Categorieën
Fictie

Private Dancer

Op dit tijdstip van de dag is het niet druk meer in de stad en ik manoeuvreer mijn auto moeiteloos door het verkeer, onderwijl meezingend met mijn favoriete nummer en lijflied.

Bij de personeelsingang word ik vriendelijk begroet door de potige beveiliger, die galant de deur voor me openhoudt. Hier stap ik over de drempel naar de rol van mijn alter ego. Marieke blijft buiten, Sonja gaat aan het werk.
‘Hoi Walter, hoe is het binnen?’
‘Goedenavond Sonja, een wanhopig zooitje ongeregeld als altijd.’
Ik haal even diep adem en loop naar de kleedkamer om de andere meisjes te begroeten. Hun vrolijke gekakel brengt een glimlach op mijn gezicht. Zonder deze meiden zou ik dit werk niet kunnen doen; op de werkvloer zijn we weliswaar elkaars rivalen en doen we alles om de best betalende klant te lokken, achter de schermen houden we elkaar overeind.
We hebben allemaal zo onze eigen redenen om voor deze baan te kiezen, als het al een keuze is, Voor de meesten, waaronder ik, is geld en het gebrek aan andere mogelijkheden het grootste motief.

Voor de spiegel in de kleedkamer begin ik aan mijn fysieke transformatie. Van de bescheiden en ietwat saai ogende Marieke, verander ik in de verleidelijke en sensuele Sonja. Routinematig breng ik de make-up aan: mijn lippen stift ik glanzend rood en trek een strakke zwarte lijn onder mijn ogen. Met een blonde pruik bedek ik mijn korte bruine krullen, terwijl ik het nummer neurie dat in mijn hoofd is blijven hangen.

Mijn spijkerbroek, sweater en sneakers verruil ik voor een korte, nauwsluitende glitterjurk die niets aan de verbeelding overlaat. Ik stap in de bijpassende rode pumps die ik op aanraden van Roxy kocht, nadat ik mijn voeten de eerste avond al kapot had gelopen. Een enorme aanslag op mijn budget, maar ze zijn het meer dan waard. Elegant leren lopen op die stiletto’s was een uitdaging, maar dat beheers ik inmiddels tot in perfectie.
Voor de laatste keer controleer ik mijn make-up: hallo Sonja, tot later Marieke. Nadat ik de meiden nog een toitoitoi heb gewenst, begeef ik me naar de bar. Voor ik naar binnen ga, schud ik mijn dames nog even op.

Onder de bezoekers herken ik een aantal vaste klanten. Je zou verwachten dat ik er na al die jaren aan gewend zou moeten zijn, maar nog steeds moet ik een gevoel van verachting en weerzin wegslikken als ik die mannen zie. Enkelen van hen kom ik wel eens tegen in de stad, als ze met hun kinderen in het park spelen en de perfecte vader uithangen. Of winkelend met hun vrouw, de illusie van een gelukkig huwelijk hooghoudend. Naast verachting word ik ook overspoeld door een ander gevoel: jaloezie. Tina verwoordt het zo treffend in haar lied: Ik wil rijk worden, een man vinden, een gezin stichten en wonen in een huis aan zee. Niet per se in die volgorde.

Angstvallig houd ik dit bestaan voor mijn familie en vrienden verborgen. Tegen de wil van mijn ouders verhuisde ik naar deze wereldstad met de man waarvan ik dacht dat hij mijn grote liefde was.
Dat bleek al snel een deceptie. Mark ging voor het grote geld en ik paste niet in zijn plannen. Mijn ouders waarschuwden me voor hem, maar overtuigd dat hij de ware was, sloeg ik alle raadgevingen in de wind. Ik was jong en tot over mijn oren verliefd.
Niet lang daarna kwam ik erachter dat ik niet aan zijn verwachting voldeed: ik wilde kinderen, hij een carrière. Onze relatie benauwde hem. Hij vertrok en ik bleef achter, werkloos en met een grote huurachterstand. Ik heb hem sindsdien niet meer gezien. Naar verluidt vond hij het grote geld, hoewel kwade tongen beweren dat hij zich inlaat met louche figuren.

Mijn trots weerhield me ervan op mijn knieën terug naar mijn familie te gaan. Ik hoorde ze het al zeggen: dat hadden we toch voorspeld? Nee dank je. Ik hield liever de eer aan mezelf en dus moest ik op zoek naar een baan. Die lagen echter niet voor het oprapen en de schulden stapelden zich op.
Roxy, mijn buurvrouw destijds, bleek mijn reddende engel. Toen de huurbaas dreigde me buiten te zetten, bood ze mij deze uitweg. ‘Het is misschien niet de baan die je voor ogen had, maar het betaalt goed.’
Ze nam me mee naar de bar waar ze werkte en regelde een contract. Ik beloofde mezelf dat het voor korte duur zou zijn, een paar jaar geleden.

De bar is rokerig en het licht gedimd. Het geroezemoes wordt af en toe overstemd door brallerig gelach. Aan de bar zit een man met een geile blik naar me te kijken en ik loop heupwiegend op hem af. Als hij zich verder naar me toe draait, voel ik mijn lichaam verstrakken. Die ogen, die mond, dat lijf: Mark!
Ik probeer kalm te blijven en recht mijn schouders terwijl ik langzaam op hem afloop. Als de blik van herkenning uitblijft, voel ik me zowel opgelucht als teleurgesteld.
Bijna kwijlend dwalen zijn ogen over mijn lichaam. ‘Hé schatje, wil jij een drankje van mij?’ Zijn adem verraadt dat hij een voorsprong heeft.
Het lukt me met moeite in mijn rol te blijven.
‘Doe mij maar een droge Martini,’ zeg ik tegen de barman en met een knipoog schenkt hij een alcoholvrij drankje voor me in.

Mark is veranderd. De zelfverzekerde blik in zijn ogen is verdwenen en zijn lijf draagt de sporen van te veel drank en een ongezond leven, een schim van de man die hij eerst was.
Hij neemt een slok van zijn drankje en bestudeert mijn gezicht. Ik zie iets in zijn blik veranderen. Mijn mond wordt droog en mijn hartslag schiet omhoog; ongemakkelijk draai ik mijn gezicht weg. Ik heb het gevoel dat de pruik en zware make-up mijn ware ik niet langer verbergen en uit zelfbescherming duw ik hem een stukje van me af.
‘Zeg Romeo, pas maar op dat je al het mooie er niet vanaf kijkt,’ zeg ik met een lage zwoele stem.
Dat treft doel. De onderzoekende blik verdwijnt en er verschijnt een droeve glimlach op zijn gezicht. “Mooie ogen,’ zegt hij zacht. ‘Weet je dat je hele mooie ogen hebt? Ik heb maar een keer eerder in mijn leven zulke mooie ogen gezien en ik heb haar laten gaan; de grootste fout van mijn leven.’
Mijn adem stokt. Ter afleiding pak ik hem bij zijn arm. ‘Kom knapperd, dans met me en laat me je opvrolijken.’

Gewillig laat hij zich meevoeren naar de dansvloer. Schuifelende op de maat van de muziek voel ik de vertrouwde druk van zijn armen om me heen en ik voel me Marieke, terug in de tijd dat alles nog goed en mooi leek. Het liefst zou ik hem hier en nu willen vertellen wie ik ben, dat zou niets oplossen. Onze tijd samen is voorbij. Sonja neemt het weer over.

Bij de ingang ontstaat tumult. De beveiliger is in een discussie verwikkeld met een stevig gebouwde man. Deze krijgt zijn zin en wordt binnengelaten. Met zijn blik strak op Mark gericht komt hij op ons af en ik voel Mark verstijven.
Hij pakt Mark stevig bij zijn arm. ‘Je hebt genoeg gehad. Het is tijd om te gaan.’
Mark verzet zich, maar de man is een paar maten te groot voor hem en duldt geen tegenspraak. Bij de deur draait Mark zich naar mij om. Zijn ogen staan verwilderd en op zijn gezicht lees ik een emotie die ik niet kan plaatsen. Ik volg hen naar buiten en zie hoe hij door de man in een zwarte auto wordt geduwd. De uitsmijter bij de deur kijkt me grinnikend aan: ‘Zijn vrouw heeft er een mannetje op afgestuurd.’

De auto verdwijnt uit het zicht en ik huiver. Was het de blik op Marks gezicht of gewoon de kille wind? Veel tijd krijg ik niet om erover na te denken. Mijn baas kijkt me met priemende ogen aan. Ik ban Mark uit mijn gedachten en ga op zoek naar een volgende klant.

In de weken die volgen, blijft Mark door mijn hoofd spoken. Wat zag ik op zijn gezicht: Schaamte? Spijt? Angst? Ik besluit hem te gaan zoeken en bel een van onze voormalige vrienden. Helaas heeft hij ook al enige tijd niets meer van hem gehoord en biedt aan om eens rond te vragen.
Terwijl we nog wat bijkletsen en herinneringen ophalen, wordt mijn aandacht getrokken naar een bericht op de televisie die ik op de achtergrond heb aanstaan.
‘… en de volgende beelden kunnen als schokkend ervaren worden. De politie vraagt uw hulp bij de identificatie van deze man.’
Het bloed stolt in mijn aderen als ik het gezicht van Mark op de beelden herken.
‘Marieke? Hallo, ben je daar nog?’ hoor ik vaag door de telefoon. Ik wil antwoorden, nee, ik wil schreeuwen, maar er komt geen geluid over mijn lippen.
‘… met meerdere kogelschoten om het leven gebracht. Een afrekening in het criminele circuit wordt niet uitgesloten.’