Categorieën
Fictie

Op Café.

Als het een sport was om elke avond aan de stok te krijgen met imbeciele mislukte topvoetballers dan was ik een wereldkampioen, een olympisch kampioen en hoogstwaarschijnlijk ook een paralympisch kampioen. Vanavond is het weer prijs. Drie kort gewiekte zwaargewichten knikken naar mij synchroon. Een simpel gebaar denk je misschien, maar als professioneel caféganger weet ik maar al te goed wat dit betekent: pure herres. Ik hef mijn glas, slurp de inhoud in één teug op en laat mijn stekkie onbezet achter.

Ik slenter door het muggengordijn naar buiten en rol een sigaret.
‘Wie we hier hebben, Casanova! Wat bezielt je om de kut van mijn echtgenoot nat te maken?’
‘Wie is je echtgenoot als ik vragen mag?’
‘Een beetje doen alsof meneer van niets weet.’ Zijn twee kompanen ginnegappen kunstmatig alsof ze elk moment hun vingers kunnen verliezen als ze dat niet zouden doen. Het opperhoofd pauzeert een vijftal tellen en vervolgt. ‘Ze zit daar aan de toog met haar bruin geverfde vlechtjes en haar sportief blauw rechthoekig montuurtje.’
Ik gluur door het raam en zie een schele cholesterolbom naar me giechelen. Damn it. Het was de moeite niet om vandaag mooi te zijn.
‘Hoe nat?’ Vraag ik uit pure verveling
‘Kletsnat.’ Zijn twee bondgenoten kussen ieder voor zich de wenkbrauwen. Ze zijn boos. Opeens haalt de gefrustreerde man iets uit zijn achterzak. Het tweetal werpt een verlegen blik naar beneden.
‘Dit is al de derde vanavond!’ Het is een grote corrigerende onderbroek met luipaardprint. Hij houdt het vochtige lapje stof boven zijn hoofd vast met de duim en middelvinger. Op genoeg afstand zodat de aroma’s niet zijn neusgaten kunnen bereiken. De man lijkt er precies even gedegouteerd van als ikzelf.

‘Sorry, jongens maar ik kan jullie niet verder helpen. Ik moet me toch niet verontschuldigen voor me goddelijke uiterlijk?’
‘Daar heeft hij wel gelijk.’ Oordeelt de pientere van de drie. Ik zie de agressieveling denken. Dertig seconden lang staart hij voor zich uit zonder een woord over zijn lippen te krijgen. ‘Mijn excuses voor het ongemak.’ Hij huilt. Zijn kompanen verlaten geroutineerd het tafereel en beslissen om terug hun maffe koningin te vergezellen aan de toog.
‘Sorry, meneer.’
‘Noem me gerust, Wouter.’
‘Sorry, Wouter. Ik had het leven van zo een attractieve charmante kerel als jij onderschat. Het loopt momenteel gewoon niet echt van een leiendakje tussen mij en Brenda, weet je wel. Na het miskraam eerder dit jaar heb ik zelfs nog geen kus van haar ontvangen… Het miskraam is mijn schuld, ik had maar niet zo’n slecht zaad moeten hebben…’ Ik rust mijn wijsvinger op zijn lippen.
We tongzoenen. Hij blijft verbouwereerd achter.
Deze had hij wel verdiend denk ik bij mezelf. Ik verlaat het café en weet het nu zeker: ik ben geen homo!