Categorieën
Fictie

Persona non grata

‘Waarom heb je een zonnebril op?’ vraag mijn zoon van zestien.
Ik werp een laatste blik in de spiegel. Met het zwarte leren jasje en hoge hakken probeer ik stoer te lijken. Philip mijn man is een weekend fietsen In België met vrienden, hij zou me anders tegenhouden met verstandige argumenten. Doe het niet, die man maakt je kapot zou hij zeggen.
‘Ik ben bang.’
‘Je bent strong’, zegt mijn zoon.
Op een dag dat de zon de herfst laat stralen, start ik de auto en geef gas richting de statige beukenlaan van het landgoed diep verscholen in de Veluwse bossen.

De weg van Amsterdam naar het Veluwse dorp ken ik op mijn duimpje. Hoe vaak heb ik daar niet gereden? Op bezoek bij mijn moeder, stiefvader en broers maar ook naar de Achterhoek waar we tien jaar lang een caravan op het erf van een boer hadden staan. Altijd als ik langs de specifieke afslag Veluwe-Oost op de A-12 rijd, denk ik: Ik kan nú bij hem langs. De afslag Veluwe-Oost en dan nog kilometers op een N-weg door een donker bos. Al mijn jeugdherinneringen liggen daar.

Nog acht kilometer zegt Google Maps. Dan neem ik de afslag die ik nooit heb durven nemen. Grove dennen sieren het landschap. Mijn hart bonst maar ik spreek mezelf moed in. Als je als baby in de Ottho Heldringstichting je leven bent begonnen –het afvoerputje van de jeugdzorg – is er nooit meer iets ergers dan dat. Het kan me allemaal niet meer schelen en dat ik mijn moeder kwets, merkt ze toch niet meer. Een rood verbodsbord houdt me tegen. ‘Eigen terrein, verboden voor onbevoegden, art 461. Wetb.v.Strafrecht’ staat erbij. Ben ik een onbevoegd persoon? Google Maps zegt dat het vanaf dit punt nog vier en halve kilometer is. Wat een eind.

Twee wandelaars op bergschoenen met nordic walking stokken knikken vriendelijk gedag. Zou hij dat zijn? Met zijn vrouw? Het huis ligt verder van de N- weg dan ik ooit heb gedacht. Het landgoed is groot, wel meer dan vijf vierkante kilometers zie ik op de kaart. Weidse uitzichten met half wilde New Forest pony’s en een apart soort runderen verschijnen als een vage mist voor mijn ogen. Hier liggen mijn roots. De omgeving in mij opnemen lukt niet zoals ik het zou willen. De adem zit gevangen in mijn keel. Plots trapt mijn voet op de rem, ongeloof en een gevoel van glorie overmannen me. De Alzheimer die mijn moeder heeft opgesloten, heeft mij vrij gemaakt. Ik kan eindelijk mijn vader opzoeken.

Het naamplaatje met Familie A. Bottelaar in cursief gegraveerde letters kijkt me streng doch rechtvaardig aan. Shit, dit is echt. Ik zoek waar ik mij kan melden, en ineens gaat het ijzeren hek met de naam van mijn vader erop langzaam open. Een zenuwachtige giechelende hinnik ontsnapt uit mijn mond. Zo raar om mezelf in mijn eentje van de spanning te horen lachen. Nou ja, als het hek vanzelf open gaat, dan kan ik toch doorrijden, de oprijlaan op? Ben ik hier nu al die jaren bang voor geweest? Het hek dat zwijgend opengaat voelt als een warm welkom. De oprijlaan van het landgoed is lang. Waar is het huis?

Als een fata morgana verrijst een carport met plek voor twee auto’s. Een blauwe schoongewassen Audi Cabrio staat er als een pronkende pauw. De andere plek is leeg. Zou de deur naast de carport de voordeur zijn? Resoluut stap ik de auto uit, gewapend met mijn grote designerszonnebril op mijn neus. Wie is er banger? Hij of ik? Vijf Aloë Vera planten in identieke witte bloempotten staan keurig op een rijtje achter het raam in de grote vensterbank. Er brandt licht in de gang, is er iemand thuis? Verstoppen ze zich nu achter de bank? Voor mij? De onbevoegde persoon?

Ben ik onbevoegd? Als je van iemand afstamt, heb je dan recht te weten hoe het met hem gaat? Ik ben een dochter die bij haar vader op bezoek gaat, dat mag toch wel volgens het strafrecht? Wat zegt de wet eigenlijk over de ‘Persona non grata’? Als je nooit ‘in de gratie’ bent geweest kan je dan ‘uit de gratie’ vallen? Er ligt geen officieel document dat ik een ‘Persona non grata’ ben. Ik lijk wel gek, ik denk als een advocaat. Openhaardhout ligt zij aan zij metershoog opgestapeld, net zo strak als de ruggen van de boeken in mijn boekenkast, alsof de meetlat er langs is gelegd. Perfectionisme als beschermengel tegen de onzekerheden in het bestaan.

‘Is papa of mama misschien ook thuis?’
In de deuropening van de grote boerderij staat een klein meisje van een jaar of drie. Ze heeft blonde krulletjes en draagt een rode salopette met aan het voorstuk twee kleine witte handjes die zorgen dat de banden goed aan de voorkant van de broek vast blijven zitten.
Het meisje loopt weg maar komt binnen luttele minuten weer terug.
‘Je mag binnenkomen van mama,’ zegt ze.
‘Echt?’ zeg ik vol ongeloof. Ik ben duidelijk mijn Veluwse wortels ontgroeid als Amsterdamse, gewend
dat het kleine meisjes sterk ontraden wordt onbekenden binnen te laten.
Het meisje knikt nog eens ja en gaat me voor. Ik voel me opgetogen, zo dicht bij mijn vader ben ik nog nooit geweest.
In de woonkeuken staan vier diepe borden van het Boerenbontservies op het aanrecht.
‘Sorry, ik kon niet naar de deur lopen want anders kookt de Brinta aan.’
Pap denk ik bij mezelf. Zij kookt pap, ik zoek pap. De vrouw kijkt me aan alsof het normaalste zaak van de wereld is dat ik middenin haar huis sta. Zou ze iets vertrouwenwekkends van haar buurman van achthonderd meter verderop in mijn gezicht zien?
‘Goedemiddag, ik heb een rare vraag, ik wilde even bij Alain en Femke langs maar ze zijn niet thuis. Het hek ging automatisch open toen ik aankwam maar nu ik weg wil rijden blijft het dicht. Wilt u misschien met uw auto naar het hek toerijden zodat het hek opengaat?
De mevrouw kijkt me zwijgend aan, knikt, draait het vuur uit en loopt dan naar haar rode Porsche.
*
‘Er is post voor je’, zegt Philip.
‘Leuke post?’
‘Ik denk het wel, het is handgeschreven.’
‘Oh, dan is het altijd leuk!’
Handgeschreven brieven, een uitstervend fenomeen. In een kist beneden in de berging staan twee dozen brieven uit ver vervlogen tijden van vrienden en vriendinnen die ik al jaren niet meer heb gezien.
‘Mwah, ik ken dit handschrift niet, het lijkt wel een vrouwenhandschrift.’
De brief in de envelop is geschreven op de computer. Ik lees de tekst, mijn hart verkrampt. Met bibberende stem roep ik Philip.
‘Dat is hard,’ zegt hij.

Beste Victoria,
Ik wil je dringend vragen mij niet langer lastig te vallen met je insinuaties, over iets wat volgens jou meer dan vijftig jaar geleden heeft plaats gevonden. Dit is pertinent onjuist. Zoals ik al meerdere keren telefonisch heb doorgegeven, heb ik geen enkele reden met jou in contact te treden. Je hebt niet het recht om op mijn privé terrein te komen. Ik wil dat je me met rust laat anders zal ik verdere stappen moeten zetten. Ik wens je al het beste voor de toekomst.
Alain Bottelaar
*
‘Goedemiddag, ik ben Victoria Hageman, fijn dat u zo snel tijd heeft kunnen maken,’ zeg ik terwijl ik hem een hand geef. ‘Op de website las ik dat u gespecialiseerd bent in familierecht en een aantal zaken op het gebied van erkenning heeft gewonnen. Ik zou graag erkend willen worden door mijn eigen vader. De zaak is wel verjaard, de wettelijke termijn is dertig jaar geleden verstreken, volgens de wetgever had ik deze zaak op mijn éénentwintigste moeten beginnen.’
De donkerbruine ogen van de advocaat staan zacht in een gezicht gesierd door regelmatige gelaatstrekken en glanzend zwart haar.
‘Ik vrees dat het moeilijk en waarschijnlijk onmogelijk gaat worden maar ik wil wel mijn best doen voor u. De rechter zal zich afvragen waarom een vrouw van vijftig het nodig heeft om erkend te worden door haar biologische vader. Ik heb een rapport nodig waarin een gespecialiseerd psycholoog hier een verklaring voor opstelt. Hoe kijkt u daar tegenaan?’
Een weeïg gevoel komt op in mijn maagstreek. De wet stelt termijnen maar mijn gevoel niet. Ik dacht dat het over zou gaan. Het gelijk van de wet en mijn brevet van onvermogen om daar mee te kunnen leven. Mijn schouders zakken naar voren, mijn lip trilt. Ik haat het om me te moeten verantwoorden bij mensen die ik niet ken en ze te overtuigen.
‘Wat moet dat moet maar mijn identiteit klopt niet. Daar gaat het om,’ stamel ik.
‘Als bastaard sta ik altijd op 3-0 achterstand.’