Categorieën
Fictie

Raam

Van links naar rechts, boven naar beneden. Goedkeuren knikje, 3 tredes. Flatsch, links, rechts, boven naar beneden.

“Goedemorgen!” Verstoord kijkt Kees naar beneden. “Goedemorgen” herhaalt de man. “Mogguh” zucht Kees. “Lekker weertje hè! Heerlijk helder zacht zonnetje, fantastisch zo lekker buiten heel de dag. Zeker op een dag als deze. Daar kan ik nou echt jaloers op zijn.” Kees maakt oog contact met de verwachtingsvolle blik onder hem. Even is het stil. Dan komt het, uit zijn tenen. “Ja het is heerlijk vandaag, je voelt hem echt branden hè, ze geven later bewolking op maar ‘hij kijkt theatraal naar de lucht’ ik verwacht het niet hoor.” “Nee ik denk het ook niet hoor” zegt de man. De man loopt door, en even abrupt als het gesprek begon, is het afgelopen.

Kees richt zich weer op. Hij is uit zijn flow, dat weet hij. Maar dat hij uit zijn ritme gehaald is verklaart niet dat hij zich onbehaaglijk voelt. Het is gewoon niet zijn ding. Het ongeïnteresseerde, de ondoordachte gewoonte waar zoveel mensen zich schuldig aan maken. Toen hij nog gelijkvloers werkte was het erger, al kan hij er nu nog steeds niet aan ontsnappen. Het is het grootste en enige nadeel dat kleeft aan het uitvoeren van zijn passie in de buitenlucht.

Het is ook die passie die hem weer tot bezinning brengt. Flatsch, van links naar rechts, van boven naar beneden. Hij ziet zichzelf. Niet de harde realiteit met scherpe contrasten en felle kleuren maar een vage weerspiegeling die hem ruimte geeft voor eigen invulling. Hij voelt geen oordeel, dat is wel eens anders geweest. Verkeerde keuzes uit het verleden die hem niet los laten ziet hij niet terug in de man die hem met coulance aankijkt.

Flatsch, links, rechts, boven, beneden. Alle viezigheid, elk smetje, hij veegt het weg waardoor hij weer als herboren tevoorschijn komt. Een paar tredes omhoog en hij herhaalt. Het heeft een therapeutische werking op hem, de confrontatie en coulance heelt hem. Beneden krijgt hij die niet. Hij wantrouwt de medemens die onder hem door loopt. Op zijn ladder ontsnapt hij daaraan. Het is hij en het raam. Een raam doet niks om je beter te laten voelen, liegt je niet voor, alles is zichtbaar, het verdoezelt niets. Eerlijk, in tegenstelling tot mensen, daar kijkt hij dwars doorheen.

Michiel de Groot,
Dordrecht, 27-1-2021