Categorieën
Fictie

Nederland – Duitsland

Ik zit op de stoel die ik vorige maand gekocht heb. Een dure stoel. Zodat ik lekker zacht in perfect ergonomische houding achter mijn bureau zit. Ik wilde net gaan werken aan mijn debuutroman. Meters maken. Maar ik denk aan jou Annefleur. En dus schrijf ik over jou.

‘Annefleur, jou billen zijn mijn billen: de mooiste van de hele wereld.’
Een stom zinnetje wat ik naar je stuurde toen ik dronken was. Ik was in paniek toen ik het de volgende ochtend terug las. Was bang dat ik nooit meer wat van je zou horen. Je vond het een prachtige zin, vond het geweldig dat een echte schrijver zoiets tegen je zei. Was ik maar een schrijver lieve Annefleur. Dit is pas de eerste keer dat ik op deze stoel zit en dat is geen goed teken voor een ‘schrijver’.

Ik schrok toen je zei dat je al een vriendje had. Het viel op zijn plek waarom je niet met me wilde zoenen toen die avond.
Op de bank in mijn woonkamer wilde je wel met me zoenen. Nederland voetbalde tegen Duitsland, de tweede wedstrijd van de EK-kwalificatie. De TV stond aan maar we keken niet. De eerste keer dat ik opkeek was de tweede helft net begonnen, Nederland stond met 0-2 achter. Precies op dat moment kopte Matthijs de Ligt op fenomenale wijze de 1-2 binnen.
‘Wauw!’ riep ik en veerde even op. Je trok me weer omlaag.
Tegen het einde van de wedstrijd zag ik dat het gelijk stond.
‘Ja, 2-2. Had ik dat even moeten zeggen?’ vroeg je.
In de negentigste minuut scoorde Duitsland: 2-3. Ik kon niet goed plaatsen waarom dat gebeurde, het paste niet bij de avond.

De week voordat je naar Bali vertrok lag je weer bij me op de bank. Bijna annuleerde je de reis maar je besloot toch te gaan. De avond was heerlijk en pijnlijk tegelijk. Omdat dit, zoals je het zelf verwoorde, ‘niet het echte leven is’. Ik was al afscheid van je aan het nemen in mijn hoofd. Pakte je arm en trok je naar me toe.
‘Je weet toch dat dit wel echt is voor mij?’ vroeg ik. Je dacht een paar seconde na.
‘Ja,’ zei je toen en knikte.
De dag voor vertrek ontving ik een glimp uit dat echte leven. Ik heb de foto voor mijn neus. Je koffer op de grond, de kledingkast open. Rechtsonder op de grote spiegel zit een foto, vastgeklemd in de zilveren rand. Ik moet inzoomen om hem te kunnen zien. Een vakantiefoto, samen met je vriendje. Jullie lachen naar de camera. Had ik je moeten vragen in plaats van hem met mij te gaan?

Jullie zijn inmiddels vijf dagen op Bali. Het is stil aan deze kant van de lijn, de berichtjes zijn gestopt. Ik google Bali en zie foto’s van een prachtig eiland. Ik tuur uit het raam en besef dat ik je kwijt ben zonder dat je ooit bij mij hebt gehoord.