Categorieën
Fictie

Posttrauma

POSTTRAUMA

#1
Voor het eerst in jaren voelt Claartje de behoefte een poststuk voor zichzelf te houden. Ze wil het mee naar huis nemen en op het dressoir zetten, naast hun trouwfoto, misschien wel met een brandend waxinelichtje ernaast. Dat dat niet mag, en dat ze ontslagen kan worden, weet ze heel goed. Bovendien mag Noud hier niets van weten.

Vanochtend al, in het sorteercentrum, trok dit kaartje haar aandacht. Niet de unieke kleur of bijzondere vormgeving vielen haar op; het waren groene glitterletters, die op de voorkant een feestelijk zevenletterwoord vormden. Ze had het kaartje even tegen haar borst gehouden en toen snel tussen twee andere poststukken geplaatst, die ook bestemd waren voor Boksdoornerf 8. Als een hongerige slang is het groene woord daarna door haar gedachten blijven kronkelen. Nu ze eenmaal voor nummer 8 staat, twijfelt ze nog steeds. Toch laat ze alleen de envelop van de Belastingdienst en de Tip Culinair op de deurmat vallen. Het kleine ansichtkaartje verdwijnt in de binnenzak van haar zwart-oranje jas.

Zodra ze het halletje binnenkomt, ruikt ze de tabaksgeur die zoals altijd uit de jassen van Noud walmt. Het is een lucht waar ze nu een klein beetje misselijk van wordt. Ze hangt haar jas zorgvuldig aan de kapstok, de binnenzak naar de houten lambrisering gericht, en loopt naar de keuken. Noud zit zwijgend aan de gedekte tafel te wachten, voor hem een bord met opgewarmde stamppot van gisteren. Na een vluchtige kus op zijn wang, schept ook zij het eten op, kauwt en slikt zonder echt te proeven, zorgvuldig elk oogcontact vermijdend. Ze zegt niets over het kaartje en ook het zevenletterwoord blijft onbesproken. Zodra haar bord leeg is, zet ze het in de vaatwasser en snelt ze naar het toilet. Hoewel ze heel goed weet dat roze streepjes niet liegen, wil ze toch haar slipje nog eens checken. Het kruisje is hagelwit. Claartje telt de dagen, acht, negen, tien.

Als Noud naar bed is, haalt Claartje stilletjes het kaartje uit haar binnenzak. Van boven komt zijn zachte gesnurk. Ze neemt het kaartje mee naar de woonkamer en staart lang naar de groene letters. Dan draait ze het kaartje om en leest ze de lieve tekst die door ene Rob geschreven is. Hij vindt het heuglijk nieuws, het vervult hem met blijdschap. Claartje richt haar aandacht snel op de televisie, dooft het gevoel dat haar plots vult met de herhaling van RTL Boulevard. Zodra de eindtune inzet, verscheurt ze het kaartje. De kleine snippers stopt ze terug in de binnenzak van haar grote jas.

#2
Twee weken later ontvreemdt Claartje een Psychologie Magazine, die bedoeld is voor mevrouw van Hest in de Rozenstraat. Op de cover staat een vrouw, die lachend in de camera kijkt. “Themanummer keuzes maken” staat er in dikke, donkerrode letters boven haar blonde krullen. De kaft belooft een stappenplan waarmee alle keuzes overzichtelijk worden.
Claartje kan niet wachten tot het einde van haar werkdag; ze heeft nu het stappenplan nodig, zodat ze vannacht weer eens kan slapen. Halverwege haar ronde is ze naar het Spoorpark gefietst. Ze is de Kempentoren opgeklommen vanwaar ze op zonnige dagen een uitkijk heeft over heel de stad. Op de weg omhoog is ze niemand tegen gekomen en ook het bovenste bordes is helemaal leeg. Ze gaat op de laatste traptrede zitten en pakt dan het magazine uit haar schoudertas. Ongeduldig trekt ze het cellofaan los, bladert naar de juiste bladzijde en leest gretig het vijf-stappenplan. Geen van de stappen geeft haar de verlichting die ze zo nodig heeft. Ze is boos op de makers van dit tijdschrift, die er met hun loze belofte voor zorgden dat ze weer een poststuk heeft gestolen. Ze wil de redactie bellen om te vragen hoe ze zulke simplistische adviezen kunnen geven. Begrijpen ze dan niet hoe ingewikkeld haar situatie is? Ze heeft er niets aan zich op haar gevoel te richten, mild te zijn voor zichzelf of een muntje op te werpen. Snappen ze dan niet dat de realiteit veel complexer is dan een beslisspiraal en dat ze hier met niemand over kan praten? Ze schaamt zich voor haar eigen naïviteit en is woedend op haar eigen besluiteloosheid. En dan is er ineens een plan. Een totaal absurd plan, maar wel het beste plan dat ze in weken heeft gehad. Ze daalt de wenteltrap weer af en telt de treden, 126. Een even getal. Dan weet ze wat haar te doen staat. Bij de uitgang van het park gooit ze het tijdschrift in een afvalbak.

# 3
Ze is wakker geworden van een afgrijselijke kreet. Die produceert ze zelf, maar komt uit een donkere diepte die ze nooit eerder heeft gevoeld. Het onomkeerbare overspoelt haar; een intense mix van schuldgevoel en spijt, een universeel verlies. Het stijgt op en wil ontsnappen aan haar lichaam, ze kan niet anders dan het eruit brullen. Het is sterker dan zij is. Ze kan pas stoppen als Noud haar stevig bij haar armen pakt en haar naam roept. Dan komt ze bij zinnen . Een nachtmerrie, zegt ze, het was een nachtmerrie. Het was afschuwelijk.

Als Noud weer slaapt, gaat ze naar beneden. Uit haar binnenzak haalt ze een roomwitte envelop, die gericht is aan meneer de Backer. Ook een groene snipper neemt ze mee naar de woonkamer. Een aansteker vindt ze in Nouds jaszak. In de keuken pakt ze een waxinelichtje. Ze legt alles op de eettafel en haalt, voordat ze gaat zitten, ook de trouwfoto van het dressoir. Nadat ze het waxinelichtje aan heeft gestoken pakt ze de envelop. Op de kaart, die ze eruit haalt, staan pastelkleurige bloemen. Met veel moeite ontcijfert ze het ouderwetse handschrift op de binnenkant van de kaart. Heel veel sterkte met dit grote verlies. Ik wens je kracht om het te dragen. Dan opent ze de sluitclips aan de achterkant van het fotolijstje. De kaart is wat kleiner dan de foto en past er precies achter. Ook de groene snipper moet er bij. Dan maakt ze het lijstje weer dicht. Ze zet het voor zich neer, naast het brandende lichtje en kijkt naar het vlammetje totdat het langzaam uitdooft.

Jessie Wouters, jan. 2021