Categorieën
Fictie

Onbegrepen verlicht

Waar kwam dat tikkende geluid vandaan? Ze zocht onder het bed en in de laatjes van haar nachtkastje. Er was geen klokje of iets dergelijks in huis. Alleen een mobiel dat klaar lag om opgenomen te worden. Ze kneep haar ogen dicht. Cijfers doemden op aan de binnenzijde van haar oogleden. Rode, lichtgevende cijfers tegen een zwarte achtergrond. Wat gebeurde er? Ze rolde zichzelf op en greep haar benen vast. Haar tenen prikten. Terwijl ze krabde, voelden haar tenen koud aan. Snel trok ze een paar wollen sokken aan. Het getik van de timer was er nog, zachtjes op de achtergrond. 
Wie moest ze bellen? Haar ouders zouden haar voor gek verklaren als ze uitlegde wat ze achter haar oogleden zag. Zeker na wat er vorige week was gebeurd. Maar wat zag ze precies? Een digitale klok die afliep. Tot de seconden nauwkeurig. Ze wist niet precies hoeveel tijd er over was. Over was? Ze moest nog een keer kijken. Haar ogen dicht doen om een plan te bedenken. Lijstjes maken. Voorbereidingen treffen. 
Richards trui lag op de grond. Je zou hem kunnen terugbrengen? Misschien had hij de trui laten liggen zodat hij hem kon ophalen. Dan zochten ze samen naar een oplossing. Zoals IVF de oplossing was voor hun andere probleem. Dat kon hij toch wel inzien? 
Ze deed haar ogen dicht en zag het duidelijk; 01:30:50. Eén uur, dertig minuten en vijftig, nee negenenveertig seconden. Haar sokken trok ze weer uit. Beide voeten voelden koud aan. IJskoud. Tot aan de enkels. Wat was dit? Haar vingers gleden onder haar jurk door, naar haar buik en over haar borsten. Daar was de warmte. Het was beter om eerst naar Harmke te gaan, een deur verder. 

‘Wat kom je doen?’ zei Harmke. 
‘Voel eens’ en ze bracht haar ene been op ooghoogte.
‘Waar?’
‘Aan mijn voet.’
‘Nee dankje.’ Harmke sloeg haar armen over elkaar.
‘Knijp dan eens.’ Ze wiebelde wat met haar tenen
Harmke zuchtte, ‘ik heb geen tijd voor onzin.’
‘KNIJP, zo hard als je kan!’
Beduusd kneep Harmke hard in haar teen.
‘En nu harder,’ riep ze.
‘Dus je wilt pijn, nou dit deed mijn broer vroeger,’ zei Harmke. Ze kneep, precies in het zachte stukje boven de hiel.
‘HAR-DER,’ riep ze. Ze hield zich vast aan de deurklink.
‘Voel je dit niet?’ vroeg Harmke.
‘Nee. Niets,’ zei ze.
‘Je voet voelt heel koud.’
‘Ik voel niet dat ze koud zijn. Voel niet dat ze van mij zijn.’
‘Hoor je wel wat je zegt?’
‘Ja.’ 
‘Kom even binnen.’ Harmke keek op haar horloge. ‘Ik moet toch pauze nemen.’
Ze liepen door de hal naar de woonkamer. De vensterbank stond vol met groene stekjes in glazen potten. Sommige bladeren waren aan het wortelen, andere niet. ‘Wat heb je gedaan vandaag?’ vroeg Harmke. 
‘Ik ben uit bed gestapt en hierheen gekomen.’
‘Verder niet?’
‘Nee verder niet.’
‘Dus je bent niet langs Richard geweest?’
‘Nee.’
‘Niet gewacht voor zijn huis?’
‘Je denkt toch niet dat ik gek ben.’
‘Ik weet niet meer wat ik moet denken. Misschien heb je te lang in de kou gestaan, niet goed voor jezelf gezorgd.’ Haar buurvrouw en beste vriendin staarde haar vol medelijden aan. Ze draaide zich om. Verspilde tijd tikt harder. In de hal liep ze langs de grote passpiegel en zag zichzelf. Ze had vette haren en haar jurk was verkreukt. 
‘Ik weet dat het moeilijk is,’ klonk het vanuit de woonkamer. Ze pakte een paar regenlaarzen van Harmke uit het schoenenrek en schoof haar blote voeten erin.

01:15:25.

Door de voordeur van Harmke liep ze regelrecht naar de gezamenlijke schuur. Ze pakte haar fiets en fietste weg van het dorp, naar de zee. Op zoek naar ruis.
Het prikte bij haar kuit. Ze wreef er langs en voelde dat de kou zijn weg vond tot boven haar enkel. De grens van kou met de warmte van de rest van haar lichaam voelde aan alsof zoet en zout water vermengden. Het bruiste. Ze wist dat dat niet kon, maar zo voelde het. 
Met een enorme kracht in haar benen, meer dan dat ze normaal had, trapte ze door de duinen naar de zee. Wind suisde langs haar oren waardoor het getik naar de achtergrond verschoof. Ze trapte harder. En harder. Het getik was bijna weg. Er was alleen wind. Troostend en overstemmend. Ze zou haar mobiel niet horen. Had ze die eigenlijk mee? Ze voelde in haar jaszak. Nee. Gister was ze terug gefietst. Maar nu? Ze dacht dat nu belangrijker was dan zometeen. Of straks. Straks betekende leven zonder Richard. Richard met een ander. 
Ze rook de zee toen ze het strand opliep. Een zeemeeuw vloog zonder moeite door de lucht. Zweefde. Onderzoekend keek hij haar aan. Slierten haar waaide voor haar ogen en even deed ze haar ogen dicht. 

00:52:56.  

De timer stond op niet eens een uur. De bruisende prikkelgrens trok naar haar knieën. En nu? Ze moest naar huis. Daar was het veel warmer. Naar Harmke luisteren. Maar iets hield haar hier.
Ze keek naar het water. Er zwom een zeehond. Eenzaam. Donkere, grote ogen keken haar afwachtend aan. Hij dook onder water. 
Ze begon langs de kustlijn te lopen. Sluit niet je ogen. De kou trok verder omhoog. Al hoger. Al sneller. De bruisende prikkel grens bevond zich nu bij haar heupen. Af en toe keek ze naar links. De zeehond was er nog. Wat zou hij van haar willen? 
De wind op het strand gaf harde klappen in haar gezicht. Ze had geen behoefte meer om een plan te maken. Controle op papier betekende nog niet controle van het hart. Zijn hart. Dat was straks niet meer van haar. Deze gedachte was pijnlijk maar kijkend naar de zeehond stelde het niets voor. Om van iemand te houden moet je diegene loslaten. Laten zwemmen. 
Ze ging zitten op het droge zand waar de golven net niet kwamen. Ze keek voor zich uit en liet het zand door haar vingers vallen. Steeds weer. Hoeveel minuten gingen er voorbij? Een paar kotters vaarden op de zee, ver van de kust. Verse vis voor morgen.

Haar jurk en laarzen trok ze uit. Ze raakte het water aan met haar voeten en ze stapte verder. Steeds verder. Het zand lag nu achter haar. Er was geen kou. Niet bij haar heupen. Niet bij haar buik. De frisse wind vulde haar longen totdat de bruisende prikkel grens zich verder optrok en haar borsten trof. 
Ze bleef lopen. De golven sloegen tegen haar aan. De tinteling, de grens met haar warmte kwam nu bij haar kin waarop ze van lopen naar zwemmen overging. Ze zwom met de zeehond vlak naast haar, kon hem met haar hand bijna aanraken voordat hij weg dook. Hoe zacht zou hij zijn? Hij zag er jong uit. Klein. 
Ze zwom sneller maar er was alleen water zichtbaar met golven en de lucht. Ze stopte met zwemmen. De rode, lichtgevende cijfers toonden zich zodra ze haar ogen sloot. 

00:00:03. Haar lichaam trok haar naar beneden. 

00:00:02. Ze wiegde op de stroming naar de bodem, naar het zand. 

00:00:01. Ze deed haar ogen op en ze zag het donker, het zwart.

De zeehond. De zeehond zou komen. Straks.