Categorieën
Fictie

“Odin! Jij boomer!”

Zachtjes landde het achtpotige paard bij de bron naast de levensboom Yggdrasil. Odin sprong naast het dier. Hij gaf het mede uit zijn nooit-leegrakende kelk, nadat hij zelf een beste poging had gedaan om toch de laatste druppel te drinken. Sleipnir had net als zijn eigenaar een zwak voor het zoete goedje, maar kon er minder goed tegen.
‘Ho maar, dat is meer dan genoeg geweest,’ zei de oude, maar nog zeer vitale god, terwijl hij nog snel een stuk van een meegenomen gouden appel at.
‘Tot zo. Nidnogg kan hier in de buurt zitten, dus laat je niet verrassen met je dronken hoofd.’
Sleipnir brieste en liep rustig naar de bron om zijn nadorst te stillen.

Odin zwalkte naar het huis van de nornen en opende de houten deur zonder te kloppen. Toch iets meer dronken dan gewenst keek hij rond en zag de drie zusters rond een groot beeldscherm zitten.
‘Odin. Wat brengt u hier? We zijn druk aan het gamen, dus neem even plaats. We zijn zo klaar, zeker nu Urd er weer eens niets van bakt,’ zei Skuld de jongste van de drie schikgodinnen.
‘Helemaal niet’ snauwde Urd. ‘Verdandi, heeft al twee levens verloren en zo komen we nooit uit Muspelheim. Pas op! Daar is Sart met zijn vuurzwaard weer!’
Het grote scherm toonde de vuurreus, die de drie speelsters tegenover hem onverbiddelijk met een enorme hauw doormidden kliefde. Sart verdween brullend richting de levensboom Yggdrasil. De tekst ‘Helaas deze levensdraad is geëindigd. Nieuw lot proberen?’ verscheen. De zusters vloekten tegen elkaar en gooiden de consoles op de salontafel.

‘Nou, ik ben blij dat het een spel is dames. Dit zouden we toch niet in het echt willen meemaken?’
‘Hmm, slechts een spel, Odin?’ zei Skuld wat geheimzinnig.
Odin schrok, zijn al bestaande zorg versterkend. Skuld wist immers wat er voor de god in het verschiet lag. Ooit was er Ragnarok.
‘Waar kunnen we u van dienst mee zijn, Alvader?’ vroeg Verdandi snel.
‘Ja, laten we maar direct ter zake komen. Ik maak me zorgen over iets. En ik hoop dat jullie me kunnen helpen.’
De zussen keken verbaasd.
‘Grote zorgen zelfs. Sinds, wat is het nou, een eeuw of drie zie ik Midgard steeds voller en voller worden. Het lijkt wel of er daar een explosie van leven is. Maar de mensen zijn een heel ander volk dan in de goede oude tijd. Al jaren kunnen de Valkuren nauwelijks krijgers vinden. Heel af en toe is er nog wel eens een oorlogje in Midgard, maar mijn tafels in Walhalla worden al tijden niet aangevuld met serieuze krijgers. Krijgers die ik ooit nodig heb tegen zo iemand als die Sart.’

De zussen keken elkaar veelbetekenend aan. Dit was duidelijk geen nieuws voor ze.
Odin vervolgde zijn betoog. Hij was zo’n god die zichzelf graag hoorde .. en zag, ook al was dat nog maar met één oog.
‘Terwijl ik dan weer van Loki hoor, dat Hel onderhand niet meer weet waar ze iedereen moet plaatsen. Ze sterven louter van ziekte en ouderdom die mensen tegenwoordig. Ze vroeg hem zelfs of er in Asgard nog ruimte is. Natuurlijk heb ik dat geweigerd. Stel je voor, daar is Niflheim toch voor. Maar iets klopt er niet. En ik denk dat jullie hier meer van weten.’
Er viel een pijnlijke stilte. Skuld keek onrustig naar het scherm waarop nu de brandende boom Yggdrasil stond met een grote blauwe ‘start’-button. Verdandi keek naar haar te lange nagels en Urd keek steeds bozer naar haar jongere zussen.
‘O.k. zal ik het dan maar weer zeggen? Stelletje trutten.’
‘Wat, zeggen? Wat is er aan de hand?’
‘Een eeuw of twee, drie geleden kwamen we erachter dat ze in Midgard een soort spinmachines hadden ontwikkeld. Die maakten het spinnen een stuk makkelijker. Toen zijn we wat gaan nadenken. De grootste deel van onze tijd zaten we immers levensdraden te spinnen en dat begon ons meer dan de keel uit te hangen,’ zei Urd.
‘Het is best monotoon werk moet u weten,’ vervolgde Verdandi. ‘We waren ook een beetje uitgefantaseerd over wat ieder individu op zijn pad zou krijgen. Na zoveel millennia begint het toch wel een beetje op elkaar te lijken. Goden, reuzen en een aantal van die monsters van Loki daargelaten, we hebben er nu geen omkijken meer naar. Scheelt echt zeeën van tijd.’
Odin fronste zijn wenkbrauwen.
‘We hebben de boel inmiddels grotendeels ge-outsourced en tegenwoordig worden de meeste levensvormen volgens een algoritme bedacht,’ verduidelijkte Skuld. Ze zag het onbegrip. ‘Daar hebben we natuurlijk wel patent op aangevraagd én van Loki gekregen. Hij deelt natuurlijk mee in de royalties. Laten we daar wel transparant over zijn. En als voordeel voor mijzelf .. ik kan nu eindelijk weer eens denken aan daten. Ik word er ook niet jonger op. Hoewel ik Loki verdenk van het aanmaken van de meeste profielen in die dating-app. Irritant hoor. Ik zit echt niet te wachten op een monsterlijk kind. Ik moet echt héél voorzichtig swipen.’

Odin zat inmiddels met zijn oren te klapperen. ‘Waarom weet ik dit niet? Waarom hebben mijn raven dit nooit gehoord of verteld?’
‘Tja, dat was nog wel een dingetje,’ vervolgde Skuld. ‘Zij vliegen alle negen werelden af, maar kunnen gelukkig niet bij de tiende. Die wereld hebben we er speciaal voor gecreëerd, inclusief een apart volk. Twelven, een soort elven, maar niet zo eigenwijs als die lui in Alfheim. Deze doen gewoon wat ze je vraagt, zonder veel gedoe. Lijken er ook nog trots op te zijn. Stelletje losers.’
Odin kreeg nu echt koppijn. Deels van alle informatie en deels van de mede. Toch hielden ze nog iets achter, dat voelde hij wel aan.
‘Maar, dat verklaart nog niet die troep bij Hel in Niflheim. En mijn groeiende krijgertekorten. Hoe zit dat dan?’
‘Het levensdraadalgoritme. Het lijkt steeds liever te worden,’ antwoordde Urd. ‘Het kost ons nogal wat moeite om het aan te passen. Het is ook nieuw voor óns, hè. Om onze kennis artificieel toe te passen. Zelflerend resulteert blijkbaar niet direct in wat wij er vroeger mee deden. En ja, je zit dan ook toch met een na-ijleffect van bijna een generatie. Hel zal het nog even moeten uitzingen tot de boel stabiel is.’
‘Stabiel? Uitzingen?’
Odin zakte steeds verder weg in zijn stoel. Hoe had het tot deze ellende kunnen komen?
‘En kunnen jullie dan niet gewoon weer zelf gaan spinnen? Als dit het gevolg is. Dit brengt de stabiliteit in alle werelden in gevaar. Ik eis dat jullie weer zelf gaan spinnen!’
De nornen keken erbij alsof ze dit een wel heel stom voorstel van Odin vonden.
‘Zie je wel. Loki had gelijk met zijn “Odin, is een echte boomer.” U wilt geen vooruitgang! Net zoals die spinmachineslopers in Midgard,’ reageerde Skuld.
‘Nee, Odin, dat kan echt niet, hoor. Inmiddels zijn we zo opgeschaald dat we dit onmogelijk nog met zijn drieën kunnen terugnemen. Dat zal toch echt anders opgelost moeten worden. Maar we zijn er bijna,’ zei Verdandi.
‘We mengen de draden nu tijdens het spinnen met een goedje. Speciaal gemaakt door een nieuwe stille partner in het proces. Hij geeft aan dat dit zal werken. We verwachten daar elk moment de resultaten van. Het is wel extra werk voor de twelven, maar het valt vermoedelijk nog binnen het huidige contract,’ zei Urd.
Odin stond inmiddels op ontploffen. En ja, wie anders dan Loki wist hier al die tijd al vanaf, maar had niets gezegd.

Plots begonnen de mobieltjes van de nornen hevig te trillen op de salontafel. Eén voor een pakten ze hun toestel op en begonnen te lezen en steeds sneller te scrollen.
‘Wat is het?’ vroeg Odin, die het gedrag hoogst onbeleefd vond. Kon dit niet wachten?
‘Ik denk dat we ons gesprek een andere keer moeten voortzetten, Odin,’ zei Verdandi. ‘We moeten aan het werk. Je hoort wel van je raven wanneer het ons schikt.’
Odin was zo verbouwereerd, dat hij zich door de drie godinnen gewillig naar de deur liet bonjouren. Pas op de drempel herpakte hij zich.
‘Waar ging dat daarnet over? Ik wil het nu weten. Het gaat over de levensdraden, niet?’
Urd nam het woord. ‘Het lijkt op een klein productieprobleempje bij de twelven. De levensdraden kunnen blijkbaar niet allemaal tegen het goedje. Het lijkt erop dat de levensdraden verkleuren bij mensen. Het effect is nog niet helemaal duidelijk.’
‘Maar het kan ook een virus in het algoritme zijn. Die optie ligt toch ook op tafel? Heb je dat deel van het bericht wel gelezen, zus.’
‘Tuurlijk, Skuld. Maar ik wilde niet op dat scenario vooruitlopen. Dan moeten we Hel namelijk direct waarschuwen.’
‘Hoezo? Gaan er doden vallen?’
Urd en Skuld liepen snel terug naar de woonkamer.
‘Geen idee. Daarom gaan we nu direct in een call met de productieleiders voor de laatste details. Dus we moeten nu echt verder hoor. Dag Odin! We houden contact.’
En Verdandi klapte de deur hard dicht voor zijn goddelijke neus.