorieën
Fictie

Sinaasappels

Het zuur, het sap,  de kleur…hij wist niet wat het was wat haar zo aantrok.  Of de geur? Hij kwam er niet uit. Dat onbegrensde opgaan, in het eten van een paar sinaasappels.

Zijn blik ging naar de tafel, waar drie sinaasappels  lagen. Drie stevige, mooie ronde sinaasappels.

Ze lag nog in bed. Zo meteen zou ze wakker worden.  Ze zou zijn plek in bed leeg vinden, nog wel wat warm. Hij zat nu hier, in de keuken, naar de  houten snijplank te kijken. Het gekartelde mens lag ernaast.

Het gekartelde mes en de snijplank, een mooie set. Het mes paste in de uitgespaarde ruimte. Ze hadden het gekregen op hun trouwen, van zijn vroegere hospita. Het zag er weliswaar gebruikt, maar evengoed nog mooi uit, ondanks de scheur in het hout van de plank. Misschien ooit te hard op het granieten aanrecht terecht gekomen. Het deed niet af aan de gebruiksmogelijkheid.

Hij liep naar de plank, hij pakte het mes en nam de eerste sinaasappel in zijn hand, wat zij anders de meeste ochtenden deed. Alleen als er een speciale gelegenheid was, dat zij nog even kon blijven liggen, dan nam hij het mes ter hand. Hij hield de eerste sinaasappel met de volle hand vast en sneed tussen zijn vingers door: eerst in tweeёn, dan nogmaals en dan de laatste keer. Zo vielen de acht partjes als een ster uiteen. Een mooi gezicht, inderdaad. Hij had het al zo vaak gezien. Toch trof hem weer die mooie aanblik, die voloranje kleur, prachtig.

Zo vaak al waren ze sinds hun trouwen naar het buitenland geweest.  Op de betreffende locatie informeerden ze vanzelfsprekend naar het ontbijtbuffet. Meestal betrof het ook fruit, en ook meestal sinaasappels. Gelukkig, verzuchtte zij dan. Als het dan zover was sneed ze zelf  de sinaasappels, drie in getal  eerst door het midden, dan in vieren, daarna met precisie nogmaals, zodat de partjes zoveel mogelijk gelijk waren. Als het haar niet  geheel naar de zin was, haalde ze nog wel eens een  andere sinaasappel. Dat maakte echter de eerste gemiste voldoening niet goed. Het vroeg  even tijd, voordat ze zich weer  volledig kon concentreren op de nog te snijden sinaasappel. Hoe dan ook at ze de sinaasappels op, partje voor partje. Ze at ze uit, de schillen legde ze ook weer in stervorm neer.  De afgekeurde sinaasappel nam hij maar voor zijn rekening.  Hij at deze weliswaar met smaak, maar verder had het geen diepere betekenis voor hem. Hij observeerde haar. Ze maakte de indruk  geheel in haar eigen genot op te gaan. Het sap drupte langs haar kin. Tevreden verlieten we dan de ontbijttafel.

Hij pakte de tweede sinaasappel. Ook deze sneed hij op gelijke wijze, steeds kruislings, in achten. Deze legde hij op afstand van de eerste. Zo bleef er ruimte voor de derde en laatste sinaasappel. Hij legde het gekartelde  mes terzijde. Sap drupte op de plank. Twee sinaasappels, op gepaste afstand.

Op een van hun reizen was het wel eens voorgekomen, dat er geen sinaasappels bij het ontbijt waren. Het betrof meer het fruit van de streek, het seizoen, het land. Ze kon dat niet aan. Ze verzocht om sinaasappels, maar dat kon de hotellobby niet realiseren. We liepen straten door, markten af, vroegen bij stalletjes, eindeloos. Het vroeg nogal wat van zijn geduld. Totdat we sinaasappels konden kopen. Wat een opluchting. We namen een zak vol mee naar het hotel. We leverden ze af bij de keuken. De volgende morgen kregen we ze bij het ontbijt. Ze sneed ze zoals ze gewend was, met ernstige concentratie, nauwgezet. Vervolgens genoot ze, met volle teugen, de ogen gesloten. Hij verwonderde zich over wat dit met haar deed.   Het sap droop, met haar mond smakte ze ongegeneerd. Wat een heerlijkheid en een geruststelling, voor haar.

Hij pakte de derde sinaasappel. Deze sneed hij vergelijkbaar, in een mooie stervorm. De partjes lagen klaar, klaar om van genoten te worden.

Gedurende hun huwelijk waren de sinaasappels, behalve een dagelijks ochtendritueel , ook een rol gaan spelen in hun intimiteit. Het begon ermee, dat de sinaasappels klaar lagen voor het ontbijt. Zij lag meestal  het eerst in bed, al dan niet  geheel ontkleed. Hij nam, tot zijn eigen verbazing, het gekartelde mes  ter hand en sneed een sinaasappel in partjes, in achten. Hij  schikte ze op een bordje en nam ze mee naar hun slaapvertrek. Bij kaarslicht  zette hij het bordje naast het bed. Ze lag ontspannen achterover. Haar ogen gesloten. Haar ene borst kwam wat te voorschijn.  Voorzichtig schoof hij haar nachtjapon iets terzijde. Hij pakte een partje van de sinaasappel. Eerst kuste hij haar voorzichtig. Toen drukte hij het partje uit, het sap droop tussen haar borsten. Ze rilde, toen ervoer ze het genot. Heel voorzichtig likte hij het sap weg, ze genoot, het wond haar op. Met het volgende partje deed hij hetzelfde. Ze reageerde vergelijkbaar, ze kreunde even. Het partje op haar buik bracht nog meer genot, hij likte haar buik, ze trok haar benen op. Helemaal opgaand in hun samenzijn vielen ze daarna tevreden in een lichte slaap.  Een tijdje later hoorde hij haar voorzichtig opstaan. Ze at de overige partjes op, hij hoorde het uitslurpen en kwam geruisloos het bed weer in.

Hij hoorde wat, in de slaapkamer. Kwam ze al uit bed? Zou alles  haar naar wens zijn? Hij pakte voorzichtig het flesje uit zijn binnenzak.

De laatste dagen, eigenlijk al veel langer, had hij er genoeg van gekregen.  Het ging nu al jaren zo.  Van verwondering  naar verbazing  was zijn gevoel uitgegroeid tot irritatie. Van een gewoonte, een vast ritueel was het  sinaasappelgenot tot een neurose geworden, dwangmatig, met een passie en betrokkenheid die hij verder nooit bij iets anders bij haar had waargenomen. Niet als ze wandelden, niet als ze nieuwe kleren paste, niet bij een boeiende film of een opwindend boek.  Hij vond het verbijsterend. Hij was naar zijn jeugdvriend gegaan, die assistent-apotheker was.  Hij vertelde hem het hele verhaal. Deze kon zich zijn ergernis goed voorstellen en gaf hem een onschuldig middel. Waarschijnlijk kon hij daarmee een allergische reactie opwekken. Of erger… Als er in ieder geval maar een eind kwam aan deze dagelijkse  dwangmatigheid. Op de middelste sinaasappel druppelde hij de inhoud. Het was doorzichtig, geur- en smaakloos, niet waar te nemen. Er zou zeker  sprake zijn van een effect . Het gekartelde mes lag op de plank.

Ze kwam de keuken binnen. Ze keek naar de drie zorgvuldig gesneden sinaasappels.  Haar ogen lichtten op. Hier ging ze van genieten. Eerst liep ze naar de kraan. Even haar mond spoelen. Dan kon ze het sap nog beter proeven. Ze nam eerst de linker sinaasappel . Genietend en voorzichtig nam ze partje voor partje.

Hij keek naar haar. Hoe ze genoot. Hoe dit alles voor haar was. Wat zoveel betekende. Sapresten zaten in haar mondhoeken.

Toen pakte ze de rechter. Ook deze ging met heel veel  smaak naar binnen. Het smakken van de lippen toonde haar wellust.  Sinaasappelvezels zaten tussen haar tanden.

Hij zag haar, dat eindeloze, ergerlijke  opgaan in het eten van een sinaasappel. Het dwangmatige karakter ervan. Het stond te ver van hem af, zijn besluit had hij genomen.

Gisteren werd het hem duidelijk. Ze was eisend. Hij moest onvoorwaardelijk  het ritueel aanschouwen. Hij was gaan wandelen, richting de grens, slechts een enkel weiland door. De grenspaal gaf aan waar het strookje niemandsland begon. Hij was gaan zitten op het bankje. De geur van het bos na een regenbui ademde hij diep in. Daar waar de grens lag voor de een, begon de ruimte van de ander. Het hield hem bezig. Verschillende regels bepaalden het leven aan beide kanten van de grens. Regels, door mensen vastgesteld, waarbinnen men de levensruimte innam. In hun relatie speelde dit ook: ruimte afgrenzen, door gewoontes en gedragingen. Respecterend, mogelijk ontwijkend… Over grenzen heengaand. Of toch een stukje niemandsland scheppen, waarin ze allebei vrije speelruimte zouden hebben? Nee, nu geen twijfel meer. Hij bleef bij zijn besluit.

Ze bleef staan, even aarzelend. Haar hand ging naar de derde, de middelste sinaasappel. Ze veranderde onverhoeds, maar uitermate doelgericht haar handrichting, pakte het gekartelde mes en sneed in één krachtig  handgebaar in zijn hals.

Zijn ogen konden nog juist verwondering, verbazing en verbijstering  tonen, maar toen was het al gedaan. Het bloed spoot weg.

Ze ging zitten terwijl hij wegzonk, in het  niets. Ze keek nog even. Toen pakte ze de partjes van de derde sinaasappel. Op enkele  zaten wat bloedspetters, ze spoelde ze eraf en at met  smaak haar laatste  sinaasappel.

Den Velde,

Januari, 2021

Cathrien Kats