Categorieën
Fictie

Op glad ijs

Ik ben gewend om mijn omgeving via mijn achteruitkijkspiegel in de gaten te houden. Vanavond op dit donkere plattelandsweggetje is dat echter moeilijk. Alles buiten de stralen van mijn koplampen is één zwarte massa.
Ik zucht en wurm mezelf weer omhoog in mijn stoel. Weer een mislukte deal.
Ik heb de radio uitgezet, gek wordend van de eeuwige drukte in de stemmen van de dj’s. Ik zet de verwarming nog wat hoger, in een poging de vrieskou buiten de auto te houden.
Ik had zeven dagen aaneen stuk doorgewerkt en al mijn precisie erin gestopt. Dit was mijn grootste opdracht tot nu toe.
Ik was via een contact van mij – Tess, die ik nog ken van mijn bijbaan in het Rijksmuseum – met de desbetreffende de heer in contact gekomen. Het doek was vierkant en moest vol komen te staan met bloemen. Het was een onbekend schilderij, maar toch had de heer er grof geld voor willen betalen. Het idee van zijn favoriete doek – illegaal verkregen of niet – had zijn blik vertroebeld en zijn portemonnee geopend. Ik had er flink mijn best gedaan om te zorgen dat mijn werk niet te onderscheiden was van het origineel.
De heer was mijn doek gaan vergelijken met een foto van het schilderij op zijn mobiel in zijn hand. Hij had twee bloemblaadjes ontdekt die verkeerd om waren geschilderd. Ik had de één voor de ander geschilderd, terwijl de ander voor de één hoorde. Eén foutje, en hij had het meteen ontdekt. Oplichter, was het minst erge waarvoor hij me had uitgemaakt.
Heilig boontje. Illegaal dingen verkrijgen was het niet erg, maar als je neppe dingen verkoopt, ben je een oplichter.
Mijn ogen zijn doodop van het constante contrast tussen het licht van mijn koplampen en de omgeving. Ik zak weer onderuit in mijn stoel.
Een verspilde avond is het geworden.
“Ik had Saars uitnodiging aan moeten nemen,” mompel ik.
Ik was gisteren vroeg opgestaan om het doek van de heer af te maken. Mijn zus Saar was diezelfde ochtend persoonlijk langsgekomen om me over te halen om vanavond met hen samen te eten.
Haar verjaardag had ik eerder al via de telefoon afgewezen. Ik cancel vaker. Ze accepteert het altijd. Tot gisteren.
Ik was eerder deze week al een andere grote klant kwijtgeraakt. De verscheping van mijn schilderij was onderschept. De deal van vanavond met de heer moest dus wel slagen. Dus deed ik de deur niet open toen Saar aanbelde. Zelfs niet toen ze door de brievenbus had geroepen: “Ik weet dat je thuis bent, Levi! Drop je nepschilderij en praat met me.”
Saar weet van mijn werk, maar heeft altijd gedaan alsof haar neus bloedde. Tot gisteren.
Na een korte stilte riep ze dat ze de pogingen zat was.
“Fiks het zelf maar. Bel me maar als het je gelukt is om uit dat egocentrische hol van je te kruipen, dat jij een atelier noemt.”
Het deed pijn dat mijn eigen zus me had opgegeven, maar ik zou mezelf niet opgeven. Zodra de deal van vanavond rond was, zou ik weer voldoende geld hebben om een paar originelen van mezelf te schilderen. Na vanavond had alles anders moeten zijn.
Dat is mooi mislukt. Optimist die ik was.
Ik schrik op uit mijn gedachten, wanneer ik plotseling een fel licht in mijn achteruitkijkspiegel zie. Het is een auto die met grote snelheid aan komt scheuren.
Ik plan mijn afspraken met klanten altijd zo, dat ik nog nooit gesnapt ben door de politie met de buit in mijn auto. Dit is echter anders. De politie maakt altijd duidelijk dat het de politie is. De politie rijdt niet zo.
De auto is me nu aan het bumperkleven en knippert met groot licht.
Ik nader een kruising en probeer te bedenken of ik zal stoppen of gas zal geven. Voor ik een keuze kan maken, geeft de auto gas en verschijnt naast me. Ik werp een blik door het zijraam. Ik zie de bestuurder en mijn hardslag schiet vijf versnellingen omhoog.
Ik ken haar.
Ik heb echter geen tijd om te reageren, want plotseling voel ik dat ik mijn grip op de auto kwijt ben. In paniek druk ik op de rem. Toch lijk ik niet te remmen. De auto blijft doorglijden tot ik hardhandig in de berm tot stilstand kom. Ik schiet naar voren in mijn gordel en word opgevangen door een airbag. Even beneemt de gordel me de adem, maar zodra ik stilsta, schiet ik weer terug in mijn stoel.
Ik zie de andere auto het kruispunt over vliegen. De wielen staan stil, maar ook deze auto komt niet tot stilstand. Het remmen gaat over in slippen en tollen. Uiteindelijk komt de auto met een knal tot stilstand tegen een boom naast de weg.
Ik staar een tijd met wijd opengesperde ogen het donker in. Mijn handen hebben het stuur zo stevig vast, dat ze helemaal wit geworden zijn. Met de nodige moeite wurm ik al mijn ledematen door het vervormde portier naar buiten.
Aan de kou die door mijn broek trekt, merk ik dat ik op het asfalt ben gaan zitten. Als verdoofd staar ik naar mijn auto en vervolgens naar de andere auto die om de boom heen gevouwen zit.
Beide auto’s zien eruit als verfrommelde proppen papier. Het enige verschil is dat deze proppen van metaal zijn. Metaal hoort niet zo makkelijk te verbuigen, denk ik bij mezelf.
Ik verschuif mijn blik naar het slappe silhouet in de andere auto. Ik sta op en strompel naar de andere auto. Mijn spieren zijn helemaal stijf geworden in de kou.
Ik pak mijn mobiele zaklamp erbij en schijn door het zijraam naar binnen. De vrouw zit met een bebloed hoofd nog vastgeketend in de autogordel. De slappe airbag straalt teleurstelling uit. Het is hem niet gelukt om dit te voorkomen.
Ik ken haar van het Rijksmuseum. Deze vrouw heeft mij daar toen aangenomen. Ik had een bijbaan nodig, terwijl ik het probeerde te maken in het schildersvak. Deze vrouw heeft mij daar daarna ook moeten ontslaan, toen ik door een collega betrapt werd op het nabootsen van schilderijen. Deze vrouw heeft mij vervolgens een markt gegeven voor mijn illegale schilderijenhandel.
Mijn contact Tess. Mijn collega Tess, die mij in contact had gebracht met de heer van vanavond.
Dan zie ik het pistool naast haar op de voorrijders stoel liggen en begint het me te dagen.
Paniek komt vanuit mijn maag omhoog. Het zuurt brand in mijn keel, terwijl ik me naar links draai en het uit mijn lichaam laat stromen.
De heer moet de politie geïnformeerd hebben. De heer heeft mij uitgeleverd en ik daarmee Tess. Ik voel het zweet over mijn rug lopen.
Er is maar één plek waar ik nu naartoe kan. Zonder om te kijken, strompel ik verdwaast het bos in.

Een uur later kom ik aan bij Saars achterdeur. Er brandt nog één lampje in de woonkamer. Een kleine schaduw duidt erop dat ze nog wakker is. Hopelijk is haar man – wat is zijn naam ook alweer, Gijs of Guus – al naar bed gegaan. Ik pak de sleutel van onder de deurmat en ga naar binnen.
Het zien van dit vertrouwde huis is al een stuk beter dan rondstruinen in dat donkere bos. Ik kijk de woonkamer in. Saar zit op de bank, maar heeft me niet gehoord.
Om haar niet te laten schrikken, klop ik op de deurpost. Ze kijkt verschrikt op. Dan knijpt ze haar ogen samen.
“Ik had geen tijd om te bellen,” grap ik.
Saars ogen spuwen vuur.
Dan wordt het me allemaal te veel. Ik val op mijn knieën.
“Ik wil er vanaf,” zeg ik. “Ik wil uit mijn hol kruipen.”
Na alles wat ze voor mij gedaan heeft. Na alles wat ik niet voor haar gedaan heb.
Dan ziet Saar mijn kleerscheuren en de schrammen op mijn gezicht. Ze springt op en snelt naar me toe.
“Tess wilde me het zwijgen opleggen,” sputter ik. “De klant die ik via Tess had gekregen, had door dat het schilderij nep was.”
Saar kijkt me geschokt aan.
“Het was glad op de weg,” brabbel ik door, “waardoor we beiden slipten. Haar auto raakte een boom.”
Ik had er geweest kunnen zijn. Het pistool. Het ijs.
“Stop ermee,” smeekt Saar.
Ik schud en knik mijn hoofd tegelijkertijd. Totaal in de war van vermoeidheid; van dankbaarheid dat Saar me niet meteen het huis uit gegooid heeft.
“Help me,” smeek ik.
Saar grijpt mijn beide handen vast en geeft me een kort kneepje. Daarna pakt ze haar mobiel en typt een nummer in. Ik luister niet naar haar telefoongesprek, maar grijp haar hand zodra deze weer vrij is. Ik focus alleen maar op het gevoel van spijt, dat ik deze handen zo lang heb moeten missen.
Een half uur later pakt een donkerblauwe mouw me bij de arm. De gele strepen die over zijn borst lopen, reflecteren in het licht van het lampje in de woonkamer.